Jurisprudentie Alarm: Onduidelijke bepalingen zijn gebrekkige bepalingen
De zaak
De gemeente Ede publiceert op 24 maart 2026 een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de levering, implementatie en het onderhoud van een stadspas. Op deze aanbesteding schrijven BS&F B.V. en Gemeentewinkel B.V. zich in.
Een belangrijke doelgroep die de gemeente Ede hiermee wil bereiken zijn inwoners met een minimuminkomen. De stadspas moet voor deze groep onder andere de mogelijkheid bieden tot het voorzien van een laptop en fiets voor middelbare scholieren en uitvoering geven aan diverse regelingen. De gemeente Ede geeft hierbij wel aan dat dit expliciet niet moet worden gezien als een minimapas, waarbij is aangegeven in paragraaf 1.6 van het Aanbestedingsdocument dat tal van andere regelingen in de toekomst kunnen worden toegevoegd zoals kortingspakketten voor alle inwoners bij de aanschaf van de stadspas en het verzorgen van kerstpakketten voor haar eigen medewerkers.
In de beoordelingssystematiek van de aanbesteding is opgenomen dat inschrijvers worden uitgesloten die niet aan alle gestelde voorwaarden en eisen voldoen. Inschrijvers dienen onder andere door middel van een referentieopdracht aan te tonen dat zij aan alle kerncompetenties voldoen. Kerncompetentie 1 stelt dat zij een opdracht hebben uitgevoerd met het leveren, implementeren en onderhouden van een stadspas in een gemeente met minimaal 74.000 inwoners in de afgelopen drie jaar. In de Nota van Inlichtingen worden meerdere vragen gesteld. Zo is onder andere de vraag gesteld om kerncompetentie 1 aan te passen naar ervaring met 20.000 actieve pashouders. Een aanpassing zou meer proportioneel zijn, nu een inwonersaantal niet een passende indicator zou zijn voor de complexiteit of schaal van een stadspas-systeem. De gemeente Ede stelt dat zij graag zo veel mogelijk leveranciers wil benaderen en een dergelijke eis de poule van mogelijke inschrijvers zou verkleinen. Ook stelt BS&F de vraag waarom er bij de kerncompetenties niet wordt uitgegaan van een stadsbrede pas, nu de gemeente Ede heeft aangegeven dat de uitvraag niet een minimapas betreft. De gemeente Ede geeft bij deze vraag ook aan dat de poule van mogelijke inschrijvers te klein zou worden.
De gemeente Ede besluit om na beoordeling te gunnen aan Gemeentewinkel. BS&F heeft naar aanleiding van deze voorlopige gunningsbeslissing kenbaar gemaakt bij de gemeente Ede dat zij betwijfelt of Gemeentewinkel voldoet aan de geschiktheidseisen. Hierop heeft BS&F het antwoord ontvangen dat Gemeentewinkel voor de technische bekwaamheid een beroep doet op Lightbase B.V., die sinds 2021 een opdracht uitvoert voor de gemeente Emmen en voldoet aan de kerncompetenties. De gemeente Ede blijft bij haar voorlopige gunningsbeslissing waarna BS&F een kort geding aanspant.
BS&F stelt dat de opdracht die bij de gemeente Emmen is uitgevoerd is aangevangen in 2021. De ervaring met betrekking tot de implementatie zou daardoor langer geleden zijn dan de drie jaar die is gesteld in de kerncompetenties. Daarnaast zou deze opdracht van een andere aard zijn dan hetgeen is uitgevraagd door de gemeente Ede. De opgegeven referentieopdracht betreft immers een platform voor gemeentelijke meedoen- en participatieregelingen binnen het sociaal domein. Er is een webshop waar inwoners producten kunnen bestellen. De gemeente Ede vraagt volgens BS&F om een stadspas en niet om een platform.
De voorzieningenrechter stelt dat de gemeente Ede niet heeft toegelicht wat wordt verstaan onder een stadspas. Stadspassen bestaan in veel verschillende vormen, waardoor geen taalkundige uitleg kan worden gegeven aan het begrip. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver kan daarom niet bepalen wat wordt verstaan onder ‘ervaring met leveren, implementeren en onderhouden van een stadspas’. Door een onvoldoende transparant geformuleerd begrip ‘stadspas’ in de aanbestedingsprocedure kan niet worden beoordeeld of het platform dat door Lightbase B.V. is opgezet als een vergelijkbare opdracht kan worden bestempeld. Het transparantiebeginsel is daarom geschonden. De rechter geeft aan dat daardoor ook niet kan worden beoordeeld of dit een vergelijkbare opdracht is die in de afgelopen drie jaar is uitgevoerd. De gemeente stelt dat uit de geschiktheidseis niet voortvloeit dat de drie elementen (uitvoering, implementatie en levering) in de afgelopen drie jaar moeten hebben plaatsgevonden. De rechter kan deze uitleg niet volgen. Een dienst die langer dan drie jaar geleden is geïmplementeerd is geen dienst die de gevraagde technische bekwaamheid aantoont.
Tot slot gaat de rechter ook nog in op het punt van de gemeente Ede waarin gesteld wordt dat BS&F haar rechten heeft verwerkt door geen vragen over de geschiktheidseisen te stellen. BS&F had ten tijde van de aanbestedingsprocedure niet kunnen weten hoe de geschiktheidseisen werden uitgelegd en kan daarom ook niet worden verweten dat zij hier niet eerder over heeft geklaagd. Er is in casu ook sprake van een fundamenteel gebrek aan de zijde van de gemeente Ede, namelijk het niet goed definiëren van het begrip ‘stadspas’. De redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding beheersen tussen aanbestedende diensten en inschrijvers brengt mee dat een aanbestedende dienst geen beroep kan doen dat een inschrijver over een bepaald aspect eerder had moeten klagen dan tijdens de procedure bij de rechter.
De gemeente Ede wordt in het ongelijk gesteld. Mocht de gemeente Ede deze opdracht alsnog willen vergeven, zal dit moeten verlopen door middel van een nieuwe aanbestedingsprocedure.
Juridisch kader
- Artikel 2.93 lid 1 sub b van de Aanbestedingswet 2012 bepaalt dat een inschrijver zijn technische bekwaamheid kan aantonen door leveringen of diensten die in de afgelopen periode van ten hoogste drie jaar werden verricht.
- Artikel 6:2 Burgerlijk Wetboek stelt dat de rechtsverhouding tussen partijen op basis van redelijkheid en billijkheid worden beheerst.
- De uit rechtspraak voortvloeiende CAO-norm stelt dat de letterlijke tekst en de bewoordingen in de aanbestedingsstukken van doorslaggevende betekenis moeten zijn. Als er geen taalkundige uitleg kan worden gegeven aan begrippen in de aanbestedingsstukken is het niet duidelijk voor inschrijvers wat wordt uitgevraagd en kan dit een schending van het transparantiebeginsel opleveren, zoals vastgelegd in artikel 1.9 Aanbestedingswet 2012.
Rechters aan het woord
- De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in 2013 dat sprake was van een fundamenteel gebrek in de aanbesteding. In dit geval ging het over de gunningssystematiek. Een cruciaal onderdeel van die systematiek kon op verschillende manieren worden uitgelegd, hetgeen in strijd is met het transparantiebeginsel en daarmee een fundamenteel gebrek opleverde.
- Het Grossman-arrest stelt dat inschrijvers zich proactief moeten opstellen. Wanneer inschrijvers pas klagen over bepaalde aspecten of onduidelijkheden kan het zo zijn dat de rechten van deze inschrijvers zijn verwerkt op deze punten. Het is aan inschrijvers om ten tijde van de aanbestedingsprocedure een proactieve houding op te stellen.
- In 2022 deed het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak over een andersoortig fundamenteel gebrek in een aanbesteding. De aanbestedende dienst had in zijn aanbestedingsstukken zo weinig informatie meegegeven, dat het niet mogelijk was een passende en concurrerende inschrijving te doen, noch ingediende inschrijvingen objectief met elkaar te kunnen vergelijken op een manier die een eerlijke mededinging waarborgt.
Tips voor de praktijk
- Bij een onduidelijkheid in de aanbestedingsstukken waardoor inschrijvingen op cruciale onderdelen niet gecontroleerd of beoordeeld kunnen worden, kan het zijn dat het Grossmann-verweer niet meer opgaat. Uit deze casus blijkt dat dit het geval is wanneer een begrip in de kerncompetentie voor meerderlei uitleg vatbaar is.
- Werk begrippen die op meerdere manieren kunnen worden uitgelegd duidelijk uit, zo nodig met concrete voorbeelden.
- Schrijf geschiktheidseisen en de daarbij behorende referentie-eisen duidelijk op. Baken daarbij de specifieke onderdelen van de opdracht af die binnen de afgelopen drie jaar uitgevoerd moeten zijn.