Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuw contract

    Er komt een nieuw pensioencontract: de premieregeling met uitgebreide risicodeling. Zoals bij elke premieregeling is ook bij de premieregeling met uitgebreide risicodeling de (beschikbare) premie maatgevend voor het pensioenresultaat. Direct na het inleggen van de premie, wordt de premie omgezet in een voorwaardelijke pensioenaanspraak. Deze voorwaardelijkepensioenaanspraak is zachter dan de huidige nominale pensioenaanspraak.

    Geen buffers en gespreide verwerking van financiële schokken

    Pensioenfondsen die een premieregeling met uitgebreide risicodeling uitvoeren streven naar een dekkingsgraad van 100%. Dat betekent dat het pensioenfonds – anders dan nu het geval is – geen, althans zeer beperkt, buffers hoeft aan te houden, maar dus ook minder mogelijkheden heeft om financiële schokken (als gevolg van levensverwachting, rente en beleggingsrendement) op te vangen. Financiële schokken zullen gespreid worden verwerkt in de voorwaardelijke pensioenaanspraken. De aanspraken gaan dus veel meer dan nu het geval is mee-ademen met de financiële markten. De financiële schokken kunnen gedeeld worden tussen de op dat moment bestaande begunstigden (systeem van gesloten spreiden), maar eventueel ook met de toekomstige begunstigden (systeem van open spreiden). In dat laatste geval zullen fondsbesturen aan de hand van een periodieke toets (de houdbaarheidstoets) moeten aantonen dat het delen van risico's met toekomstige deelnemers verantwoord is. En nieuwe toetreders dan ook niet teveel worden belast met een tekort.

    Premie- en beleggingsbeleid

    In geval van een premieregeling met uitgebreide risicodeling moet de premie daadwerkelijk kostendekkend zijn. Nu hanteren veel pensioenfondsen een gedempte premie, bijvoorbeeld op basis van het verwacht rendement. Dat resulteert in een lagere premie. Vanuit actuarieel perspectief is echter sprake van een te lage premie. Deze belemmert dan ook het herstel van pensioenfonds: immers de gedempte premie is lager dan de corresponderende aangroei van de voorzieningen die het fonds moet aanhouden. Die voorzieningen moet een pensioenfonds berekenen op basis van de door De Nederlandsche Bank (DNB) gepubliceerde rekenrente (de zogenaamde rentetermijnstructuur, waarin voor verplichtingen met een lange looptijd de ultimate forward rate is opgenomen). Deze geldt nu ook al voor pensioenfondsen om hun nominale pensioenverplichtingen te berekenen. De verwachting is dat door deze (relatief voorzichtige) rekenrente nu ook voor te schrijven voor aanspraken onder een premieregeling met uitgebreide risicodeling, overschotten waarschijnlijker worden dan tekorten. Op die manier zou er op relatief korte termijn ruimte moeten ontstaan voor toeslagverlening, zo is de gedachte. Daarnaast zal een pensioenfonds dat een premieregeling met uitgebreide risicodeling uitvoert, moeten beleggen op basis van zogenaamde (impliciete) life-cycles. Dat betekent dat het pensioenfonds voor zijn risicohouding rekening moet houden met de leeftijd van de aanspraak- en pensioengerechtigden. Het doel is voorkomen dat ouderen te veel en dat jongeren te weinig risico’s nemen voor het bereiken van een goed pensioen.

    Het gevolg van het wegvallen van de premiedempingsmogelijkheid is dat wanneer een pensioenfonds de premieregeling met uitgebreide risicodeling zal gaan uitvoeren, dit een prijsopdrijvend effect heeft. Hier staat echter tegenover dat datzelfde pensioenfonds nauwelijks meer buffers hoeft aan te houden. Voor de aangroei van de buffers hoeft dan ook niet langer betaald te worden, hetgeen de premiedruk verlaagt. Uiteindelijk is beoogd dat de premie ongeveer gelijk blijft aan de huidige premie. Voor begunstigden betekent de premieregeling met uitgebreide risicodeling dat hun aanspraken meer volatiel worden.

    Verbeterde premieregeling ook toegankelijk voor bedrijfstakpensioenfondsen

    Sinds 2016 kunnen pensioenuitvoerders een premieregeling met doorbeleggen na de pensioendatum aanbieden. Deze premieregeling wordt ook wel de verbeterde premieregeling genoemd. Onder de verbeterde premieregeling bouwt elke deelnemer een min of meer "persoonlijk pensioenkapitaal" op. In de periode voor pensionering stroomt deze deelnemer geleidelijk in een uitkeringscollectief in. De pensioenuitvoerder belegt de gezamenlijke pensioenkapitalen van het uitkeringscollectief. De pensioengerechtigden binnen dit uitkeringscollectief delen beleggings- en sterfterisico's onderling, waarbij de effecten over maximaal tien jaar mogen worden gespreid.

    Aangezien bedrijfstakpensioenfondsen straks niet langer een doorsneepremie hoeven te heffen, krijgen zij ook toegang tot de verbeterde premieregeling. Aandachtspunt is wel dat bij de verbeterde premieregeling slechts beperkt sprake is van solidariteit. Het is dan ook de vraag of wanneer een bedrijfstakpensioenfonds een dergelijke regeling uitvoert als verplichtgestelde basispensioenregeling, die regeling nog voldoende solidariteitselementen kent om de inbreuk die een verplichtstelling maakt op het mededingingsrecht te rechtvaardigen. Het kabinet gaat onderzoeken of aanvullende solidariteit nodig is om verbeterde premieregelingen te laten uitvoeren door verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Daarnaast geldt dat deelnemers aan een verbeterde premieregeling ervoor kunnen kiezen door te beleggen na de pensioendatum. Kiezen zij daar niet voor, dan ontvangen zij een vaste uitkering. Zou een bedrijfstakpensioenfonds die mogelijk ook gaan bieden, dan is (opnieuw) sprake van een nominale zekerheidsgarantie. Daarbij hoort het aanhouden van buffers, wat zou kunnen maken dat een bedrijfstakpensioenfonds de verbeterde premieregeling alleen wil aanbieden wanneer (verplicht) wordt doorbelegd na de pensioendatum.

    Leeftijdsonafhankelijke premie: gevolgen andere contracten?

    Opmerkelijk is dat waar de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt dat de introductie van de leeftijdsonafhankelijke premie ervoor zorgt dat het slechts mogelijk wordt premieovereenkomsten te sluiten, [1] sociale partners binnen de Sociaal Economische Raad een ander uitgangspunt lijken te huldigen door te stellen dat het nieuwe contract – de premieregeling met uitgebreide risicodeling – wordt toegevoegd "aan de bestaande pensioenregelingen."

    De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft dat na de overstap op een systeem met leeftijdsonafhankelijke premies en daarbij passende pensioenopbouw het niet meer mogelijk is voor langeretermijn een vaste pensioenopbouw toe te zeggen. De verklaring die hij daarvoor geeft, is dat alle contracten gebaseerd zullen worden op arbeidsvoorwaardelijke toezeggingen over de premie. Of dit nu ook gaat betekenen dat de huidige uitkeringsovereenkomst niet meer kan bestaan, is de vraag. De minister lijkt het te suggereren. In het advies van de Sociaal Economische Raad zien wij echter geen aanwijzing dat sociale partners na de stelselwijziging slechts ruimte zien voor premieregelingen.

    Wanneer juist zou zijn dat na de stelselwijziging slechts nog premieovereenkomsten mogelijk zouden zijn, heeft dat vergaande gevolgen – ook voor werkgevers die niet zijn aangesloten bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds, maar bijvoorbeeld hun pensioenregeling hebben ondergebracht bij een verzekeraar of een algemeen pensioenfonds. Alle uitkeringsregelingen en kapitaalregelingen zouden dan moeten verdwijnen. Werkgevers die een uitkeringsovereenkomst hebben gesloten met hun werknemers worden dan op grond van de wet gedwongen deze uitkeringsovereenkomst om te zetten in een premieovereenkomst. Vast staat overigens dat reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten – behoudens de hier te bespreken transitie – behouden blijven, en dat in zoverre de uitkeringsovereenkomst (of eventueel: de kapitaalovereenkomst) de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer, voor zover het betreft de reeds opgebouwde pensioenaanspraken en -rechten, blijft beheersen.



    [1] De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schrijft: "Na de overstap op een systeem met leeftijdsonafhankelijke premies en daarbij passende pensioenopbouw is het niet meer mogelijk om voor langere termijn een vaste pensioenopbouw toe te zeggen, zoals nu in de uitkeringsovereenkomst het geval is. Alle contracten zullen immers worden gebaseerd op arbeidsvoorwaardelijke toezeggingen over de premie. De opbouw van nieuwe pensioenaanspraken hangt af van de premie die in de pensioenovereenkomst is afgesproken en van de kostprijs van het pensioen, die varieert met de rente.”

    Meer over