Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Pensioen en corona voor pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers Alle juridische informatie voor u verzameld

    Dit is een werkdocument dat circa twee keer per week wordt geactualiseerd. De versie die voor u ligt is van woensdag 1 april 2020. Zie met name de nieuw toegevoegde pensioeneffecten van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW).

    Het coronavirus levert voor de wereld, voor Nederland en voor de Nederlandse werkgevers en werknemers en daarmee voor pensioenuitvoerders, een situatie op die we nooit eerder hebben meegemaakt. We zien wat de impact is voor onze cliënten. We zien dat sociale partners, brancheorganisaties, externe toezichthouders en pensioenuitvoerders er alles aan doen om de besluiten te nemen en de adviezen te geven die werkgevers en werknemers nodig hebben om zo goed mogelijk met deze situatie om te gaan. Om pensioenuitvoerders, werkgevers en werknemers zo goed mogelijk in staat te stellen zich te concentreren op de vitale processen, ondernemen en werken, hebben we die informatie hier gebundeld.

    Aan de orde komen de volgende twaalf onderwerpen:

    1. Toezicht op pensioenuitvoerders
    2. Buffereisen en rapportages pensioenfondsen
    3. Coulance betaling van pensioenpremies
    4. Aantonen betalingsproblemen
    5. Bestuurdersaansprakelijkheid en betalingsonmacht
    6. Stopzetten premiebetaling (tijdelijk) en premieachterstand
    7. Beroep op betalingsvoorbehoud
    8. Tijdelijke wijziging pensioenregeling 
    9. Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) en pensioenopbouw
    10. Zorgmedewerkers die vervroegd met pensioen zijn gegaan en weer zijn gaan werken in verband met het coronavirus
    11. Dekking nabestaandenpensioen bij overlijden aan het coronavirus
    12. Beslechting pensioengeschillen  

    Toezicht op pensioenuitvoerders

    De Nederlandsche Bank heeft op 6 maart 2020 zes maatregelen beschreven die pensioenuitvoerders moeten treffen met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering. De Nederlandsche Bank verwacht dat pensioenuitvoerders invulling geven aan de volgende onderwerpen:

    1. Proactief volgen van de ontwikkelingen rondom een pandemie, bij voorkeur met een multidisciplinair team.
    2. In kaart brengen en analyseren van de mogelijke gevolgen voor de instelling van een (griep)pandemie (expliciete impact analyse).
    3. Beoordelen van de bestaande business continuity plannen (BCP’s) op toereikendheid, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke operationele gevolgen van een pandemie (onder andere 30 procent of zelfs meer afwezigheid van personeel).
    4. Expliciet meenemen van het pandemiescenario in de teststrategie van de continuïteitsplannen.
    5. Rekening houden met veranderend gedrag en veranderende voorkeuren van werkgevers, pensioen -en aanspraakgerechtigden en personeel, waaronder door ondersteuning van een sterke toename van internetverkeer.
    6. Vergewissen dat, daar waar gebruik wordt gemaakt van externe dienstverleners en/of kritische leveranciers, deze toereikende maatregelen hebben getroffen en voldoende voorbereid zijn op een pandemie (de afhankelijkheid van alle uitbestedingspartners dient inzichtelijk te zijn en maatregelen toereikend).

    DNB heeft een consumenten Q&A op haar website gepubliceerd ten aanzien van corona. Daarin is er ook aandacht voor pensioen. DNB geeft aan dat het nog te vroeg is om te kunnen zien of de beweging in de rente en de aandelenkoersen de laatste tijd gaat zorgen voor nieuwe kortingen op de pensioenen. Daarvoor wordt gekeken naar de dekkingsgraad van pensioenfondsen aan het eind van het jaar.

    EIOPA, de Europese toezichthouder voor bedrijfspensioenen en verzekeringen, heeft op 20 maart 2020 aanbevelingen gepubliceerd gericht op flexibiliteit in het toezicht met name ten aanzien van de deadline van het opleveren van toezichtrapportages door verzekeraars.

    Buffereisen en rapportages pensioenfondsen

    De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten, het ministerie van Financiën en vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Banken, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars hebben op 17 maart 2020 gesproken over de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus voor de Nederlandse economie en de financiële sector. De Nederlandsche Bank stelde vast dat pensioenfondsen en verzekeraars geraakt worden door deze crisis. De Nederlandsche Bank onderzoekt daarom mogelijke maatregelen om de gevolgen voor deze sectoren te beperken.

    De Pensioenfederatie gaf op 21 maart 2020 daarover aan dat gekeken wordt naar de mogelijke maatregelen om de gevolgen voor de pensioensector te beperken. Dat onder andere door pensioenfondsbesturen te ontlasten en lopende en nieuwe toezichtonderzoeken af te stemmen met de betrokken instelling om waar nodig rekening te kunnen houden met de beschikbaarheid van mensen aan beide kanten en de overvolle agenda bij pensioenfondsbesturen.

    De Nederlandsche bank heeft op 26 maart 2020 bekend gemaakt dat pensioenfondsen voor de rapportage van alle jaarstaten 3 maanden extra tijd krijgen, namelijk tot 30 september 2020. Voor de maand- en kwartaalrapportages, waaronder de herstelplannen, gelden de reguliere termijnen, maar kan ontheffing worden gevraagd. Daarbij is uitgangspunt de Beleidsregel ontheffingen verslagstaten Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling 2015. Herstelplannen – met ijkpunt 1 januari 2020 – moeten daarmee in principe eind maart 2020 bij DNB binnen zijn.

    Coulance betaling van pensioenpremies

    Pensioenfondsen, verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI’s) gaan ondernemers die door de coronacrisis in acute problemen komen of zijn gekomen zoveel mogelijk tegemoetkomen als deze problemen ervaren bij het betalen van de pensioenpremies zonder de rechten van werknemers aan te tasten. Dat hebben de Stichting van de Arbeid en de koepels van pensioenuitvoerders, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars, op 21 maart 2020 bekend gemaakt.

    De exacte voorstellen zullen per pensioenuitvoerder, sector en werkgever kunnen verschillen. Er zijn drie oplossingsrichtingen als basis genomen:

    • Betalingsregelingen voor individuele werkgevers met acute geldproblemen die zich melden bij het pensioenfonds, de verzekeraar of de premiepensioeninstelling.
    • Betalingstermijnen worden voor bepaalde sectoren en getroffen werkgevers verruimd, voor zover wettelijk mogelijk.
    • Minder strikt invorderen, bijvoorbeeld door het inschakelen van incassobureaus en het opleggen van boetes uit te stellen.

    Veel pensioenuitvoerders reiken inmiddels oplossingsrichtingen aan. Pensioenfonds Horeca & Catering geeft werkgevers 30 dagen extra tijd pensioenpremie te betalen. Pensioenfonds Detailhandel biedt werkgevers die tijdelijk minder, of geen pensioenpremie kunnen betalen uitstel van betaling. PMT heeft op 25 maart 2020 haar regeling gepubliceerd, die uitgaat van een met één maand verlengde betalingstermijn en geen rente en boete bij te late betaling. Weer andere pensioenfondsen geven vooralsnog aan dat in principe de standaardtermijnen worden aangehouden, maar benadrukken dat werkgevers contact kunnen opnemen voor een individuele beoordeling met het oog op coulance. En weer anderen, zoals PME (24 maart 2020), geven aan dat het niet nodig is contact op te nemen indien een werkgever gebruik wil maken van de langere betalingstermijn van 8 weken die dit fonds biedt. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Raadpleeg de website van uw pensioenuitvoerder.

    Veel adviseurs besteden inmiddels aandacht aan vragen over uitstel van betaling van pensioenpremies en aanverwante kwesties. Zie een helder overzicht van springende punten door Lutjens in PensioenPro. In algemene zin zien wij binnen de Pensioenwet ruimte voor coulance, maar vergt het gebruik maken van die mogelijkheden wel een zorgvuldige belangweging door pensioenuitvoerders en adviseren wij ook langs die lijn.

    Zie over coulance van betaling van pensioenpremies ook onze Corona Q&A voor werkgevers over dit onderwerp en onze Corona Q&A voor pensioenuitvoerders over dit onderwerp.

    Aantonen betalingsproblemen

    Het is nog niet duidelijk wat de verschillende pensioenuitvoerders zullen verlangen voor het aantonen van betalingsmoeilijkheden voor de coulanceregeling. Niet ondenkbaar is dat in sommige gevallen, in ieder geval op termijn, gevraagd gaat worden om een verklaring van de accountant. Dit zou aansluiten bij de eis die wordt gesteld in de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW), zie hierna. 

    Bestuurdersaansprakelijkheid en betalingsonmacht

    Bestuurders van ondernemingen die op grond van een verplichtstelling deelnemen in een bedrijfstakpensioenfonds moeten zeer goed opletten indien zij pensioenpremies niet kunnen betalen. Zij zijn hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 23 Wet BPF 2000 voor de aan het bedrijfstakpensioenfonds verschuldigde bijdragen. Onder die hoofdelijke aansprakelijkheid kunnen zij in principe alleen uitkomen indien tijdig en op de juiste wijze (op basis van complete gegevens) melding is gedaan van betalingsonmacht.

    Deze wijze van melden luistert nauw. Doe deze melding in ieder geval:

    • schriftelijk,
    • binnen 14 dagen nadat de bijdrage behoorde te zijn voldaan, en
    • geef inzicht in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de bijdrage niet kan worden betaald.

    Het bedrijfstakpensioenfonds kan vervolgens inlichtingen en gegevens opvragen. In principe moeten die inlichtingen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden verstrekt. Laat de onderneming of bestuurder dit na, dan is hij aansprakelijk.

    Stopzetten premiebetaling (tijdelijk) en premieachterstand

    Het stopzetten van premiebetaling heeft gevolgen. Wat die gevolgen zijn, zal afhangen van de aard van de betrokken pensioenuitvoerder. Kort weergegeven kan het resultaat zijn dat pensioenopbouw stopt en risicodekkingen vervallen. De voorwaarden waaronder zijn anders voor verzekeraars en premiepensioeninstellingen dan voor pensioenfondsen en ook algemenen pensioenfondsen. Zie daarover ook dit factsheet van De Nederlandsche Bank.

    Verzekeraars en premiepensioeninstellingen kunnen pas de opbouw van pensioen beëindigen en de risicodekkingen laten vervallen indien zij zich aantoonbaar hebben ingespannen de achterstallige premie te innen. Zij moeten de deelnemers en de werkgever informeren over de noodzaak tot het beëindigen van de pensioenopbouw en kan eerst drie maanden na die mededeling daartoe overgaan. De dekking van het arbeidsongeschiktheidsrisico of het overlijdensrisico blijft volledig in stand tot drie maanden na de bedoelde mededeling.

    Dit illustreert voor verzekeraars direct ook de spanning coulant te zijn bij het bieden betalingsregelingen. Het Verbond van Verzekeraars geeft daarover aanIn deze artikelen [artikel 26 en 29 Pensioenwet] staan strikte processen en termijnen beschreven waar verzekeraars zich aan moeten houden. Dat belemmert de mogelijkheid voor verzekeraars om maatwerk te bieden. Daarover gaan we op korte termijn met SZW en DNB in gesprek.

    Bij pensioenfondsen en algemeen pensioenfondsen zal in de uitvoeringsovereenkomst zijn beschreven wat de termijnen en gevolgen zijn van premieachterstand en het (tijdelijk) stopzetten van premiebetaling. De wet verplicht pensioenfondsen tot periodiek (in ieder geval per kwartaal) informeren over premieachterstanden ter grootte van 5% van de jaarpremie op het moment dat het fonds zich in onderdekking bevindt. In principe kan die informatie worden verstrekt aan het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan van het pensioenfonds.

    Zie over premiebetalingsverplichtingen ook onze Corona Q&A voor werkgevers over dit onderwerp en onze Corona Q&A voor pensioenuitvoerders over dit onderwerp.

    Beroep op betalingsvoorbehoud

    Een werkgever is gehouden tot premiebetaling, tenzij hij zich succesvol kan beroepen op een met de pensioenuitvoerder overeengekomen betalingsvoorbehoud of sprake is van en situatie waarin betaling van de premie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het voorgaande ziet ook op de eventuele verplichting aanvullende bijstortingen te betalen.

    De Pensioenwet laat alleen het betalingsvoorbehoud toe:

    • dat betrekking heeft op de bijdrage van de werkgever (en dus niet de werknemerspremie en daarmee het deel van de bijdrage dat op het inkomen van de werknemer is ingehouden als bijdrage van de werknemer), en
    • in het geval van “ingrijpende wijziging van omstandigheden”.

    Andere afspraken zijn niet toelaatbaar (nietig). Dit volgt uit artikel 12 Pensioenwet.

    Tot die ingrijpende wijziging van omstandigheden worden in ieder geval gerekend financieel onvermogen van de werkgever in geval van evidente overmacht. Dat zal voor sommigen bij deze corona uitbraak wel, maar voor andere niet het geval kunnen zijn. Andere bedingen – bijvoorbeeld die uitgaan van een lichter regime – gericht op voorbehouden de premiebetaling te verminderen zijn nietig en dus niet toegelaten.

    Buiten de gevallen waarin succesvol een beroep kan worden gedaan op een dergelijk beding, is de werkgever in principe aansprakelijk voor premiebetaling. Dit is alleen anders wanneer het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou worden voor werkgevers om premies te betalen. In zijn algemeenheid geldt dat dat een hoge lat is, die niet snel gehaald zal worden. Zeker niet wanneer op de pensioenuitvoerder wel de verplichting rust de pensioenopbouw te continueren. 

    Zie over betalingsvoorbehouden en betalingstermijnen ook onze Corona Q&A voor werkgevers over dit onderwerp en onze Corona Q&A voor pensioenuitvoerders over dit onderwerp.

    Tijdelijke wijziging pensioenregeling

    Eeuikelijke spelregels voor wijziging van de pensioenregeling. Een dergelijke wijziging kan in beginsel niet met terugwerkende kracht ingaan, omdat reeds opgebouwdn werkgever zou mogelijk kunnen besluiten, of de sociale partners zouden kunnen afspreken, om de pensioenregeling – tijdelijk – te wijzigen, zodat de pensioenopbouw en premiebetaling worden beperkt of stopgezet. Uiteraard gelden hiervoor de gebre pensioenaanspraken niet aangetast kunnen worden.

    Een aanpassing van de pensioenregeling waarbij de dekking van nabestaandenrisico's en arbeidsongeschiktheidsrisico's komen te vervallen, ligt – gezien de huidige omstandigheden – mogelijk minder voor de hand. Een beperking van het ouderdomspensioen is wellicht wel mogelijk, maar moet om zinvol te kunnen zijn, snel doorgevoerd worden.

    Wanneer een werkgever onder de werkingssfeer van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds valt – en er dus sprake is van een wettelijk plicht tot deelname in een bedrijfstakpensioenfonds – gaan sociale partners over de inhoud van de pensioenregeling. De werkgever kan dan in beginsel dus niet zelfstandig een tijdelijke wijziging van de pensioenregeling overeenkomen met vakorganisaties en werknemers.

    Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) en pensioenopbouw

    Op 17 maart 2020 heeft de Nederlandse overheid vanwege coronavirus uitzonderlijke economische maatregelen genomen. Ten behoeve van baan- en inkomenszekerheid is de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) aangekondigd.

    Op 31 maart 2020 is de NOW bekendgemaakt, en op 1 april 2020 is de NOW gebupliceerd in de Staatscourant. Zie over die regeling de beantwoording van veel gestelde vragen op de site van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het UWV. Zie ook het nieuwsbericht van ons arbeidsrechtteam, dat nauwlettend de ontwikkelingen ten aanzien van deze regeling volgt. Zie ook het nieuwsbericht van ons arbeidsrechtteam, dat nauwlettend de ontwikkelingen ten aanzien van deze regeling volgt.

    Deze noodmaatregel is bedoeld om werkgevers met omzetdaling tegemoet te komen in de loonkosten. Hierin zit ook een bijdrage voor de door de werkgever te betalen pensioenpremies. Daarop hebben de Stichting van de Arbeid en de koepels van pensioenuitvoerders, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars aangedrongen.

    Kort weergegeven heeft de NOW regeling de volgende faciliteiten ten behoeve van pensioen. Werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen maken onderdeel uit van de aanvullende lasten en kosten van werkgevers die de NOW compenseert. In de toelichting bij de NOW regeling is daarover opgemerkt "Omwille van de uitvoerbaarheid door UWV is gekozen voor een forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten in plaats van het in aanmerking nemen van de precieze werkgeverslasten in individuele situaties. Deze lasten kunnen immers per werkgever en zelfs werknemer verschillen: denk aan de hoogte van pensioenpremies – die bij UWV niet bekend zijn – en de WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract." Dit zit besloten in de vermenigvuldigingsfactor 1,3 genoemd in artikel 7 (Hoogte van de subsidie) van de regeling. 

    Het werknemersdeel van de premie is geen onderdeel van het SV-loon, dus ook die premie, en dus niet alleen het werkgeversdeel, zal uit de forfaitaire 30% opslag gefinancierd moeten worden. De praktijk zal moeten uitwijzen of de 30% opslag afdoende zal zijn voor het dekken van de pensioenpremies – zowel werkgevers als werknemersdeel – nu uit de forfaitaire opslag ook zaken als premie zorgverzekeringen, vakantiegeld en WW-premie gefinancierd zal moeten worden. Niet zelden zal dit tot gevolg hebben dat de NOW-subsidie pensioenlasten slechts zeer beperkt dekt.

    Inmiddels is (op 31 maart 2020) door de Pensioenfederatie als aandachtspunt gesignaleerd de vraag hoe rekening wordt gehouden met de pensioenpremies bij beroepspensioenfondsen van beroepsgenoten in loondienst die niet bekend zijn bij het UWV. Ook is gewezen op het faillissementsrisico, bijvoorbeeld in de periode na ontvangst van de NOW-subsidie en het nog niet betaald zijn van de premies aan de pensioenuitvoerder.

    De Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Ten aanzien van die werktijdverkortingsregeling heeft de Belastingdienst aangegeven dat er mogelijkheden zijn om de pensioenopbouw ongewijzigd voort te zetten ingeval er een tijdelijke arbeidsduurverkorting wordt toegepast als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus.

    Op 23 maart 2020 heeft de Koepel van Gepensioneerden gevraagd om crisiscompensatie van gepensioneerden. Die is niet meegenomen in de NOW.

    Zorgmedewerkers die vervroegd met pensioen zijn gegaan en weer zijn gaan werken in verband met het coronavirus

    De Belastingdienst heeft aangegeven dat gepensioneerde zorgmedewerkers, die hun pensioen meer dan vijf jaar vóór hun AOW-leeftijd vervroegd hebben laten ingaan, nu in verband met de uitbraak van het coronavirus opnieuw weer aan het werk kunnen gaan zonder fiscale gevolgen voor hun pensioen.

    Dekking nabestaandenpensioen bij overlijden aan het coronavirus

    Aanvankelijk was er enige twijfel, met name ten aanzien van pensioenregelingen ondergebracht bij verzekeraars, of het feit dat iemand overleden is door het coronavirus gevolgen heeft voor het uitkeren van nabestaandenpensioen. Individuele pensioenuitvoerders hebben daarop gereageerd ten aanzien van de dekking, bijvoorbeeld Nationale Nederlanden, Aegon en ook premiepensioeninstelling BeFrank. Dekking is over het algemeen aan de orde. Het Verbond van Verzekeraars laat weten dat eventuele uitsluitingen in polisvoorwaarden met betrekking tot verblijven in gebieden waar een negatief reisadvies geldt zijn niet bedoeld voor een situatie zoals deze nu met het virus aan de hand is. 

    Beslechting pensioengeschillen

    De Rechtspraak heeft op 16 maart 2020 bekend gemaakt vanaf dinsdag 17 maart de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Urgente zaken gaan wel door. Dit zijn zaken waar een rechterlijke beslissing niet achterwege kan blijven omdat het bijvoorbeeld raakt aan de rechten van rechtzoekenden. Voor pensioenzaken is er geen specifieke regeling.

    Op 25 maart 2020 is bekend gemaakt dat gerechtsgebouwen ook na 6 april in principe gesloten blijven. Na 6 april 2020 wordt het soort zaken dat inhoudelijk wordt behandeld wel langzaam uitgebreid. Er komt een aanvullende lijst van zaken die ook prioriteit krijgen.

    In pensioenverzekeringskwesties is de behandeling van zaken bij Kifid beperkt mogelijk. Schriftelijke procedures gaan door. Maar er zullen bij Kifid tot en met maandag 1 juni 2020 geen zittingen plaatsvinden, zij het dat wordt gezocht naar alternatieven (teleconferentie). De betrokken consumenten en financiële dienstverleners ontvangen hierover van Kifid bericht. Nieuwe zittingen worden pas weer gepland zodra duidelijk is dat zittingen weer mogelijk zijn.