Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Transitiecommissie

  • NL
  • Voor het geval dat sociale partners onverhoopt geen overeenstemming kunnen bereiken over de gewijzigde pensioenregeling, wordt een tijdelijke transitiecommissie in het leven geroepen die kan bemiddelen en bindend advies kan geven. De transitiecommissie maakt onderdeel uit van het transitiekader, ontworpen in de hoofdlijnennotitie ter uitwerking van het pensioenakkoord. Dat kader kent zeven onderdelen. De transitiecommissie is het sluitstuk. De andere zes onderdelen zijn (1) de transitieperiode, (2) het transitieplan, (3) het implementatieplan, (4) een standaard transitiepad voor het omzetten van rechten, (5) het wegnemen van belemmeringen voor invaren en (6) regels inzake compensatie.

    Wettelijke basis
    De wettelijke basis voor de transitiecommissie wordt gelegd met de Wet toekomst pensioenen. Het vanwege de Wet toekomst pensioenen in de Pensioenwet op te nemen artikel 150h – uitgaande van het conceptwetsvoorstel Toekomst pensioenen – bepaalt als volgt:

    Artikel 150h. Transitiecommissie

    1. Er is een transitiecommissie.

    2. De transitiecommissie heeft tot taak:

    a. het bemiddelen tussen partijen die een pensioenovereenkomst sluiten, indien deze partijen daartoe voor 1 januari 2023 gezamenlijk een verzoek doen;

    b. het adviseren van partijen die een pensioenovereenkomst sluiten, indien deze partijen daartoe gezamenlijk voor 1 januari 2024 een verzoek doen en zij overeenkomen zich te binden aan het advies van de transitiecommissie.

    3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

    Daarmee zijn de hoofdlijnen van de taak en de bevoegdheden van de commissie gegeven. In de kern zijn dat de volgende. De commissie bemiddelt. En de commissie adviseert bindend. Steeds is dat in kwesties tussen partijen die een pensioenovereenkomst sluiten. De wettelijke taak strekt zich niet uit tot andere zaken of zaken waarbij anderen betrokken zijn.

    Taak
    De taak van de transitiecommissie is het bemiddelen of bindend adviseren tussen partijen die een pensioenovereenkomst sluiten, indien deze partijen daartoe een verzoek doen. Daarmee is het de taak van de commissie ondersteuning te bieden aan sociale partners, dan wel werkgever en werknemers, die geen overeenstemming kunnen krijgen over de nieuwe pensioenregeling of de transitie daarnaartoe. Het is volgens de regering nadrukkelijk niet de bedoeling dat de transitiecommissie de besluitvorming van sociale partners overneemt. De transitiecommissie biedt, in de woorden van de regering, onpartijdige ondersteuning voor betrokken partijen bij het maken van afspraken. De taak van de transitiecommissie wordt nog uitgewerkt in lagere regelgeving, onder andere door een nadere taakomschrijving.

    Bemiddelen
    In haar bemiddelende rol helpt de transitiecommissie sociale partners die zijn vastgelopen in de onderhandelingen. Zie over ontvankelijkheid hierna. De werkwijze van de transitiecommissie zal nog worden beschreven in lagere regelgeving. De Wet toekomst pensioenen schrijft voor dat partijen een gezamenlijk verzoek doen. Veel meer over hoe de werkwijze van de transitiecommissie in het geval van bemiddeling eruit gaat zien, is niet bekend. Er kan een parallel getrokken worden met de bedrijfscommissies van de Sociaal-Economische Raad – eveneens een gremium waarin ondernemers en werknemers en onafhankelijke leden samenwerken.

    Komen partijen er niet uit, dan kunnen zij op grond van de Wet toekomst pensioenen vragen om bindend advies (zie hierna). Bij het niet slagen van een bemiddelingstraject vinden wij het in de rede liggen dat sociale partners ervoor zullen opteren ook gebruik te maken van de bindend-adviesmogelijkheid, al hoeft dat uiteraard niet. Ondanks de voorafgaande bemiddelingspoging gaan wij ervan uit dat voorzien zal worden in een zodanige procedure – op basis van deugdelijke hoor en wederhoor – waarin partijen de mogelijk krijgen te reageren op elkaars standpunten. Vanzelfsprekend kan ook een verzoek aan een andere geschillenbeslechter – zoals de kantonrechter (zie artikel 216 PW) of in uitzonderingsgevallen de rechtbank – worden gedaan.

    Bindend advies
    De transitiecommissie kan eveneens optreden als bindend adviseur. Bindend advies vergt een gezamenlijk verzoek van partijen en een overeenkomst tussen partijen zich te binden aan het advies van de transitiecommissie. Bindend advies komt in twee vormen: zuiver en onzuiver. Het zuiver bindend advies is aan de orde als partijen afspreken dat een afspraak wordt ingevuld door het bindend advies om te voorkomen dat een geschil ontstaat. In andere woorden: een derde beslist voor partijen. Het onzuiver bindend advies speelt wanneer er een geschil is ontstaan en dat geschil wordt opgelost door de bindend adviseur. Die bindend adviseur is dan de geschillenbeslechter.

    Deze laatste vorm van bindend advies lijkt de Wet toekomst pensioenen te bedoelen. Het resultaat van een bindend advies is – normaal gesproken – een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 e.v. BW. Daarvoor geldt dat de vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil op vermogensrechtelijk gebied ook geldig is als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht, tenzij zij tevens naar inhoud of strekking in strijd komt met de goede zeden of de openbare orde. Dat betekent dat een vaststellingsovereenkomst vrij ver kan gaan, en ook kan omvatten dat een sociale partner of een pensioenfonds zich jegens de ander verplicht akkoord te gaan met een bepaalde koers van besluitvorming. Dat laat echter onverlet dat derden – bijvoorbeeld pensioen- en aanspraakgerechtigden en ook werkgevers – de uitkomst van die besluitvorming voor zover die hen raakt onverminderd in recht kunnen aanvechten. Het bindend advies betreft slechts de bij dat bindend advies betrokken partijen.

    De burgerlijke rechter kan een bindend advies vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst op de voet van artikel 7:904 BW vernietigen wanneer de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechter zal in dat verband moeten nagaan of de beginselen van een goede procesorde, zoals bijvoorbeeld het beginsel van hoor- en wederhoor, zijn nageleefd.

    Toegelaten partijen
    De inzet van de transitiecommissie kan gezamenlijk worden ingeroepen door de partijen die een pensioenovereenkomst ten aanzien van de onderneming of de sector sluiten. Hierbij geven partijen aan of zij bemiddeling of een bindend advies wensen. Andere partijen zijn niet toegelaten tot de transitiecommissie. Immers, de transitiecommissie heeft tot doel om ondersteuning te bieden aan sociale partners, dan wel werkgever en werknemers, die geen overeenstemming kunnen krijgen over de nieuwe pensioenregeling of de transitie daarnaartoe. En dus niet – althans zo volgt a contrario uit deze doelstelling – aan andere partijen.

    Voor de transitiecommissie is – in ieder geval naar de huidige stand van zaken – geen taak weggelegd wanneer sociale partners en pensioenfonds niet gezamenlijk overeenstemming kunnen bereiken over de vraag of wel of niet ingevaren zou moeten worden of over andere kwesties die hen in het kader van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel verdeeld zouden kunnen houden. Wij vinden het echter denkbaar dat ook hier een rol voor de transitiecommissie weggelegd zou kunnen zijn. Dat vergt dan wel een aanpassing van het nu voorliggende voorontwerp.

    Termijnen
    In de toelichting bij de Wet toekomst pensioenen is beschreven dat de transitiecommissie van start gaat op 1 januari 2022. Het uitgangspunt is dat het tot 1 januari 2024 mogelijk is ‘gebruik te maken van de ondersteuning van de transitiecommissie’ bij bindend advies. Of dat het laatste moment is waarop nog een verzoek kan worden gedaan, of dat dan alle uitspraken zouden moeten zijn gedaan, blijkt niet. Wel merkt de regering op dat op dat moment sociale partners geacht worden afspraken gemaakt te hebben over de nieuwe pensioenregeling en de transitie, en de nieuwe pensioenregeling en het transitieplan te hebben aangeboden aan een pensioenuitvoerder. Het zou daarmee weleens kunnen zijn dat al ruim voor 1 januari 2024 de laatste verzoekschriften uiterlijk ingediend moeten worden.

    De uiterste termijn voor bemiddeling sluit eerder. Namelijk op 1 januari 2023. Dat vergt daarmee een verzoek in het eerste jaar van de transitieperiode. De reden hiervan is dat betrokken partijen na een bemiddelingstraject alsnog ook aangewezen kunnen zijn op een bindend advies. Om beide trajecten in de tijd na elkaar te kunnen doorlopen, is het noodzakelijk gevonden de mogelijkheid van een bemiddelingstraject in de tijd te beperken, zodat binnen de periode waarin het arbeidsvoorwaardelijk overleg moet worden afgerond er ruimte blijft voor een bindend advies van de transitiecommissie.

    Samenstelling
    De transitiecommissie zal bestaan uit vijf onafhankelijke leden, waaronder een voorzitter. De leden en de voorzitter worden benoemd door de minister van SZW. De voorzitter en leden van de commissie zullen zonder last of ruggespraak zitting nemen in de transitiecommissie. Met dit aantal leden is – althans zo stelt de toelichting bij het conceptwetsvoorstel – de transitiecommissie naar verwachting in staat de noodzakelijke onafhankelijkheid en de kwaliteit en zorgvuldigheid van de advisering te waarborgen en blijft het slagvaardig. De transitiecommissie zal ondersteund worden door een secretariaat.

    Meer weten?
    Meer weten? Assistentie nodig bij het opstellen van beleid of een procedure? Of sparren over de huidige praktijk waar u mee werkt of wordt geconfronteerd? Neem contact op met Sijbren Kuijper