Nieuws
5 min read

Minister VWS herbezint op Wet integere bedrijfsvoering zorg: aanscherping winstuitkeringsverbod en private equity

7 January 2026

De (demissionair) minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 11 december 2025 in een Kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd over het vervolg van het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) en gereageerd op een recente uitspraak van de Raad van State over het winstuitkeringsverbod in de zorg. In de kamerbrief kondigt de minister een brede herbezinning aan op het wetsvoorstel, met bijzondere aandacht voor winstuitkering en de rol van private equity.

Herbezinning op de Wibz

De Wibz beoogt de integere bedrijfsvoering in de zorg en jeugdhulp te versterken, onder meer door strengere regels voor winstuitkering, aanvullende voorwaarden aan financieringsconstructies en extra vergunningseisen. Uit de behandeling in de Tweede Kamer blijkt echter dat er zorgen bestaan over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en proportionaliteit van het wetsvoorstel. Die zorgen richten zich met name op de vraag of de Wibz voldoende waarborgen biedt tegen aanbieders en investeerders met verkeerde intenties, zonder goedwillende partijen onevenredig te belasten. In dat kader zijn er ook meerdere moties ingediend die oproepen private equity te verbieden of zoveel mogelijk uit de zorg te weren. De minister geeft aan het wetsvoorstel opnieuw tegen het licht te houden en te onderzoeken waar aanscherpingen mogelijk en wenselijk zijn. Daarbij wordt expliciet gekeken naar de juridische houdbaarheid, administratieve lasten en gevolgen voor de continuïteit en toegankelijkheid van zorg.

Uitspraak Raad van State over winstuitkeringsverbod

Aanleiding voor de herbezinning is mede een uitspraak van de Raad van State van 22 oktober 2025. In die zaak oordeelde de Raad van State dat het winstuitkeringsverbod in het concrete geval niet coherent en consistent was toegepast en daarmee in strijd kwam met het Europees recht. Tegelijkertijd bevestigde de Raad van State dat kwaliteit en toegankelijkheid van zorg dwingende redenen van algemeen belang kunnen vormen die beperkingen op winstuitkering rechtvaardigen.

In de overwegingen van de Raad van Staat ziet de minister aanleiding om de reikwijdte van het winstuitkeringsverbod opnieuw te heroverwegen. In dat kader schetst hij drie mogelijke denkrichtingen. Elk van deze opties kent aanzienlijke juridische en beleidsmatige consequenties en vraagt nadere uitwerking.

De minister noemt de volgende drie denkrichtingen:

  1. Een gedifferentieerde benadering waarbij voor sommige zorg- of leveringsvormen geen plek is voor winstuitkering vanwege grote risico’s, terwijl dit op andere plekken onder voorwaarden wel mogelijk is;
  2. Een gelijk speelveld met ruimte voor bescheiden winstuitkeringen, maar niet voor investeringen gedreven door hoge winstuitkeringen, gecombineerd met maatregelen die excessen tegengaan zoals een maximum op winstuitkeringen en aangescherpte voorwaarden;
  3. Een algeheel winstuitkeringsverbod voor de hele zorg vanwege het publieke karakter en het inherente risico voor kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid. Deze optie zou het kader van het huidige wetsvoorstel te buiten gaan en vragen om een fundamentele herbezinning op de rol van alle partijen in het zorgstelsel.

Private equity: twee benaderingen

Ook de rol van private equity in de zorg wordt opnieuw tegen het licht gehouden. De minister besteedt nadrukkelijk aandacht aan verdere aanscherpingen die de – volgende de Minister – negatieve consequenties van private equity in de zorg beperken en schetst twee opties.

De eerste optie richt zich op het weren van risicovolle gedragingen (zoals discontinuïteit en excessieve winstuitkeringen). Door regelgeving te richten op gedrag in plaats van op specifieke investeerders, is deze breder toepasbaar. De Minister overweegt verdergaande maatregelen zoals een maximaal winstuitkeringspercentage, uitgebreide terugvorderingsmogelijkheden voor de NZa en een minimale continuïteitsperiode voorafgaand aan winstuitkering.

De tweede optie betreft een direct verbod op overeenkomsten met private equity-partijen. Hoewel dit aansluit bij de wens van een deel van de Kamer, acht de minister dit juridisch kwetsbaar. Een verbod zou de contractvrijheid en EU-bepalingen inzake vrij verkeer kunnen schenden. Bovendien ontbreekt onderbouwing waarom specifiek de private equity investeerders geweerd moeten worden, terwijl onderzoek niet aantoont dat private equity meer risico’s met zich meebrengt dan andere financieringsvormen. De maatregel heeft een smalle reikwijdte waardoor andere problematische investeerders buiten beeld blijven en ontwijkingsconstructies mogelijk zijn. Daarnaast waarschuwt de Minister voor concrete gevolgen van een direct verbod: (i) continuïteit en toegankelijkheid van zorg en jeugdhulp kunnen onder druk komen door afnemend aanbod; (ii) innovatie en doelmatigheid kunnen lijden door minder beschikbaar kapitaal, met gevolgen voor betaalbaarheid en kwaliteit; (iii) financiële risico’s bestaan door mogelijke schadeclaims wegens misgelopen inkomsten; en (iv) de effectiviteit is beperkt omdat andere typen investeerders buiten schot blijven.

Vervolg en betekenis voor de praktijk

De minister verwacht de Tweede Kamer in de eerste helft van 2026 te kunnen informeren over de uitgewerkte opties voor verdere aanscherping in de Wibz, inclusief de voor- en nadelen en verwachte risico’s. Definitieve besluitvorming laat hij, vanwege zijn demissionaire status, over aan een volgend kabinet.

Voor zorg- en jeugdhulpaanbieders en investeerders onderstreept deze kamerbrief dat de discussie over winst en private equity nog volop in beweging is. De uiteindelijke koers zal mede afhangen van de politieke keuzes die een volgend kabinet maakt, binnen de grenzen van het Europees recht.

We houden u op de hoogte.

Voor nadere vragen kunt u contact opnemen met Dimitri van Hoewijk en Yara Voogel of een van onze collega’s uit het Healthcare & Life Sciences team.

Back
Minister VWS herbezint op Wet integere bedrijfsvoering zorg: aanscherping winstuitkeringsverbod en private equity