Webshops en andere digitale verkoopkanalen in 2026 onderworpen aan nieuwe verplichtingen en verscherpt toezicht door ACM
Een verplichte digitale ontbindingsfunctie, een verbod op misleidende ontwerptechnieken en verscherpte handhaving ten aanzien van dropshippers: het veranderende consumentenrecht vraagt van bedrijven en organisaties met een digitaal verkoopkanaal dit jaar de nodige aandacht. De Europese wetgever heeft de afgelopen jaren een reeks aan maatregelen genomen om consumenten beter te beschermen, met name in de digitale wereld. Een aantal van die maatregelen krijgt dit jaar zijn beslag. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft haar focuspunten voor 2026 gepubliceerd en ziet actief toe op de naleving van consumentenregelgeving. In dit artikel bespreken wij enkele belangrijke ontwikkelingen en leggen wij uit wat deze voor uw digitale verkoopkanaal betekenen.
Handhavingsprioriteiten ACM in 2026
De ACM signaleert dat de economie zich in toenemende mate in de digitale wereld afspeelt. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van webshops, apps, online platforms, zoekmachines, online marktplaatsen, internetproviders en hostingdiensten. Handelaren die via dergelijke kanalen opereren moeten ervoor zorgen dat zij transparant zijn richting hun gebruikers. Als die gebruikers consumenten zijn, gelden bovendien de regels van het (veelal dwingende) consumentenrecht. Daar wordt echter lang niet altijd rekening mee gehouden. De ACM heeft een aantal concrete handhavingsprioriteiten geïdentificeerd voor dit jaar.
Dropshippers
De ACM ontvangt jaarlijks veel klachten over webshops van dropshippers – webwinkeliers die geen voorraad aanhouden, maar producten rechtstreeks via derden verkopen, veelal via Chinese bedrijven. Dit leidt in de praktijk dikwijls tot lange levertijden die nauwelijks worden gecommuniceerd en ook tot producten met kwaliteits- of veiligheidsproblemen waar de dropshipper zelf geen zicht op heeft. In geval van retournering weten consumenten vaak niet waar zij het product naartoe moeten sturen, en als er geretourneerd wordt, is het nog maar de vraag wanneer het aankoopbedrag door de dropshipper wordt terugbetaald. De ACM zal daarom meer toezicht gaan houden op dropshippers. Handelaren met een dergelijk verkoopmodel doen er verstandig aan om realistische en duidelijk aangegeven levertijden op hun website te zetten en de wettelijke herroepingsrechten van consumenten te waarborgen.
Bemiddelingsdiensten
Een ander aandachtsgebied van de ACM betreft online bemiddelingsdiensten: dat zijn basishandelingen die door een online bemiddelaar worden verricht terwijl deze handelingen in principe eenvoudig en gratis door consumenten zelf uitgevoerd kunnen worden. Denk aan het opzeggen van abonnementen, het aanvragen van toeslagen of het afsluiten van energiecontracten. Online bemiddelaars rekenen kosten voor deze diensten, zonder dat de consument goed begrijpt waarvoor hij betaalt. Vooral kwetsbare consumenten zijn hiervan de dupe. Hoewel zulke diensten (nog) niet zijn verboden in Nederland, moeten bemiddelaars wel transparant zijn over de aard, inhoud en de prijs van de diensten die zij leveren. Als het voor consumenten niet duidelijk is dat het om betaalde bemiddelingsdiensten gaat, is mogelijk sprake van misleiding. De ACM zal actief toezicht houden op de transparantie van aangeboden bemiddelingsdiensten.
Misleidende ontwerptechnieken (dark patterns)
Tot slot signaleert de ACM dat webshops in toenemende mate gebruikmaken van misleidende ontwerptechnieken die consumenten op het verkeerde been zetten. Bekende voorbeelden hiervan zijn valse schaarste-meldingen om een gevoel van urgentie te creëren (“nog maar 2 beschikbaar”), het tonen van een aantrekkelijke basisprijs, terwijl daar in het verdere verkoopproces nog extra kosten bovenop komen, of het opnemen van misleidende keuzeopties (bijvoorbeeld een reeds aangevinkte schadeverzekering bij het huren van een auto). Kunstmatige intelligentie wordt steeds vaker ingezet om dergelijke technieken te personaliseren en daarmee nog effectiever te maken. Deze ontwikkeling heeft de ACM in haar vizier. Bedrijven doen er dan ook verstandig aan om hun online omgeving kritisch te toetsen op misleidende ontwerpelementen. Op grond van de Digital Services Act[1] geldt er voor tussenhandelaren zoals online reisplatforms en marktplaatsen al een verbod op misleidende ontwerptechnieken. Eind 2026 wordt naar verwachting de Digital Fairness Act[2] gepresenteerd door de Europese Commissie. Daarmee zal het verbod op dark patterns voor alle online handelaren en digitale dienstverleners binnen de Europese Unie gaan gelden.
Nieuwe wetgeving per 19 juni 2026: de digitale ontbindingsfunctie
Naast deze handhavingsprioriteiten van de ACM wordt er in 2026 ook nieuwe wetgeving van kracht die verplichtingen schept voor handelaren met een digitaal verkoopkanaal. De meest ingrijpende verplichting vormt de invoering van een verplichte digitale ontbindingsfunctie. Met ingang van 19 juni 2026 zijn handelaren die goederen of diensten via een digitaal verkoopkanaal aanbieden verplicht om een digitale ontbindingsfunctie beschikbaar te stellen aan consumenten. Zo’n functie biedt consumenten de mogelijkheid om een online gesloten overeenkomst binnen de daarvoor geldende termijn eenvoudig te ontbinden. Het idee achter deze nieuwe functie is dat consumenten een online gesloten overeenkomst net zo makkelijk moeten kunnen ontbinden als sluiten. Het is uiteindelijk aan de consument om te kiezen op welke wijze hij de online gesloten overeenkomst met de handelaar wil ontbinden. Dit kan via het modelformulier voor herroeping, via een ondubbelzinnige verklaring, of – met ingang van 19 juni – dus ook via de digitale ontbindingsfunctie. Zo’n ontbindingsfunctie kan de fysieke verschijningsvorm krijgen van een knop, vergelijkbaar met de bestelknop.
Deze nieuwe verplichting wordt neergelegd in een aanvullend artikel 6:230oa BW. Op grond van dat artikel moet een handelaar op zijn website of in de app een duidelijk zichtbare en gemakkelijk toegankelijke ontbindingsfunctie plaatsen, met een ondubbelzinnige tekst zoals “hier de overeenkomst ontbinden”. Deze functie/knop moet gedurende de gehele herroepingstermijn beschikbaar zijn. Via de functie/knop kan de consument een verklaring tot ontbinding indienen. Daarbij mogen alleen de strikt noodzakelijke gegevens worden opgevraagd (zoals naam, ordernummer en e-mailadres). Een handelaar mag de consument wel vragen om in te loggen, maar het aanmaken van een account mag geen voorwaarde zijn om toegang te krijgen tot de ontbindingsfunctie. Nadat de consument de ontbindingsactie heeft bevestigd, zal de handelaar daarvan een bevestiging moeten sturen aan de consument, waarin de inhoud van de verklaring en het tijdstip van indiening zijn opgenomen.
De invoering van een aanvullende ontbindingsmogelijkheid heeft ook gevolgen voor de informatieverplichting van de handelaar. Het huidige artikel 6:230m sub h BW verplicht de handelaar om de consument voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst te informeren over het recht van ontbinding en de wijzen waarop dat recht kan worden uitgeoefend. Tegelijkertijd met de invoering van artikel 6:230oa BW wordt aan artikel 6:230m sub h BW de ontbindingsfunctie uit artikel 6:230oa BW toegevoegd. Laat een handelaar het na om de consument te informeren over de ontbindingsfunctie, dan vormt dat een schending van de op de handelaar rustende informatieverplichtingen. Zo’n schending blijft niet zonder consequentie. De herroepingstermijn van de consument gaat in dat geval pas lopen zodra de handelaar de desbetreffende informatie alsnog verstrekt. Laat de handelaar dit na, dan heeft de consument zelfs tot 12 maanden na het sluiten van de overeenkomst de tijd om de gesloten overeenkomst te ontbinden.
Vragen of advies nodig?
Heeft u vragen over de effecten van deze ontwikkelingen op uw digitale verkoopkanaal, of wilt u laten toetsen of uw digitale verkoopomgeving wel voldoet aan het geldende consumentenrecht? Neem gerust contact met ons op – wij helpen u graag verder.