Artikel
7 min read

De Nieuwe Regeling 2025: een welkome modernisering

18 maart 2026

Artikel DNR 2025

De Nieuwe Regeling 2025: een welkome modernisering[1]

De Nieuwe Regeling (DNR) is een set algemene voorwaarden die is bedoeld voor overeenkomsten binnen de bouw-, ontwerp- en technieksector tussen opdrachtgevers en adviseurs die ontwerpende en adviserende taken uitvoeren. De DNR is opgesteld door de Koninklijke Bond van Nederlandse Architectenbureaus (BNA) en belangenbehartigingsorganisatie Koninklijke NLingenieurs (voorheen de Organisatie van advies- en ingenieursbureaus (ONRI)).

De DNR is in 2005 vastgesteld (DNR 2005) en vervolgens herzien in 2011 (DNR 2011), waarna in 2013 nog een beperkte aanpassing volgde (DNR 2011 (versie 2013)). Eind 2025 presenteerden BNA en NLingenieurs de DNR 2025, de eerste substantiële herziening in veertien jaar. Uit de toelichting op de DNR 2025 volgt dat deze regeling beter aan zou moeten sluiten op de praktijk, nieuwe wet- en regelgeving en de digitalisering binnen de sector, en daarmee de noodzaak tot afwijkingen op de regeling zou moeten wegnemen.

In deze bijdrage gaan wij in op enkele belangrijke wijzigingen in de DNR 2025 ten opzichte van de DNR 2011 (versie 2013).

Belangrijke wijzigingen

De DNR 2025 is op een behoorlijk aantal punten gewijzigd ten opzichte van de DNR 2011 (versie 2013). In algemene zin geldt dat de bepalingen compacter en beter leesbaar zijn dan in de DNR 2011 (versie 2013). Ter vergelijking: de DNR 2011 (versie 2013) bestond nog uit 59 artikelen verdeeld over 38 pagina’s, terwijl de DNR 2025 slechts 22 artikelen verdeeld over 28 pagina’s omvat. Daarnaast zijn bepalingen toegevoegd of aangepast met betrekking tot bijvoorbeeld aansprakelijkheid, constructieve veiligheid, kwaliteitsborging, de waarschuwingsplicht van de adviseur, digitalisering (AI) en privacy. In het volgende bespreken wij deze wijzigingen.

Aansprakelijkheid

De aansprakelijkheid van de adviseur is opgenomen in artikel 14 van de DNR 2025. De regeling vertoont veel gelijkenissen met de oude regeling van de DNR 2011 (versie 2013), maar er zijn wel degelijk enkele meldenswaardige wijzigingen doorgevoerd:

  • Schadebegrip: in geval van een toerekenbare tekortkoming is de adviseur uitsluitend aansprakelijk voor schade voor zover die in redelijkheid aan de adviseur kan worden toegerekend. In de DNR 2011 (versie 2013) ging het nog om ‘directe schade’. Uit de toelichting bij de DNR 2025 volgt dat deze wijziging is doorgevoerd aangezien in de praktijk veelvuldig van het onderscheid tussen directe en indirecte schade wordt afgeweken en het Nederlandse wettelijke stelsel een dergelijk onderscheid niet kent.[2] Met het nieuwe schadebegrip is beoogd aansluiting te zoeken bij de regeling van artikel 6:98 BW (toerekening van schade). Schade die in een te ver verwijderd verband staat tot de tekortkoming en schade die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aan de adviseur kan worden toegerekend, komt niet voor vergoeding in aanmerking.[3] Daarnaast bevat de DNR 2025 aanvullende uitsluitingen op het schadebegrip ten opzichte van de DNR 2011 (versie 2013), waaronder imagoschade, rentederving, vertragingsschade en schade als gevolg van een cyberincident dat zich ondanks gebruikelijke preventiemaatregelen heeft voorgedaan;
  • Vervaltermijnen: de regeling van vervaltermijnen is vereenvoudigd ten opzichte van de DNR 2011 (versie 2013), die meerdere vervaltermijnen bevatte. De DNR 2025 bevat één integrale vervaltermijn op basis waarvan iedere rechtsvordering van een professionele opdrachtgever vervalt vijf jaar na beëindiging of voltooiing van de opdracht; en
  • Aansprakelijkheidsplafonds: de aansprakelijkheidsplafonds zijn ongewijzigd gebleven en beperken zich tot ofwel het bedrag van het honorarium exclusief btw met een maximum van EUR 1.000.000, ofwel tot het bedrag van driemaal het honorarium exclusief btw met een maximum van EUR 2.500.000. Wel geldt in afwijking van de DNR 2011 (versie 2013) dat een keuze voor het tweede plafond ‘uitdrukkelijk schriftelijk’ moet worden overeengekomen.

Constructieve veiligheid

In tegenstelling tot de DNR 2011 (versie 2013) bevat de DNR 2025 een aparte regeling voor constructieve veiligheid in artikel 10. Op basis van dit artikel dient de opdrachtgever een eindverantwoordelijke aan te wijzen voor de integrale samenhang van het constructieve ontwerp en dienen partijen de verantwoordelijkheden voor constructieve veiligheid contractueel te regelen. Uit de toelichting bij dit artikel[4] blijkt dat deze bepaling invulling beoogt te geven aan wet- en regelgeving op het gebied van constructieve veiligheid, waaronder de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Kwaliteitsborging

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is in artikel 11 DNR 2025 een bepaling opgenomen met betrekking tot de kwaliteitsborging. Artikel 11.1 bevat specifieke bepalingen voor situaties waarin de adviseur optreedt als kwaliteitsborger in de zin van deze wet en legt vast wat diens taken en verantwoordelijkheden zijn (sub a en b), en wat de verplichtingen van de opdrachtgever zijn om de adviseur in staat te stellen deze taken uit te voeren (sub c en d). In artikel 11.2 zijn daarnaast duidelijke beperkingen opgenomen van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de adviseur in zijn hoedanigheid van kwaliteitsborger. Zo is de adviseur bijvoorbeeld niet aansprakelijk voor het ontwerp van een derde (sub b) of de uitvoering van het bouwwerk waarop de kwaliteitsborging betrekking heeft (sub c).

Waarschuwingsplicht adviseurs

In de DNR 2025 is de op adviseurs rustende waarschuwingsplicht aangepast. Onder de DNR 2011 (versie 2013) gold een waarschuwingsplicht voor inlichtingen, gegevens en beslissingen van de opdrachtgever die “klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen” dat de adviseur in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen als hij zonder waarschuwing daarop zou voortbouwen. In artikel 3.5 van de DNR 2025 wordt een andere toets aangelegd. Op grond van dit artikel geldt een waarschuwingsplicht voor onjuistheden en onvolledigheden in door of namens de opdrachtgever verstrekte “gegevens, instructies en beslissingen, voor zover de adviseur deze heeft opgemerkt of als redelijk bekwame en redelijk handelende adviseur had behoren op te merken”. Daarnaast geldt als aanvullende eis dat de waarschuwing van de adviseur schriftelijk dient plaats te vinden.[5]

Digitalisering (AI) en privacy

De DNR 2011 (versie 2013) bevat nog geen bepalingen met betrekking tot privacy en AI. Gelet op de ontwikkelingen de afgelopen jaren, heeft de DNR 2025 voor beide onderwerpen aparte regelingen geïntroduceerd. In artikel 7 van de DNR 2025 is een regeling opgenomen voor de verwerking van persoonsgegevens, waarbij aansluiting wordt gezocht bij toepasselijke wet- en regelgeving en specifiek bij de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Wat betreft AI is in artikel 15.2 van de DNR 2025 bepaald dat het een adviseur expliciet is toegestaan gebruik te maken van AI-hulpmiddelen, mits in overeenstemming met wet- en regelgeving en professionele normen. Het artikel benadrukt daarnaast wel dat het gebruik van AI de zorgplicht en professionele verantwoordelijkheid van de adviseur niet beperkt.

Conclusie

De DNR 2025 vormt naar ons oordeel een welkome modernisering van de DNR 2011 (versie 2013). De regeling sluit beter aan bij de marktontwikkelingen van de afgelopen jaren, waaronder op het gebied van digitalisering, privacy en kwaliteitsborging. Bovendien is de regeling op verschillende onderdelen ingekort en verduidelijkt, wat de leesbaarheid en praktische bruikbaarheid ten goede komt.

Vanuit de markt wordt echter met wisselend enthousiasme gereageerd op de DNR 2025. Zo stellen Aedes en Neprom zich bijvoorbeeld kritisch op over het feit dat de vergaande aansprakelijkheidsbeperkingen voor adviseurs grotendeels in stand zijn gelaten, terwijl volgens deze organisaties een meer evenwichtige risicoverdeling – met een groter aandeel voor adviseurs – voor de hand had gelegen. Daarnaast had het volgens Aedes en Neprom in de rede gelegen om de uitgangspunten rondom intellectueel eigendom te herzien, nu die in de praktijk regelmatig aanleiding geven tot discussies.[6]

Per project blijft het dan ook belangrijk, zowel voor een opdrachtgever als voor een adviseur, om te beoordelen in hoeverre bepaalde projectspecifieke afwijkingen op de DNR 2025 noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van aansprakelijkheid, zodat de voorwaarden telkens goed aansluiten op het onderliggende project. Wij zijn uiteraard graag bereid om hierover mee te denken.

***

[1] Deze bijdrage is geschreven door mr. C.W. de Kort, mr. J.G. ter Meer en J.S. Hoogeveen (juridisch assistent).

[2] DNR 2025 Toelichting, p. 120.

[3] DNR 2025 Toelichting, p. 120.

[4] DNR 2025 Toelichting, p. 85 e.v.

[5] DNR 2025 Toelichting, p. 32 – 34.

[6] https://aedes.nl/opdrachtgeverschap-en-inkoop/de-nieuwe-regeling-2025-gepubliceerd.

Terug
De Nieuwe Regeling 2025: een welkome modernisering