Uitbetaling vakantiedagen onterecht struikelblok onder WNT?

13-07-2017

In iedere onderhandeling over beëindiging van een dienstverband komen niet genoten vakantiedagen aan bod. Op grond van artikel 7:641 BW heeft een werknemer bij het einde van het dienstverband het recht op afkoop van niet genoten (wettelijke en bovenwettelijke) vakantiedagen. Van deze bepaling kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, aldus artikel 7:645 BW. Opmerkelijk genoeg, meent het Ministerie van BZK dat de WNT het recht op afkoop van topfunctionarissen kan doorkruisen.

De Uitvoeringsregeling WNT stelt dat de afkoopsom voor niet-opgenomen vakantiedagen meetelt als bezoldiging (artikel 2 lid 1 sub i Uitvoeringsregeling WNT). Op de website www.topinkomens.nl wordt onder het kopje ‘vraag en antwoord’ aangegeven dat deze afkoopsom voor de toetsing aan het toepasselijk bezoldigingsmaximum moet worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin deze component in de salarisadministratie wordt verwerkt of aan het jaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd (conform artikel 3 lid 2 Uitvoeringsregeling WNT). Laatstgenoemde optie is van belang als in het jaar van uitbetaling de bezoldigingsnorm vanwege deze uitbetaling wordt overschreden en de toerekening aan een ander jaar niet alsnog tot een overschrijding van de norm in dat eerdere jaar leidt.

Maar wat geldt als een afkoop van vakantiedagen zowel in het jaar waarin de dagen worden uitbetaald als in het jaar waarin de dagen zijn opgebouwd leidt tot een overschrijding van de toegestane bezoldiging? Het Ministerie van BZK stelt zich op www.topinkomens.nl onder het kopje ‘forum’ op het standpunt dat deze overschrijding in beide gevallen tot een onverschuldigde betaling leidt die moet worden teruggevorderd door de WNT-instelling. Als de bezoldiging van de topfunctionaris boven de norm zit, kan hij geen vakantiedagen laten afkopen. Opnemen van vakantiedagen blijft wel mogelijk, aldus het Ministerie.

Het Ministerie van BZK heeft tevens aangegeven dat de afkoop van vakantiedagen in beginsel niet onder het overgangsrecht van de WNT kan worden gebracht. Onder het overgangsrecht is een verhoging van de bezoldiging toegestaan als de verhoging en de wijze waarop deze wordt berekend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WNT (resp. de sectorale wetgeving) zijn overeengekomen. Daarvan zou bij afkoop van vakantiedagen geen sprake zijn, omdat de verhoging van de bezoldiging afhankelijk is van het intreden van een keuzemoment (opnemen of laten afkopen) en de hoogte van het bedrag dat met de verhoging is gemoeid niet op voorhand vaststaat.   Wij zien niet goed met welk doel en welke rechtvaardiging de WNT het wettelijk recht van topfunctionarissen op afkoop van vakantiedagen ingevolge artikel 7:641 BW zou mogen doorkruisen. Wij menen dat de topfunctionaris onredelijk wordt belemmerd ten opzichte van een gewone functionaris en dat het Ministerie van BZK hiermee een stap te ver gaat.

Sterker nog, de Nederlandse wet mag volgens de Europese richtlijn over vakantiedagen (waarop artikel 7:641 BW is gebaseerd) werknemers het recht op uitbetaling van de wettelijke vakantiedagen (20 dagen per jaar) niet ontzeggen. Dus ofwel de WNT moet op dit punt worden aangepast ofwel rechters moeten de WNT in lijn met deze Europese richtlijn uitleggen en het recht op uitbetaling van (wettelijke) vakantiedagen respecteren. In onze ogen ligt dat laatste voor de hand.

Voor vragen over de WNT, neem contact op met Willemien Bischot, Steven Sterk of Corine Vernooij.

Contact