Waarmee kunnen wij u helpen?

    Thema

    Nieuw contract, afschaffing doorsneepremie en introductie leeftijdsonafhankelijke premie

  • NL
  • De Wtp moet gaan regelen dat na een overgangsfase alleen pensioen kan worden opgebouwd in een premieregeling met een leeftijdsonafhankelijke (vlakke) premie. Dit kan in vier typen pensioenregelingen, namelijk het nieuwe pensioencontract, de verbeterde premieregeling, de premie-uitkeringsovereenkomst of de premie-kapitaalovereenkomst, waarbij de laatste twee slechts voor pensioenverzekeraars zijn.

    Het nieuwe pensioencontract is een, de naam zegt het al, nieuw type pensioencontract en betreft  een premieregeling met uitgebreide risicodeling. Zoals bij elke premieregeling is ook bij deze premieregeling de (beschikbare) premie maatgevend voor het pensioenresultaat. Direct na het inleggen van de premie, wordt de premie omgezet in een voorwaardelijke pensioenaanspraak. Deze voorwaardelijke pensioenaanspraak is 'zachter' dan de huidige nominale pensioenaanspraak. De aanspraken gaan veel meer dan nu het geval is mee-ademen met de financiële markten. De financiële schokken kunnen gedeeld worden tussen de op dat moment bestaande begunstigden (systeem van gesloten spreiden), maar eventueel ook met de toekomstige begunstigden (systeem van open spreiden).

    Leeftijdsonafhankelijke premie
    Bedrijfstakpensioenfondsen zijn op dit moment wettelijk verplicht een doorsneepremie te heffen. De doorsneepremie kent twee zijdes: aan de ene kant draagt een werkgever ten behoeve van elke deelnemer een vast percentage van (doorgaans) de pensioengrondslag af. Deze systematiek van leeftijdsonafhankelijke vaste premies bij bedrijfstakpensioenfondsen, is reeds Wtp-proof. Aan de andere kant heeft elke deelnemer recht op dezelfde opbouw als percentage van zijn pensioengrondslag. Deze doorsneeopbouw gaat verdwijnen en wordt vervangen door degressieve opbouw.  De voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen geldende combinatie van een leeftijdsonafhankelijke premie met een leeftijdsonafhankelijke (tijdsevenredige) opbouw van pensioenaanspraken is straks – vanaf 1 januari 2027 – dus niet meer mogelijk.

    De wet gaat voorschrijven dat voor alle pensioencontracten – dus niet alleen het nieuw te introduceren contract – een leeftijdsonafhankelijke premie moet worden geheven. Dat betekent dat voor elke deelnemer een vast percentage van (doorgaans) de pensioengrondslag zal gaan gelden. Dit vertaalt zich in een hogere opbouw voor jongeren en een lagere opbouw voor ouderen. De ten behoeve van ouderen ingelegde gelden kunnen immers korter renderen tot de pensioendatum.

    Impact voor veel werkgevers
    Ook voor werkgevers die momenteel niet aangesloten zijn bij een bedrijfstakpensioenfonds heeft deze wijziging, indien die in deze vorm wordt doorgezet, grote gevolgen. De huidige premieregelingen, veelal ondergebracht bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen, werken namelijk doorgaans met leeftijdsstaffels. In de toekomst zullen deze staffels dus worden afgeschaft, is het voorstel. Zij worden vervangen door één leeftijdsonafhankelijke premie. Werkgevers die wel bij een bedrijfstakpensioenfonds aangesloten zijn, houden de huidige vaste premie. Alleen staat daar dan tegenover een degressieve pensioenopbouw.

    Verbeterde premieregeling: een tweede type contract
    Sinds 2016 kunnen pensioenuitvoerders een premieregeling met doorbeleggen na de pensioendatum aanbieden. Deze premieregeling wordt ook wel de verbeterde premieregeling genoemd. Onder de verbeterde premieregeling bouwt elke deelnemer een min of meer "persoonlijk pensioenkapitaal" op. In de periode voor pensionering stroomt deze deelnemer geleidelijk een uitkeringscollectief in. De pensioenuitvoerder belegt de gezamenlijke pensioenkapitalen van het uitkeringscollectief. De pensioengerechtigden binnen dit uitkeringscollectief delen beleggings- en sterfterisico's onderling, waarbij de effecten over maximaal tien jaar mogen worden gespreid.

    Solidariteit bij de verbeterde premieregeling
    Aangezien bedrijfstakpensioenfondsen straks niet langer een doorsneepremie hoeven te heffen, krijgen zij ook toegang tot de verbeterde premieregeling. Aandachtspunt is wel dat bij de verbeterde premieregeling slechts beperkt sprake is van solidariteit. Het is dan ook de vraag of, wanneer een bedrijfstakpensioenfonds een dergelijke regeling uitvoert als verplichtgestelde basispensioenregeling, die regeling nog voldoende solidariteitselementen kent om de inbreuk die een verplichtstelling maakt op het mededingingsrecht te rechtvaardigen. De mogelijkheid van een solidariteitsreserve zou daar een oplossing voor moeten bieden.

    Meer weten? U kunt altijd contact opnemen met een van onze pensioenrechtspecialisten.