Artikel
6 min read

De strategische investeringsagenda van Wennink: een impuls voor M&A activiteit

26 januari 2026

Nederland staat op een economisch keerpunt. Het rapport van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen luidde vorig jaar de noodklok: Europa verliest in hoog tempo technologisch en strategisch terrein aan de Verenigde Staten en China. Zonder gerichte investeringsstrategie komt onze welvaart onder druk te staan. Peter Wennink vertaalt in zijn recente rapport “De route naar toekomstige welvaart” van 12 december 2025 deze Europese analyse naar de Nederlandse context en schetst een concrete koers: investeren in productiviteit, innovatie en strategische relevantie. Die agenda creëert aanzienlijke kansen voor ondernemingen, investeerders en private equity. Daarmee vormt het een belangrijke impuls voor toekomstige fusies en overnames.

Schaal en kapitaal als katalysator voor groei

De centrale stelling van Wennink is helder: om onze welvaart te behouden moet de economische groei stijgen naar minimaal 1,5% tot 2,0% per jaar. Omdat de arbeidsmarkt verzadigd is en de beroepsbevolking stagneert, moet deze groei vrijwel volledig voortkomen uit hogere arbeidsproductiviteit. Dat vergt grootschalige investeringen in innovatie, technologie en opschaling. Volgens het rapport is daarvoor €151-187 miljard aan extra investeringen nodig in de komende tien jaar, waarvan het overgrote deel uit private bronnen moet komen. Deze investeringsopgave is niet alleen economisch noodzakelijk, maar ook een strategische keuze om Nederland technologisch relevant te houden in een wereld waarin de VS en China steeds dominanter worden.

Voor de M&A markt betekent dit een structurele toename in de vraag naar kapitaal, schaalvergroting en consolidatie. Bedrijven moeten opschalen om technologische investeringen te kunnen dragen en internationaal competitief te blijven. Fusies en overnames zijn de noodzakelijke motor voor deze schaalvergroting.

Vier belangrijke sectoren: de deal-drivers van 2026

Het rapport identificeert vier strategische domeinen die zowel maatschappelijk noodzakelijk zijn als aantrekkelijke investeringskansen bieden: digitalisering en AI, energie- en klimaattechnologie, life sciences en biotechnologie, en veiligheid en weerbaarheid. Deze sectoren staan op het snijvlak van economische noodzaak, geopolitieke relevantie en technologische schaalbaarheid. Ze kennen vaak hoge marges, sterke exportposities en potentieel voor snelle opschaling. Dat zijn kenmerken die aantrekkelijk zijn voor strategische en financiële investeerders.

In deze sectoren is de afgelopen jaren al een duidelijke toename van M&A activiteit zichtbaar. AI-bedrijven bouwen productplatformen via buy-and-build-strategieën, energie- en batterijtechnologie trekt zowel industrieel als financieel kapitaal aan, biotechbedrijven sluiten licentie- en ontwikkelingsdeals met internationale partners, en in defensietechnologie en cybersecurity ontstaat consolidatie rond dual-use-innovatie. Het rapport Wennink versterkt deze beweging door de politieke en economische rationaliteit van dergelijke investeringen expliciet te maken en door concrete investeringspaden per sector uit te stippelen. Daarmee wordt niet alleen de investeringsbereidheid vergroot, maar ook de voorspelbaarheid, wat een cruciale factor is voor transacties.

Een investeringsklimaat dat transacties ondersteunt

Een cruciaal inzicht uit het rapport is dat investeringen alleen plaatsvinden wanneer de randvoorwaarden kloppen. Wennink pleit daarom voor snellere vergunningverlening, versterking van talent en kennisimmigratie, voorspelbare regelgeving, betaalbare en betrouwbare energie-infrastructuur, en de oprichting van een Nationale Investeringsbank. Dit zijn precies de factoren die strategische kopers, internationale investeerders en private equity meewegen bij hun investeringsbeslissingen.

Wanneer deze randvoorwaarden verbeteren, groeit niet alleen de investeringsbereidheid maar ook de M&A activiteit. Waar groei via autonome expansie wordt vertraagd door netcongestie, vergunningen of infrastructuur, biedt M&A vaak een snellere route naar markttoegang, technologie of kritische competenties. Het rapport benadrukt bovendien dat Nederland moet kiezen voor hoogproductieve sectoren; een verschuiving die vrijwel altijd gepaard gaat met kapitaalherschikking via transacties.

Herallocatie via fusies en overnames

Strategische prioriteiten leiden meestal tot kapitaalverschuivingen via fusies en overnames. Bedrijven heroriënteren zich op activiteiten met de hoogste innovatie, export of winstgevendheid, wat resulteert in carve-outs van niet-strategische activiteiten, joint ventures in kapitaalintensieve technologie, en grensoverschrijdende acquisities. Nederlandse bedrijven moeten technologische nicheposities opbouwen in complexe domeinen zoals fotonische chips, quantumtechnologie en geavanceerde biotechnologie. Die posities zijn moeilijk organisch op te bouwen, maar kunnen via gerichte acquisities worden versterkt.

Dit patroon is herkenbaar uit eerdere economische transities. In de telecomsector in de jaren negentig, in energie-infrastructuur in de jaren 2000, en in digitale platforms in de jaren 2010 speelde M&A telkens een centrale rol bij het bereiken van schaal en het opbouwen van technologisch leiderschap. De nu door Wennink benoemde sectoren (halfgeleiders, AI-infrastructuur, batterijtechnologie, biotechproductie) passen in dat historische patroon. Het rapport benadrukt bovendien expliciet de noodzaak van ‘creatieve destructie’: oude, laagproductieve bedrijven moeten plaats maken voor nieuwe, innovatieve ondernemingen. Die dynamiek wordt versneld door transacties.

De Europese dimensie

De Europese dimensie is daarbij essentieel. Draghi maakte duidelijk dat Europa zonder schaalvergroting en industriële consolidatie geen technologisch leiderschap kan opbouwen. Wennink laat zien hoe Nederland binnen die context waarde kan toevoegen door te focussen op specifieke technologische niches waarin we onderscheidend zijn. Beide rapporten verwijzen naar strategische autonomie en industriële capaciteit. Dat zijn concepten die in de praktijk vragen om grensoverschrijdende consolidatie, (Europese) joint ventures en strategische partnerschappen. De voorgestelde Nationale Investeringsbank en het Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie zijn ontworpen om zowel nationale als Europese cofinanciering te faciliteren, wat cross-border transacties aantrekkelijker maakt.

Een positieve route vooruit

Hoewel de aanleiding voor het rapport zorgelijk is (dalende productiviteit, stijgende kosten en geopolitieke druk) is de voorgestelde route vooruit positief, concreet en realistisch. Het rapport kiest nadrukkelijk voor een investerings- en groeimodel dat kennis, technologie en productiviteit centraal stelt, niet voor een bezuinigingspad. Dat maakt dit moment bijzonder interessant voor ondernemingen, en investeerders. Economieën die zich herpositioneren creëren kansen voor transacties. Wennink schetst waar die kansen liggen en hoe Nederland ze kan benutten.

Van Doorne: Navigeren door transities

Het Corporate/M&A-team van Van Doorne ondersteunt cliënten bij transacties die voortkomen uit deze transities: van groeifinancieringen tot carve-outs, van joint ventures tot strategische overnames en publiek-private structuren. Wij zijn actief in de genoemde domeinen en werken geïntegreerd met specialistische teams.

De analyse van Wennink vertoont opvallende raakvlakken met de vier transities die wij als Van Doorne centraal stellen:

Deze transities vragen om ondernemerschap, kapitaal en strategische herpositionering. Dat is precies waar fusies en overnames een katalyserende rol kunnen spelen. Van Doorne staat klaar om daarbij te helpen.

Terug
De strategische investeringsagenda van Wennink: een impuls voor M&A activiteit