Jurisprudentie Alarm
6 min read

Jurisprudentie Alarm: Fictieve waarde in aankondiging levert geen aanbestedingsgebrek op

16 juni 2026

De zaak

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) organiseert in februari 2025 een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor een opdracht die ziet op bovenregionaal vervoer van mensen met een mobiliteitsbeperking (Valys-vervoer) en vervoer voor sporters met een beperking (Sportvervoer). In de aankondiging op TenderNed staat bij het veld “geraamde waarde” een bedrag van € 1,- vermeld. Gelijktijdig met de aankondiging worden de aanbestedingsstukken gepubliceerd, waaronder een Beschrijvend Document. De aanbestedingsstukken konden, na registratie via de “CTM Solution Aanbestedingstool” (CTM), worden gedownload. De te sluiten overeenkomst heeft een initiële looptijd van zes jaar, met twee optionele verlengingen van ieder maximaal twee jaar. De Staat sluit de overeenkomst voor een omvang van 150% van de indicatieve hoeveelheid kilometers, zodat ook onvoorziene groei kan worden opgevangen. Vijf partijen schrijven in op de opdracht. Op 17 november 2025 wordt de opdracht voorlopig gegund aan Connexxion Taxi Services B.V. (CTS).

TMS GmbH, een Duits vervoersbedrijf, stelt dat de aanbestedingsprocedure gebreken kent en vordert heraanbesteding. Het eerste gebrek is volgens TMS dat de Staat heeft verzuimd de werkelijke geraamde waarde in de aankondiging te vermelden, terwijl zij daartoe naar de mening van TMS wel is verplicht op grond van artikel 49 van Richtlijn 2014/24/EU. TMS monitort aanbestedingen met een zoekfilter op een minimale waarde van € 750.000,-. Door het fictieve bedrag van € 1,- is de opdracht buiten haar filter gevallen en heeft TMS de aanbesteding gemist. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag  buigt zich over het eerste vermeende gebrek. De voorzieningenrechter oordeelt dat noch artikel 49 van Richtlijn 2014/24/EU, noch de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780 de aanbestedende dienst verplicht om de geraamde waarde in de aankondiging op te nemen. Uit Tabel 2 van die Uitvoeringsverordening blijkt uitdrukkelijk dat het veld “geraamde waarde” facultatief is. De Staat mocht er in redelijkheid voor kiezen om een fictief bedrag van € 1,- te vermelden. Dat TMS een zoekfilter op minimale waarde hanteert, is een keuze die voor haar eigen rekening en risico komt.

Ten tweede stelt TMS dat de Staat niet de maximale waarde en hoeveelheid van de opdracht bekend heeft gemaakt, waardoor de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijke behandeling en transparantie in het geding komen. Daarbij meent TMS dat de Staat op grond van het Simonsen & Weel A/S-arrest de maximale waarde en hoeveelheid in de aankondiging van de opdracht had moeten opnemen, omdat geen sprake zou zijn van kosteloze, rechtstreekse en volledige toegang tot de aanbestedingsstukken. TMS stelt in dit kader dat het krijgen van toegang tot de aanbestedingsstukken niet eenvoudig is, omdat een registratieproces doorlopen moet worden waarbij een KVK-nummer is vereist. Buitenlandse inschrijvers, zoals TMS, hebben dat niet. De voorzieningenrechter gaat aan dit betoog voorbij. Een buitenlandse partij kan bij de registratie gebruikmaken van haar (buitenlandse) registratienummer, dat zij had kunnen invullen in een veld dat tijdens de registratie verscheen nadat eerst een (fictief) nummer in het veld voor het KvK-nummer was ingevuld. Verder kan een buitenlandse partij desgewenst eenvoudig contact opnemen met de servicedesk van CTM wanneer zij tegen een probleem aanloopt bij de registratie, waarna een code wordt verstrekt om toegang te krijgen tot de aanbestedingsstukken. Hiertegenover heeft TMS onvoldoende concreet gemaakt dat buitenlandse partijen door het door de Staat gekozen registratieproces op onredelijke wijze zijn beperkt in hun mogelijkheden om kennis te nemen van de aanbestedingsstukken. Derhalve volstond vermelding van de maximale waarde en maximale hoeveelheid in de aanbestedingsstukken.

TMS meent tegen die achtergrond dat de maximale waarde en de maximale hoeveelheid van de opdracht ook niet uit de aanbestedingsstukken blijken. De Staat betwist dit. In het Beschrijvend Document zijn kengetallen genoemd om een beeld te geven van het Valys-vervoer en het Sportvervoer. Daarbij heeft de Staat toegelicht dat inschrijvers op basis van de verstrekte informatie met behulp van de software die zij als vervoerder tot hun beschikking hebben, op eenvoudige wijze een goede inschatting konden maken van de waarde van de opdracht. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat daarmee voldoende heeft onderbouwd dat is voldaan aan de in het arrest Simonsen & Weel A/S geformuleerde rechtsregels en dat van schending van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie geen sprake is.

Juridisch kader

  • Artikel 49 Richtlijn 2014/24/EU: Dit artikel bepaalt welke informatie een aankondiging van een opdracht moet bevatten. Het verwijst naar bijlage V, deel C, van de Richtlijn.
  • Bijlage V, deel C, punten 7 en 8 Richtlijn 2014/24/EU: Punt 7 vereist een beschrijving van de aard en omvang van de diensten. Punt 8 vereist vermelding van de “geraamde totale orde van grootte van de opdracht”.
  • Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1780, Tabel 2: Deze verordening stelt standaardformulieren vast voor aankondigingen van overheidsopdrachten. In Tabel 2 staat het veld voor de geraamde waarde aangemerkt als facultatief (F), wat betekent dat het opnemen ervan geen wettelijke verplichting is.
  • Beginselen van gelijke behandeling en transparantie (Aanbestedingswet 2012 en Richtlijn 2014/24/EU): Deze beginselen verplichten aanbestedende diensten om alle inschrijvers gelijk te behandelen en voldoende informatie te verstrekken.

Rechters aan het woord

  • In het Simonsen & Weel A/S-arrest werd geoordeeld dat aanbestedende diensten bij raamovereenkomsten verplicht zijn de maximale waarde en/of hoeveelheid van de opdracht bekend te maken. Het Hof stelde daarbij vast dat de term “geraamde totale orde van grootte” in bijlage V, deel C, punt 8 van Richtlijn 2014/24/EU slechts een benadering vereist en niet een nauwkeurig bepaald bedrag.
  • De Rechtbank Den Haag oordeelde in 2025 dat een inschrijver niet via haar interesseprofiel op de hoogte had kunnen raken van een aanbestedingsopdracht. Dit omdat de aankondiging niet verscheen in de zoekresultaten van TenderNed bij gebruik van de zoekterm ‘Agglomeratie ‘s-Gravenhage (NL332)’. De Gemeente voerde aan dat zij niet verantwoordelijk is voor de zoekcriteria die marktpartijen hanteren en dat de inschrijver andere zoektermen had kunnen gebruiken. De rechtbank verwierp dit verweer. Zij overwoog dat een aanbestedende dienst op grond van de toepasselijke Uitvoeringsverordening verplicht is om in de aankondiging de NUTS 3-code van de plaats van uitvoering te vermelden. Nu de Gemeente deze verplichting niet was nagekomen, kon zij zich niet met succes beroepen op de eigen verantwoordelijkheid van marktpartijen voor hun zoekgedrag.

Tips voor de praktijk

  • Een aanbestedende dienst mag een fictief bedrag van € 1,- vermelden om inschrijvers naar de aanbestedingsstukken te verwijzen, maar doe dit alleen als die stukken voldoende concrete informatie bevatten over de opdrachtomvang. Zorg altijd dat inschrijvers op basis van de aanbestedingsstukken een realistische inschatting kunnen maken. Bij publicatie van de gegunde opdracht moet de maximale waarde wél vermeld worden.
  • Stel als inschrijver uw zoekfilters niet uitsluitend in op waarde. De rechter maakt duidelijk dat het risico van gemiste opdrachten door waarde-gebaseerde filters voor rekening van de inschrijver komt. Combineer waardefilters altijd met filters op trefwoorden, sector of productcategorie om relevante opdrachten niet te missen.
Terug
Jurisprudentie Alarm: Fictieve waarde in aankondiging levert geen aanbestedingsgebrek op