Aanpak van zorgfraude: het vervolg
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport kondigt in een recente Kamerbrief een concreet pakket aan maatregelen voor de aanpak van zorgfraude. De brief was al aangekondigd door (oud) minister Agema in 2025, na stevige kritiek vanuit de Tweede Kamer over de voortgang om hierin concrete stappen te zetten. Als gevolg van de val van het kabinet in de zomer van 2025 was de brief er echter (nog) niet gekomen. Huidige minister Sterk pakt – in lijn met het Coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag’ – de handschoen nu op en kondigt een concreet pakket aan maatregelen aan. In dit nieuwsbericht lichten wij de belangrijkste punten daarvan uit.
Leidend principe: aanpak van fraude kan alleen samen
Bij de aanpak van zorgfraude zijn vele partners in de gehele zorgsector betrokken, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheden. Geen van deze partners kan zorgfraude alleen terugdringen. Het kabinet wil de aanpak daarom versterken via een integrale en multidisciplinaire samenwerking, strengere toetsing aan de poort, versterking van de bestuurs- en strafrechtelijke handhaving door substantiële capaciteitsuitbreiding, verbeterde gegevensuitwisseling, meer daadkracht in de uitvoering en maatschappelijke verantwoording van de resultaten. Financieel worden deze ambities onderbouwd met middelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA): vanaf 2027 komt er EUR 10 miljoen beschikbaar voor de aanpak van zorgfraude, oplopend tot EUR 50 miljoen in 2030.
-
Strengere toetsing aan de poort
In lijn met de eerder door de Taskforce Integriteit Zorgsector (TIZ) uitgebrachte adviezen, is een centraal thema binnen het pakket aan maatregelen de beoogde aanscherping van de toetredingseisen voor zorgaanbieders.
Eén vergunningplicht voor Zvw, Wlz, Jeugdwet en Wmo 2015 – ook voor onderaannemers en solisten
Het kabinet werkt aan een wetsvoorstel om de toetredingseisen te versterken. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in 2028 aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden. Uitgangspunt is een eenduidige norm en toets voor alle nieuwe en herstartende aanbieders van Zvw- en Wlz-zorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorg gefinancierd vanuit persoonsgebonden budgetten (pgb’s), waarbij integriteit van de aanbieder een prominentere plaats krijgt. Daarbij is de bedoeling dat de vergunningsplicht ook gaat gelden voor solisten en onderaannemers.
Verplichtstelling VOG voor eigenaren, bestuurders, interne toezichthouders en leden van de dagelijkse leiding
De minister beoogt de integriteitstoetsing verder te verstevigen door een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) verplicht te stellen bij vergunningaanvragen en relevante wijzigingen in bestuur of eigendom. De VOG-verplichting zou gaan gelden voor eigenaren, bestuurders, interne toezichthouders en leden van de dagelijkse leiding.
Meer structurele en risicogerichte toepassing van de Wet Bibob
Het kabinet zet daarnaast in op een meer structurele en risicogerichte toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) om malafide partijen beter uit de zorg te weren. De Wet Bibob biedt bestuursorganen de bevoegdheid vergunningaanvragen te weigeren of reeds verleende vergunningen in te trekken op basis van een integriteitsonderzoek naar de criminele antecedenten, financiële stromen en zakelijke relaties van de aanvrager. Zo treft het CIBG maatregelen om Bibob vaker en gerichter toe te passen bij vergunningaanvragen, en worden ook gemeenten ondersteund om het Bibob-instrument breder toe te passen binnen het zorgdomein.
Fysieke controles bij toetreding
Verder zet het kabinet er ook op in om voorafgaand aan een vergunningverlening ook een fysieke integriteitstoetsing te doen bij (risicovolle) nieuwe en herstartende zorgaanbieders, via zogeheten ‘Welkom in de zorg’-gesprekken. Bij deze gesprekken trekken diverse partijen gezamenlijk op, zodat eventuele risico’s eerder worden gesignaleerd. Komend half jaar wordt dit traject verder uitgewerkt met de bedoeling hier in 2027 mee van start te gaan.
-
Verbeterde gegevensdeling
Met de inwerkingtreding van de Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbsrz) op 1 januari 2025 zijn hardnekkige knelpunten in de gegevensdeling opgelost, maar verdere ontwikkeling van wet- en regelgeving blijft volgens de minister nodig. Daartoe kondigt zij onder meer de volgende aanvullende maatregelen aan:
- Regelgeving die het mogelijk maakt dat gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren gegevens met elkaar kunnen uitwisselen tijdens lopende fraudeonderzoeken.
- Het verbeteren van de gegevensdeling tussen CIBG, IGJ, NZa, zorgverzekeraars en zorgkantoren – bijv. door te regelen dat voor iedere partij inzichtelijk wordt wanneer een vergunning is geweigerd of ingetrokken en om welke redenen en de IGJ en NZa inzage te geven in het ingevulde aanvraagformulier van een instelling voor de toelatingsvergunning.
- De ministerraad heeft ingestemd met het voorstel om de NZa en IGJ als ontvanger toe te voegen van risicomeldingen van screeningsautoriteit Justis, waardoor zij signalen van misbruik van rechtspersonen in de zorgsector kunnen ontvangen.
- Mogelijke deelname van de politie en het CIBG aan Stichting Informatieknooppunt Zorgfraude.
- Het ministerie van J&V werkt aan een machtigingsbesluit voor de Wet politiegegevens, waarin de grondslag wordt opgenomen voor het delen van bij de politie aanwezige informatie met raakvlakken met zorgfraude, zodat deze kan worden gedeeld met enkele TIZ-partners[1].
-
Intensivering van handhaving en opsporing
Bestuursrechtelijke handhaving
De bestuursrechtelijke aanpak van zorgfraude wordt geïntensiveerd door een deel van de AZWA-middelen in te zetten voor de uitbreiding van de toezichtscapaciteit. Hierdoor kunnen toezichthouders, zoals de NZa en IGJ, vaker en gerichter — en waar nodig in gezamenlijkheid — gebruikmaken van hun handhavingsinstrumentarium, zoals het opleggen van een aanwijzing, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.
Strafrechtelijke handhaving
In aanvulling op de bestuursrechtelijke aanpak wordt ook het strafrechtelijk optreden versterkt. Een deel van de AZWA-middelen wordt ingezet voor de uitbreiding van de opsporingscapaciteit van de recherche zorgfraude bij de Nederlandse Arbeidsinspectie, zodat meer verdachten van zorgfraude en ondermijning in de zorg kunnen worden opgespoord en vervolgd. Tevens zorgen deze middelen voor extra vervolgingscapaciteit bij het Functioneel Parket van het OM. Ter vergroting van de effectiviteit wordt, naast het intensiveren van strafrechtelijke onderzoeken, ingezet op het versterken van de ketensamenwerking via een gerichte multidisciplinaire aanpak.
Duiding
De Kamerbrief van 8 juni 2026 laat zien dat de al langverwachte verbetermaatregelen ten behoeve van de aanpak van zorgfraude de afgelopen periode inderdaad meer concrete vorm heeft aangenomen. Waar in ons nieuwsbericht van mei 2025 nog veel werd verwezen naar nadere verkenningen, presenteert de huidige brief een pakket met duidelijkere contouren, inclusief een concreter tijdpad voor de meeste maatregelen. Tegelijkertijd zijn er nog losse eindjes: het wetsvoorstel voor de versterking van de toetredingseisen gaat pas in 2028 naar de Kamer en de Kamer ontvangt nog een afzonderlijke brief over de voorgenomen aanscherpingen van de Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz), die eveneens bijdragen aan het beter weren van malafide partijen en het beschermen van publiek zorggeld.
Wij houden u uiteraard op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.
Wilt u meer weten over dit onderwerp, neem dan gerust contact op met Willemien Bischot, Lieke Bartelsman en Sophie Rosendahl, of een van onze andere specialisten op het gebied van Healthcare & Life Sciences.