Jurisprudentie Alarm: Intrekking aanbesteding onrechtmatig: onderbouw de reden met feiten
De zaak
SRO Servicecentrum organiseert een nationale niet-openbare aanbesteding voor de renovatie en verduurzaming van haar hoofdkantoor. Vijf gegadigden worden tot de gunningsfase toegelaten en dienen een inschrijving in. Nog voordat SRO Servicecentrum een voorlopige gunningsbeslissing neemt, trekt zij de aanbestedingsprocedure in. De reden: de inschrijvingen overschrijden de opdrachtwaarde zodanig dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn.
Eiser, een van de inschrijvers, maakt bezwaar tegen de intrekking. Volgens eiser ontbreekt de feitelijke grondslag voor de opgegeven reden. SRO Servicecentrum voert aan dat de inschrijfprijzen de opdrachtwaarde aanzienlijk overstijgen. Daarnaast verwijt zij eiser dat hij heeft afgezien van een door haar aangeboden toelichtingsgesprek.
De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de intrekking onrechtmatig is. De voorzieningenrechter gebruikt het toetsingskader voor intrekking van een Europese aanbesteding, zoals dat volgt uit het Croce Amica-arrest. Dit kader is een invulling van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel. Die beginselen gelden op grond van artikel 1.12 van de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw 2012) ook bij nationale aanbestedingen, waardoor het Europese toetsingskader ook kan worden toegepast ter beoordeling van de nationale aanbesteding van SRO Servicecentrum.
De voorzieningenrechter stelt vast dat SRO Servicecentrum als reden voor de intrekking opgeeft dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Die reden moet zij onderbouwen, maar dat doet zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet. SRO Servicecentrum wijst alleen op het verschil tussen de inschrijfprijzen en de opdrachtwaarde. De opdrachtwaarde geeft echter geen informatie over de beschikbaarheid van financiële middelen. De opdrachtwaarde bepaalt of Europees moet worden aanbesteed en geeft inschrijvers een indicatie van de waarde van de opdracht. SRO Servicecentrum kan niet uitleggen waarom de opdrachtwaarde in dit geval wél iets zegt over haar financiële positie.
Dat eiser heeft afgezien van het toelichtingsgesprek doet niet af aan dit oordeel. SRO Servicecentrum maakt ook in het kort geding niet duidelijk hoe zij in dat gesprek de intrekking had willen onderbouwen. De rechter verbiedt SRO Servicecentrum uitvoering te geven aan de intrekkingsbeslissing en gebiedt haar de aanbesteding te vervolgen.
Tot slot merkt de voorzieningenrechter op dat SRO Servicecentrum de aanbesteding na hervatting opnieuw kan intrekken, mits zij dan wél een deugdelijke onderbouwing geeft. Van een bijzondere situatie die maakt dat dit SRO Sevicecentrum moet worden verboden, is vooralsnog geen sprake. Dat zou wel aan de orde kunnen zijn als SRO Servicecentrum ook bij een eventuele opvolgende intrekking er niet in slaagt om een onderbouwing te geven voor het bestaan van de door haar aan de intrekking ten grondslag gelegde redenen.
Juridisch kader
- Artikel 1.12 Aw 2012 schrijft voor dat aanbestedende diensten bij nationale aanbestedingen het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel in acht nemen. Een aanbestedende dienst is niet verplicht een aanbestedingsprocedure te voltooien. Zij mag de procedure intrekken, mits zij het transparantie- en gelijkheidsbeginsel respecteert. Concreet betekent dit dat zij de inschrijvers tijdig informeert over de intrekking en daarvoor een reden opgeeft. Die reden hoeft niet uitzonderlijk of gewichtig te zijn, maar moet wel een feitelijke grondslag hebben.
Rechters aan het woord
- In het Croce Amica-arrest werd geoordeeld dat een aanbestedende dienst niet verplicht is een aanbestedingsprocedure te voltooien. Intrekking is toegestaan, mits de beginselen van transparantie en gelijke behandeling worden nageleefd. Dat houdt in dat inschrijvers zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gesteld van de intrekking, met opgave van redenen. Niet vereist is dat sprake is van gewichtige of uitzonderlijke redenen, maar de intrekking mag niet dienen om een inschrijver te bevoordelen of te benadelen.
- In de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland uit 2025 werd geoordeeld dat een aanbestedende dienst die bij een tweede intrekkingsbeslissing nog steeds geen onderbouwing geeft voor de opgegeven reden, een verbod op intrekking kan worden opgelegd wegens strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De aanbestedende dienst kan weliswaar besluiten om de opdracht niet definitief aan de winnaar te gunnen, maar dat betekent dan wel dat zij de opdracht niet (meer) in de markt kan zetten.
- Uit de uitspraak van de Rechtbank Den-Haag uit 2024 blijkt dat een fundamenteel gebrek in de gunningssystematiek, mits goed onderbouwd, wel voldoende reden is om de aanbesteding in te trekken na voorlopige gunning.
- Een ander voorbeeld van een rechter die kritisch kijkt naar de onderbouwing die een aanbestedende dienst geeft voor het intrekken van een aanbesteding is te vinden in een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam uit 2016. Hij constateerde dat de aanbestedende dienst een wel erg tweeslachtig standpunt innam; enerzijds betoogde deze dat sprake was van een wezenlijke wijziging van de opdracht, en tegelijkertijd stelde hij dat nog niet kon worden getoetst of sprake is van een wezenlijke wijziging omdat deze kwestie pas aan de orde kan komen bij de nieuwe aanbestedingsprocedure. De rechter vond de wijzigingen die de aanbestedende dienst wilde doorvoeren, evenwel niet wezenlijk.
Tips voor de praktijk
- Het is zaak transparant te zijn in de onderbouwing van de intrekking. ‘Voortschrijdend inzicht’ bij een aanbestedende dienst kan wel degelijk een reden zijn om van gunning af te zien; uit rechtspraak blijkt dat wijzigingen in economische context, feitelijke omstandigheden of behoeften van de aanbestedende dienst, legitieme redenen voor intrekking kunnen zijn. Onderbouw de reden voor intrekking dan wel met concrete feiten. Wie stelt dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn, moet dat aantonen met financiële stukken. Een verwijzing naar de opdrachtwaarde en de prijzen van de inschrijvingen volstaat niet.
- Maak je als aanbestedende dienst een (motiverings)fout bij intrekking van de opdracht en krijg je een herkansing? Wees dan de tweede keer extra zorgvuldig. Maak je twee keer dezelfde (motiverings)fout? Dan kan dat ertoe leiden dat je de opdracht niet meer mag intrekken.