Kabinet presenteert plan voor ‘passende zorg’ als norm
De ministers Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) hebben op 12 oktober 2026 een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over de verdere uitwerking van de beleidsagenda passende zorg als norm. De brief komt kort na het commissiedebat ziekenhuiszorg van 7 oktober jl., waarin de Kamer bij de bewindspersonen aandrong op een concretere invulling van deze beleidsagenda. De ministers maken van de gelegenheid gebruik om een samenhangend pakket aan maatregelen te schetsen waarmee passende zorg definitief de norm moet worden, zonder ruimte voor vrijblijvendheid. Daartoe is het aanpassen van wet- en regelgeving en het creëren van de juiste randvoorwaarden een volgende stap. In dit nieuwsbericht lichten wij de belangrijkste punten daarvan uit.
Leidend principe: geen vrijblijvendheid, wel gedeelde verantwoordelijkheid
Volgens de ministers is een passend zorgstelsel alleen houdbaar als alle partijen die het stelsel vormen hun bijdrage leveren: zorgaanbieders die samenwerken, zorgverzekeraars die passende zorg inkopen, zorgverleners die deze daadwerkelijk leveren en patiënten die bewust en zorgvuldig met het zorgaanbod omgaan. Akkoorden als het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) vormen hiervoor een belangrijke basis, maar het kabinet neemt nu expliciet de verantwoordelijkheid om de noodzakelijke randvoorwaarden te creëren. Het kabinet wil daarbij koplopers ondersteunen en tegelijk partijen die achterblijven stimuleren en waar nodig aansporen om mee te bewegen.
Het pakket is opgebouwd langs vier lijnen.
- Ondersteunen van professionals in het leveren van zorg die past
Het kabinet wil dat ook maatschappelijke aspecten zoals kosten, de inzet van schaars personeel en duurzaamheid, naast medisch-inhoudelijke effectiviteit, sterker meeweegt bij de totstandkoming van richtlijnen, standaarden en pakketbeheer. Daartoe wil het kabinet via wet- en regelgeving strengere eisen stellen aan de voorwaarden, kwaliteit en (snelheid van) totstandkoming van kwaliteitsstandaarden, en de koppeling tussen standaarden, duidingen en pakketadviezen versterken. Het kabinet laat het maatschappelijk belang sterker meewegen bij richtlijnen, standaarden en het pakketbeheer.
Daarnaast wil het kabinet ervoor zorgen dat patiënten een stevigere informatiepositie hebben en zicht hebben op de kwaliteit en uitkomsten van zorg. Daarnaast moet samen beslissen met de patiënt de norm worden en daarmee aantoonbaar onderdeel worden van het zorgproces. Er moeten (wettelijke) voorwaarden worden verbonden aan betrouwbare en openbare kwaliteitsinformatie voor patiënten, zodat de vrijblijvendheid hierin verdwijnt. Het kabinet ziet dat transparantie over kwaliteit van zorg aan patiënten achterblijft en ziet hierin een sterkere rol en positie voor het Zorginstituut, en verwacht eind dit jaar een definitief advies van het Zorginstituut over het herijken van diens kwaliteitstaken.
In het kader van het wegnemen van belemmeringen om passende zorg te verlenen wordt onderzocht hoe meer nadruk kan komen te liggen op de interne klachtenregeling als bedoeld in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) om te voorkomen dat een dreigende tuchtklacht een belemmering vormt voor het verlenen van passende zorg. De uitwerking hiervan is nader toegelicht in de Verzamelbrief Wet BIG 2026 van 7 oktober jl. Ook wordt onderzocht of in richtlijnen kan worden vastgelegd dat een zorgverlener op weloverwogen professionele gronden van een behandeling kan afzien.
- Zorgverzekeraars verzekeren dat passende zorg er is
Voor het sturen op de beschikbaarheid van passende zorg verwacht het kabinet van zorgverzekeraars dat zij hier sterker op gaan sturen, onder andere via de contractering. Het kabinet bereidt een wetsvoorstel voor waarin de mogelijkheid tot vergoeding van niet-gecontracteerde zorg wordt afgeschaft, zodat aanbieders van niet-passende zorg niet langer worden betaald uit zorgpremies en belastingen. Dit moet ervoor zorgen dat zorgaanbieders die niet mee doen aan afspraken om beter samen te werken in de regio of aan het geven van spoedzorg, of zorgaanbieders die relatief veel niet passende zorg bieden zich niet langer kunnen onttrekken aan afspraken die zorgverzekeraars willen maken over passende zorg.
Verder wil het kabinet, waar nodig en mogelijk via aanpassing van regelgeving, de informatiepositie van zorgverzekeraars verbeteren, zodat zij passende en niet-passende zorg beter kunnen onderscheiden, dit kunnen meewegen bij de zorginkoop, beter kunnen controleren op zorgfraude en patiënten kunnen bemiddelen naar zorgaanbieders met voldoende capaciteit.
- Zorgaanbieders organiseren een zorglandschap dat past
Zorgaanbieders en zorgverzekeraars blijven zelf verantwoordelijk voor het organiseren van (regionale) oplossingen voor de beschikbaarheid van zorg. Omdat partijen hierbij van elkaar afhankelijk zijn, onderzoekt het kabinet hoe hun verantwoordelijkheden beter op elkaar kunnen worden afgestemd, onder meer door de zorgplicht van zorgverzekeraars te verduidelijken, zodat deze niet alleen ziet op de huidige beschikbaarheid van zorg, maar ook op wat nodig is om passende zorg in de toekomst toegankelijk te houden. Voor zorgaanbieders onderzoekt het kabinet hoe hun verantwoordelijkheid voor de toegankelijkheid van zorg voor hun patiënten kan worden versterkt. Met zorgverzekeraars en de NZa wordt verkend welke juridische randvoorwaarden nodig zijn om te borgen dat zorgverzekeraars waar nodig gelijkgericht handelen wanneer een noodzakelijke verandering niet door één verzekeraar afzonderlijk kan worden gerealiseerd.
Daarnaast werkt het kabinet een escalatiemechanisme uit voor situaties waarin een maatschappelijk noodzakelijke uitkomst voor de kwaliteit, toegankelijkheid of betaalbaarheid van zorg aantoonbaar niet tot stand komt. Wat ‘aantoonbaar niet tot stand komen’ in deze context betekent laten de ministers onbesproken. Onderzocht wordt wanneer escalatie aan de orde kan zijn, wie vaststelt dat sprake is van een probleem dat partijen zelf onvoldoende kunnen oplossen, en welke instrumenten vervolgens passend en proportioneel zijn.
- Een vitaal en economisch weerbare industrie ondersteunt passende zorg
Ontwikkelingen als de COVID-19-pandemie, toenemende geopolitieke spanningen en de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen hebben echter laten zien dat de beschikbaarheid van medische producten onder druk staat.
Het kabinet wil daarom dat medische producten meer vraaggestuurd worden ontwikkeld en meer worden ingezet als middel om passende zorg mogelijk te maken en, waar kan, zorg te de-medicaliseren.
Het kabinet zet in op strategische productiecapaciteit en voorraadvorming van kritieke geneesmiddelen en andere medische producten, mede via de implementatie van de Critical Medicines Act (CMA), en bereidt wet- en regelgeving voor gericht op het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp) om onnodige prijsdruk, marktverschraling en beschikbaarheidsproblemen tegen te gaan. Met die vraaggestuurde aanpak moet worden voorkomen dat passende zorg strandt op een tekort aan het juiste product op het juiste moment.
Verdere uitwerking volgt na consultatie van betrokken partijen
De in de brief geschetste maatregelen worden de komende maanden verder uitgewerkt en getoetst bij betrokken partijen. Begin 2027 informeert het kabinet beide Kamers over welke wijzigingen in wet- en regelgeving hiervoor nodig zijn en hoe hieraan vorm wordt gegeven.
De financieel-economische gevolgen, arbeidsmarkt- en regeldrukeffecten, en de juridische aspecten van het pakket zijn volgens de onderliggende beslisnota nog niet uitgewerkt. Deze worden in de komende periode nader afgestemd met de directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ). De ambities voor passende zorg krijgen zo weliswaar een duidelijkere richting, maar de concrete vertaling daarvan moet nog grotendeels worden vormgegeven.
Wij houden u uiteraard op de hoogte van de verdere ontwikkelingen.
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met een van onze collega’s van het Healthcare & Lifesciences team.