Regeerakkoord: belangrijkste fiscale wijzigingen

24-10-2017

Het op 10 oktober jl. gepubliceerde Regeerakkoord 2017-2021 stelt een aantal fundamentele fiscale wijzigingen voor. Van Doorne zet de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij.

  • Directe beleggingen in vastgoed onder fbi-regime niet meer toegestaan

  • Directe beleggingen in onroerende zaken door fiscale beleggingsinstellingen ('fbi's') zijn niet meer toegestaan. Fbi's mogen thans onroerende zaken ter belegging in eigendom houden, zodat de exploitatie van dit vastgoed tegen een tarief van 0% vennootschapsbelasting kan plaatsvinden. Het gevolg van deze wijziging is dat fbi's dus niet langer vastgoed kunnen exploiteren tegen een tarief van 0% vennootschapsbelasting. Deze maatregel houdt verband met het afschaffen van de dividendbelasting.
  • De verwachte ingangsdatum van deze maatregel is 1 januari 2020. Vastgoed-fbi's zullen hun onroerende zaken naar verwachting dus moeten gaan herstructureren.

Afschrijvingsbeperkingen vastgoed in eigen gebruik

  • Afschrijving op vastgoed dat in gebruik is binnen de eigen onderneming wordt voor ondernemers in de vennootschapsbelasting beperkt tot de WOZ-waarde. Thans kan op dergelijk vastgoed afgeschreven worden tot 50% van de WOZ-waarde. Met deze maatregel worden afschrijvingen op vastgoed in eigen gebruik gelijk getrokken met die op verhuurd vastgoed.
  • De verwachte ingangsdatum van deze maatregel is 1 januari 2019.

Aanpassingen box 1 inkomstenbelasting

  • Het vierschijvenstelsel wordt vervangen door een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%. Daarnaast vindt een verhoging plaats van de algemene heffingskorting en (per saldo) van de arbeidskorting.
  • De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd, namelijk vanaf 2020 in vier stappen van 3%. Hierdoor kan de hypotheekrente in 2023 alleen worden afgetrokken van het inkomen dat zal worden belast tegen het voorgestelde basistarief van (afgerond) 37%.
  • Het eigenwoningforfait wordt verlaagd van 0,75% naar 0,6%. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van de eigen woning dat als fictieve inkomstenbron bij het belastbaar inkomen wordt opgeteld bij particulieren die hun woning hebbe gefinancierd met een hypothecaire lening.
  • Particulieren, die de hypotheek op hun eigen woning (vrijwel) geheel hebben afgelost, zullen het eigenwoningforfait als een fictieve inkomstenbron bij hun belastbaar inkomen moeten gaan optellen (afschaffing Wet Hillen). Er komt een overgangstermijn van 20 jaar.

Aanpassingen box 2 inkomstenbelasting

  • Het box 2 tarief wordt verhoogd van 25% naar 27,3% in 2020 en 28,5% vanaf 2021.

Aanpassingen box 3 inkomstenbelasting

  • Voor het rendement over spaartegoeden zal gebruik gemaakt gaan worden van actuelere cijfers, namelijk de gemiddelde spaarrente over een periode van een jaar. Hierdoor wordt voor de spaartegoeden (gemiddeld) sneller aangesloten bij het werkelijke rendement.
  • Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd van € 25.225 naar € 30.000 (€ 60.000 voor paren).

Verhoging laag btw-tarief naar 9%

  • Het lage btw-tarief wordt vanaf 2019 verhoogd van 6% naar 9%. Het lage btw-tarief geldt grofweg voor primaire levensbehoeften zoals voedingsmiddelen, agrarische producten en medicijnen. Het verlaagde tarief geldt ook voor culturele en recreatieve diensten, zoals toegang tot bioscoop, musea, muziek- en dansoptredens en gelegenheid geven tot sport en de levering van boeken en tijdschriften.

Beperking looptijd 30%-regeling

  • De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt vanaf 2019 verkort van acht naar vijf jaar.

Verruiming onbelaste vrijwilligersvergoeding

  • Aan vrijwilligers kan momenteel onder voorwaarden een bedrag van maximaal € 1.500 per kalenderjaar als onbelaste onkostenvergoeding worden verstrekt. Dit bedrag wordt met € 200 verhoogd.

Vervanging Wet DBA

  • De Wet DBA wordt vervangen. In de nieuwe wet zal aan de hand van twee elementen (het tarief en de duur van de overeenkomst) worden bepaald of op basis van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht kan worden gewerkt.
  • Bij een laag tarief (125% van het minimumloon of de laagste loonschalen in cao’s) in combinatie met een langere duur (langer dan 3 maanden) of in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt bepaald dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Bij een hoog tarief (waarschijnlijk boven € 75 per uur) en een korte duur (korter dan een jaar) kan er voor worden gekozen om buiten de loonheffingen te blijven (‘opting-out’).
  • Voor zzp’ers boven het lage tarief wordt een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Deze verklaring biedt de opdrachtgever zekerheid dat geen loonheffingen verschuldigd zijn. Er zal vanaf de invoering van de nieuwe wet een jaar lang een terughoudend handhavingsbeleid worden gevoerd door de Belastingdienst.

Afbouw zelfstandigenaftrek

  • De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 in vier jaarlijkse stappen van 3% versneld afgebouwd. Hiermee komt het tarief voor de zelfstandigenaftrek in 2023 uit op het voorgestelde basistarief van (afgerond) 37%. Uit het regeerakkoord valt niet af te leiden of overige aftrekposten, zoals de MKB-winstvrijstelling eveneens versneld zullen worden afgebouwd.

Tarieven vennootschapsbelasting in stappen omlaag naar 16% en 21%

  • Het tarief in de vennootschapsbelasting ("Vpb") zal per 2019 in drie stappen omlaag gaan naar 16% voor winsten tot € 200.000 en 21% voor het meerdere:
    - 2019: 19% voor belastbare winst tot € 200.000; 24% voor het meerdere.
    - 2020: 17.5% voor belastbare winst tot € 200.000; 22.5% voor het meerdere.
    - 2021: 16% voor belastbare winst tot € 200.000; 21% voor het meerdere.
  • De eerder aangekondigde verruiming van de eerste tariefschijf in de Vpb van € 200.000 naar € 350.000 gaat niet door. Daarmee zal ook in 2018 de eerste schijf eindigen bij € 200.000 met een toepasselijk tarief van 20%.

Dividendbelasting wordt grotendeels afgeschaft

  • De dividendbelasting wordt grotendeels afgeschaft.
  • Uitzonderingen worden gemaakt voor dividenduitkeringen in situaties waar sprake is van 'misbruik' en dividenduitkeringen aan 'low tax jurisdictions'.
  • Het Regeerakkoord licht het begrip 'misbruik' niet toe, maar het is aannemelijk dat de onlangs geïntroduceerde 'Principal Purpose Test' voor vennootschappen en houdstercoöperaties wordt gehandhaafd. Dit houdt in dat 'misbruik' bestaat indien:
    - de aandelen/lidmaatschapsrechten van in Nederland gevestigde vennootschappen of houdstercoöperaties worden gehouden met als hoofddoel, of een van de hoofddoelen om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan (subjectieve toets); en
    - sprake is van een kunstmatige constructie of transactie (objectieve toets).
  • 'Low tax jurisdictions' zullen naar verwachting worden gedefinieerd als landen die bij hun winstbelasting een effectief tarief van minder dan 10% hanteren.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2020.

Invoering van bronbelasting op rente- en royaltybetalingen aan 'low tax jurisdictions'

  • Een bronheffing word geïntroduceerd op rente- en royaltybetalingen aan 'low tax jurisdictions'.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2023.

Meer duidelijkheid over invoering EU earnings stripping rule

  • Als gevolg van de generieke renteaftrekbeperking  (earning stripping rule) uit de EU 'Anti Tax Avoidance Directive' ("ATAD") zullen rentelasten niet aftrekbaar zijn indien en voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen (groeps- en derden)rente hoger is dan maximaal 30% van de EBITDA.  
  • De aftrekbeperking wordt alleen toegepast voor zover de rentelasten € 1 miljoen te boven gaan.
  • In samenhang met deze nieuwe renteaftrekbeperking zullen enkele niet-gedefinieerde renteaftrekbeperkingen worden afgeschaft. Het is duidelijk dat artikel 10a Wet Vpb zal worden gehandhaafd.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2019.

Nieuwe renteaftrekbeperking (minimum-kapitaalvereiste) voor banken en verzekeraars

  • Voor banken en verzekeraars wordt een thin cap regeling ingevoerd voor zover het balanstotaal is gefinancierd met meer dan 92% vreemd vermogen.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2020.

Voorwaartse verrekening van Vpb-verliezen ('carry forward') beperkt

  • De huidige voorwaartse verliesverrekeningsregeling in de Vpb, waardoor Vpb-verliezen verrekend kunnen worden met belastbare winsten in de negen daaropvolgende jaren, zal worden beperkt tot zes jaar.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2019.

Effectief Vpb-tarief van de innovatiebox verhoogd

  •  Het effectieve Vpb-tarief voor winsten in de innovatiebox wordt verhoogd van 5% naar 7%.
  • De verwachte datum van invoering is 1 januari 2018.

Contact