Perikelen bij gemeentegrens overschrijdende warmtekavels onder de Wcw
De Wcw geeft het college veel ruimte bij het vaststellen en afbakenen van warmtekavels. Bij de vaststelling zijn regionale samenwerking en de technische samenhang van collectieve warmtesystemen van belang. Wanneer de collectieve warmtevoorziening in het ene gebied voor de levering van warmte afhankelijk is van de toegang tot de collectieve warmtevoorziening in het andere gebied, is het uitganspunt dat één (gemeentegrensoverschrijdend) warmtekavel wordt vastgesteld. Deze uitganspunten voor het vaststellen van een warmtekavel, botsen soms met de praktijk waarin bestaande warmtebedrijven al actief zijn. Gelet daarop doen gemeenten er goed aan om tijdig in beeld te krijgen hoe bestaande en toekomstige warmtesystemen in de regio zijn/zullen worden ingericht, om de verkaveling en aanwijzing van warmtebedrijven juridisch en technisch goed te laten aansluiten op de wensen en de praktijk.
Op 1 januari 2027 treedt de Wet collectieve warmte (Wcw) in werking. Daarmee wordt de huidige Warmtewet gefaseerd vervangen. Het doel van de Wcw is om de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen te versnellen en (beter) te reguleren om zo de energietransitie aan te jagen. Een belangrijke verandering onder de Wcw is de centrale regierol voor gemeenten. Gemeenten krijgen meer invloed op de inrichting van de warmtetransitie binnen hun grondgebied. Zij krijgen de taak om warmtekavels vast te stellen en vervolgens om per warmtekavel één warmtebedrijf aan te wijzen voor (o.m.) de aanleg, het beheer, het onderhoud en de exploitatie van een collectieve warmtevoorziening. Eerder schreven wij al een blog over de belangrijkste kenmerken van warmtekavels onder de Wcw, deze lees je hier. In dit blog gaan wij nader in op de vaststelling van gemeentegrensoverschrijdende warmtekavels en het overgangsrecht dat daarop van toepassing is voor bestaande warmtebedrijven en warmtenetten.
Vaststellen van een kavel
Gemeenten, meer in het bijzonder het college van burgemeester en wethouders (college), hebben onder de Wcw tot taak om warmtekavels vast te stellen binnen hun grondgebied. Binnen zo’n kavel kan vervolgens een collectieve warmtevoorziening worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Bij de vaststelling van (de omvang van) een warmtekavel staat voorop dat een duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening mogelijk moet zijn. Daarnaast moet het aangewezen warmtebedrijf het systeem doelmatig kunnen aanleggen en exploiteren, tegen zo laag mogelijke kosten en met voldoende leveringszekerheid. Ook moet de omvang bijdragen aan een efficiënte regionale warmtetransitie. [1]
De omvang van een warmtekavel kan daarom sterk verschillen en hangt onder meer af van beschikbare warmtebronnen, bestaande infrastructuur en de warmtevraag. Het college is overigens niet verplicht tot het vaststellen van een warmtekavel: als een collectief warmtesysteem niet doelmatig is, kan het college daarvan afzien.
Gemeentegrens overstijgende warmtekavels
Warmtekavels kunnen gemeentegrenzen overstijgen. Bij het vaststellen van een warmtekavel moet het college namelijk niet alleen kijken naar het eigen grondgebied, maar ook naar ontwikkelingen in omliggende gemeenten (zoals bijvoorbeeld opgenomen in de Regionale Energiestrategie) of de warmteprogramma’s (of transitievisies warmte) van omringende gemeenten. Gedacht kan worden aan de beschikbaarheid en inzet van een (schaarse) warmtebron in nabijgelegen gemeenten, mogelijkheden om door samenwerking met andere gemeenten de ontwikkeling van een warmtebron mogelijk te maken (bijvoorbeeld geothermie) of voorgenomen plannen in nabijgelegen gemeenten om een collectief warmtesysteem te ontwikkelen en te realiseren. Ook moet het college bij de vaststelling rekening houden met eventuele warmtegemeenschappen in het gebied.[2]
Toepassing van deze criteria kan soms tot de conclusie leiden dat een gemeentegrens overschrijdend warmtekavel moet worden vastgesteld. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een warmtebron is gelegen in gemeente A, en via het warmtenet (dat de bron ontsluit) zowel warmte in gemeente A, als in gemeente B als in gemeente C wordt geleverd. Gelet op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Wcw ligt het dan voor de hand om een gemeentegrensoverschrijdend warmtekavel vast te stellen.
Aanwijzing van een warmtebedrijf
Nadat zo een gemeentegrensoverschrijdend warmtekavel is vastgesteld, moet het college een warmtebedrijf aanwijzen dat exclusief bevoegd is om de collectieve warmtevoorziening binnen de kavel te realiseren en exploiteren. Per warmtekavel kan slechts één warmtebedrijf worden aangewezen. In beginsel kan alleen een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang (of een warmtegemeenschap) worden aangewezen, tenzij sprake is van een situatie zoals beschreven in artikel 2.6 Wcw (aanwijzing tijdens de ingroeiperiode) of in artikel 13.2 Wcw (aanwijzing van een bestaand warmtebedrijf).
Uitgangspunten gemeentegrensoverschrijdend warmtekavel botsen soms met de praktijk
De uitgangspunten voor het vaststellen van warmtekavels kunnen botsen met de praktijk. In praktijk wordt warmte soms uitgekoppeld via het warmtenet van het ene warmtebedrijf, maar levert dit warmtenet warmte aan verschillende (niet tot dezelfde groep behorende) warmtebedrijven in meerdere gemeenten. Kijkend naar de criteria zoals opgenomen in artikel 2.1 Wcw zou het logisch zijn één warmtekavel vast te stellen (dat de gemeentegrenzen overschrijdt). Gelet op de criteria onder artikel 13.3 lid 1 onder Wcw zou het bovendien ook logisch zijn om dan één warmtebedrijf aan te wijzen voor dit warmtekavel.
Echter, het feit dat er verschillende warmtebedrijven actief zijn, verhindert dat één warmtekavel wordt vastgesteld. Als gezegd kan per warmtekavel maar één warmtebedrijf worden aangewezen. En in dit voorbeeld waarin verschillende warmtebedrijven actief zijn, biedt het overgangsrecht van de Wcw geen basis om één warmtebedrijf aan te wijzen. En om die reden kan voor het gebied waarover dit warmtenet uit bovenstaand voorbeeld zich uitstrekt, ook niet slechts één warmtekavel worden vastgesteld.
Verplichte samenvoeging van warmtekavels
In bovenstaand voorbeeld zal dit technisch samenhangende collectieve warmtesysteem (dat een schoolvoorbeeld is van waarvoor samenvoeging tot één warmtekavel is bedoeld) dus moeten worden opgeknipt in meerdere warmtekavels met afzonderlijke aanwijzingen. Dit kan tot het onwenselijke gevolg leiden dat een aangewezen warmtebedrijf voor de exploitatie van zijn warmtesysteem of toegang tot de warmtebron van zijn systeem afhankelijk wordt van een andere partij, met het risico dat het warmtebedrijf zijn wettelijke taken niet (meer) goed kan uitvoeren (bijv. verduurzaming of leveringszekerheid). De Wcw probeert dit nu juist te voorkomen met de verplichte samenvoegingsregeling. [3]
Tijdige inventarisatie
Gelet op het voorgaande doen gemeenten er goed aan om tijdig in beeld te krijgen hoe bestaande en toekomstige warmtesystemen in de regio zijn/zullen worden ingericht, om de verkaveling en aanwijzing van warmtebedrijven juridisch en technisch goed te laten aansluiten op de wensen en de praktijk. Dat geldt in het bijzonder voor de technische samenhang van netten, de eigendomsstructuur, de looptijd van de verschillende concessies en de vraag welke partijen feitelijk actief zijn binnen één collectief warmtesysteem.
Neem voor meer informatie contact op met Léone Klapwijk of Sophie Silverstein