Update non-bancaire financiering: jurisprudentie
Hoge Raad 23 januari 2026
In deze uitspraak gaat het over verrekeningsbevoegdheid bij verjaarde vorderingen in een geschil tussen exploitant van stadsverwarming En natuurlijk en belangenstichting SRV over een periodieke aansluitbijdrage. Het hof heeft geoordeeld dat op grond van artikel 6:131 BW de verjaring van een vordering er niet aan in de weg staat dat een schuldeiser een verjaarde vordering verrekent met een tegenvordering die zijn wederpartij op hem heeft of krijgt. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel in zijn algemeenheid onjuist is. Artikel 6:131 BW laat een bestaande verrekeningsbevoegdheid voortbestaan na verjaring, maar schept geen bevoegdheid tot verrekening van een reeds verjaarde vordering met een schuld die pas na voltooiing van de verjaring ontstaat. Voor dat laatste geval geldt onverkort het vereiste van artikel 6:127 lid 2 BW dat degene die zich op verrekening beroept bevoegd moet zijn tot het afdwingen van de betaling van de vordering waarmee hij zijn schuld wil verrekenen.