Update non-bancaire financiering: jurisprudentie
A-G HvJ, 25 februari 2026 – Beheer verkochte kredieten niet btw-vrijgesteld
Essentie:
Deze conclusie van de A-G bij het HvJ impliceert dat kredietbeheersdiensten in beginsel belast zijn met btw wanneer zij worden verricht door een partij die niet (meer) de kredietgever is. Dit kan leiden tot een extra kostenpost wanneer geen of slechts beperkt recht op aftrek van voorbelasting bestaat. Het is echter aan het Hof van Justitie om hierover definitief te oordelen.
Conclusie:
Het Finse A Oy verstrekt woningkredieten. In het kader van een securitisatiestructuur draagt A Oy deze kredieten, inclusief alle rechten en verplichtingen, over aan haar dochtervennootschap B Oy. A Oy blijft vervolgens optreden richting de kredietnemers en verzorgt het beheer van de kredieten en de bijbehorende zekerheden. Voor deze beheerdiensten ontvangt A Oy een marktconforme vergoeding van B Oy.
Hoewel een groot deel van de financiële diensten op grond van artikel 135, lid 1, onder b tot en met d, van de btw-richtlijn is vrijgesteld, geldt deze vrijstelling niet voor alle activiteiten binnen de financiële sector. In deze zaak staat centraal of de door A Oy verrichte beheerdiensten onder deze vrijstellingen kunnen worden gebracht. Niet in geschil is dat de overdracht van de kredieten zelf btw-vrijgesteld is.
Advocaat-generaal Brkan concludeert dat dit beheer in beginsel niet onder de btw-vrijstellingen van artikel 135, lid 1, onder b, c en d, van de btw-richtlijn valt. Volgens de A-G is de vrijstelling voor kredietbeheer beperkt tot het beheer door de oorspronkelijke kredietgever. Indien de kredieten na verstrekking worden overgedragen en de verkoper deze vervolgens tegen vergoeding blijft beheren, is geen sprake meer van vrijgesteld kredietbeheer. Ook de andere btw-vrijstellingen zijn volgens de A-G niet van toepassing. Het beheer van kredieten kwalificeert namelijk niet als een vrijgestelde handeling inzake garanties of zekerheden, noch als een handeling betreffende schuldvorderingen.