Hoe scoort de NAM beslissing op de juridische schaal van.. ?

16-05-2017

De kracht van aardbevingen wordt aangeduid met gebruikmaking van de schaal van Richter. Met deze schaal worden aardbevingen geclassificeerd op basis van hun sterkte in verhouding tot andere aardbevingen. Een dergelijke schaal bestaat niet voor rechterlijke uitspraken: de sterkte van een uitspraak wordt niet afgemeten aan andere uitspraken. Evident is, dat de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 april 2017 anders hoog zou scoren op de juridische schaal van Richter (heeft iemand een suggestie wie er in de plaats van Richter zou kunnen komen?). Op die datum heeft het Hof de vervolging bevolen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) (ECLI:NL:GHARL:2017:3248), ter zake van vernieling of beschadiging van gebouwen, voor zover daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is.

Nader onderzoek

Het hof stelt in de beslissing voorop, "dat doordat het openbaar ministerie naar aanleiding van de aangifte van klagers geen strafrechtelijk onderzoek heeft verricht, de vraag of er voldoende bewijs is (…) thans niet definitief kan worden beantwoord. Wat betreft de beoordeling van de klacht brengt het afzien van enig strafrechtelijk onderzoek mee dat slechts indien het hof tot het oordeel komt dat vervolging van welk feit dan ook niet opportuun kan worden geacht, de klacht ongegrond kan worden verklaard. Tot dat oordeel kan het hof thans niet komen". Op de website van de NAM staat te lezen, dat de rechter-commissaris "nader onderzoek" zal doen. Dit is, gezien de uitspraak, een understatement.

Uit deze uitspraak zou in ieder geval de les kunnen worden getrokken, dat al snel enig strafrechtelijk onderzoek gevraagd wordt

Het hof formuleert streng ten aanzien van het nalaten van het doen van enig onderzoek. Ik verwacht evenwel dat geen onderzoek zou hoeven plaatsvinden als bijvoorbeeld op het eerste gezicht blijkt dat er onvoldoende bewijs is; als sprake is van een bagatel, of als evident is dat het feit of de verdachte niet vervolgbaar is. Uit deze uitspraak zou in ieder geval de les kunnen worden getrokken, dat al snel enig strafrechtelijk onderzoek gevraagd wordt. Het hof gaat in zijn uitspraak ook nog in op het bewijs. Overwogen wordt dat er aanwijzingen zijn dat de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 170, aanhef en onder 2 Wetboek van Strafrecht. De motivering die daarna volgt liegt er niet om (de gevolgen zijn door beklaagde, na een afweging van belangen, op de koop toe genomen).

Met deze overweging had het hof kunnen volstaan, maar het hof doet dat niet. Overwogen wordt vervolgens dat "indien na nader onderzoek zou blijken dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de gestelde vernieling of beschadiging en indien ten aanzien van klager tevens zou komen vast te staan dat daarvan levensgevaar te duchten is, een vervolging van beklaagde ter zake opportuun kan worden geacht." De vraag is of er nog ruimte zit tussen deze overweging en de overweging iets verder in de beslissing "en in het verlengde daarvan of, indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, vervolging dient plaats te vinden". In zoverre klopt de tekst op de website van de NAM, dat het nadere onderzoek niet automatisch betekent dat NAM ook gedagvaard zal worden. Dat hangt af van de uitkomst van het onderzoek. Dat is natuurlijk waar, maar als het hof zou menen, dat er voldoende bewijs is, dan zou ik er maar niet op rekenen, dat opportuniteitsoverwegingen aan vervolging in de weg zullen staan.

Rechtstreeks belanghebbenden

Vaak starten beslissingen op klachten, in het kader van de ontvankelijkheidstoetsing, met de vraag of klagers kunnen worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbenden. Ik zie dit niet in deze zaak. Zowel ten aanzien van natuurlijke personen als ten aanzien van rechtspersonen (bijvoorbeeld Greenpeace/Trafigura ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1012) is over het rechtstreekse belang in het tamelijk recente verleden veel te doen geweest.

In de zogenoemde "Orka Morgan" klacht (ECLI:NL:GHARN:2012:BX7652) overwoog het Gerechtshof Arnhem in de sleutel van de ontvankelijkheid) bijvoorbeeld: "Bij de beslechting van maatschappelijke verschillen van inzicht past een terughoudend gebruik van het strafrecht. In eerste instantie beslist het Openbaar Ministerie of het strafrecht, als uiterste middel, zal worden gehanteerd. De beklagprocedure dient als correctiemiddel bij een onjuiste beoordeling door het Openbaar Ministerie. Genoemd terughoudend gebruik brengt met zich, dat de beklagrechter dient na te gaan of de klager wel rechtstreeks belanghebbende is bij de beslissing tot niet-vervolgen. De betrokkenheid van een klager pleegt immers te variëren: volgens een glijdende schaal van rechtstreeks belanghebbende via maatschappelijke of morele betrokkenheid naar regelrechte bemoeizucht."

Met het persoonlijk relaas is in ieder geval de eerste hobbel, die van het 'rechtstreekse belang' moeiteloos genomen

Uit de onderhavige beslissing blijkt dat een aantal klagers in een persoonlijk relaas verslag heeft gedaan van de impact van de aardbevingen. De klachten zijn individueel gemaakt. Met het persoonlijk relaas is in ieder geval de eerste hobbel, die van het 'rechtstreekse belang' moeiteloos genomen.

Schending van (meer) universeel belang

Niet lijkt, zoals soms ook wel eens aan de orde gekomen, bij de klacht te zijn aangegeven dat sprake was van schending van een zogenoemd (meer) universeel belang, zoals bijvoorbeeld aangenomen in de Wilders klacht (ECLI:NL:GHAMS:2009:BH0496). In de Wilders kwestie kwam het Gerechtshof Den Haag tot het oordeel "dat de juiste maatstaf gevonden kan worden in de vrees voor maatschappelijke onrust die kan ontstaan wanneer het functioneren van de democratische rechtsorde door wanorde daadwerkelijk wordt verstoord. In dat perspectief gezien, hebben individuele burgers er een concreet belang bij dat een gevaarlijke verstoring van het maatschappelijk leven en het publieke debat dient te worden afgewend." Het was interessant geweest om te zien of de onderhavige zaak ook een dergelijk universeel belang in zich houdt. Dit keer is er kennelijk ook niet voor gekozen, zoals bij de Libor klacht (ECLI:NL:GHDHA:2015:1204) (waar de rechtspersoon overigens niet ontvankelijk werd verklaard), ook namens een rechtspersoon een klacht in te dienen.

Individuele klagers

Het niet behandelen van mogelijke universele belangen en het ontbreken van een klacht van een rechtspersoon met een rechtstreeks belang, zou misschien nog wel eens relevant kunnen blijken. In de beslissing van het hof wordt immers afgesloten met het individu. Met deze keuze zijn de klachten wel heel individueel geworden. Het hof onderstreept met de vraagstelling dat "ten aanzien van iedere individuele klager sprake moet zijn van voldoende wettig en overtuigend bewijs." Het hof geeft ook opdracht tot het horen van de individuele klagers omtrent de concrete gevaren waaraan zij als gevolg van het winnen van gas door beklaagde zijn blootgesteld, waarbij tevens betrokken dient te worden in hoeverre daarover contact tussen klagers en beklaagde is geweest en wat beklaagde heeft gedaan om die gevaren te reduceren. Ik vermoed dat over de geïndividualiseerde bewijzen nog wel het nodige te doen zal zijn.

Dit blog is eerder gepubliceerd op SDU.nl

Terug naar overzicht