Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Onzuivere discussies over nut en noodzaak van MSB's

    Op 30 november 2018 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen inzake het IB-ondernemerschap van een tandarts die bij een ziekenhuis in opleiding was tot kaakchirurg. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het ontbreken van een zelfstandig declaratierecht er niet zonder meer toe leidt dat niet aan het voor het IB-ondernemerschap benodigde zelfstandigheidscriterium wordt voldaan.

    Volgens de Hoge Raad moet bij de toets van het IB-ondernemerschap de vereiste zelfstandigheid, continuïteit en ondernemersrisico's in samenhang worden bezien. De Hoge Raad verwijst de zaak naar een ander gerechtshof, zodat deze drie vereisten in samenhang opnieuw kunnen worden beoordeeld. Naar aanleiding van dit arrest zijn verschillende artikelen verschenen waarin onzuivere discussies worden gevoerd over het nut en de noodzaak van de in 2014 opgerichte MSB's. 

    Fiscale positie vrijgevestigd medisch specialist tot 1 januari 2015

    In 2011 heeft de Belastingdienst bevestigd dat vrijgevestigd medisch specialisten die in privé waren toegelaten tot een ziekenhuis in ieder geval kwalificeerden als IB-ondernemer indien:

    (i)        de relatie tussen ziekenhuis en vrijgevestigd medisch specialist was vastgelegd  volgens het meest recente Model Toelatingsovereenkomst;

    (ii)       de vrijgevestigd medisch specialist zijn honorarium “via” het ziekenhuis aan de zorgverzekeraar/patiënt declareerde; en

    (iii)      de vrijgevestigd medisch specialist zich met de andere vrijgevestigd medisch specialisten had verenigd in een collectief dat verdeelafspraken heeft gemaakt met het ziekenhuis conform het convenant 2011 ("Ruling").

    Als aan deze drie voorwaarden was voldaan werd op basis van de Ruling het IB-ondernemerschap verondersteld, zonder dat hoefde te worden getoetst aan de criteria die gelden voor het IB-ondernemerschap, zoals zelfstandigheid, continuïteit en het lopen van voldoende ondernemersrisico's.

    Fiscale positie vrijgevestigd medisch specialist vanaf 1 januari 2015

    Doordat vanwege de invoering van de integrale bekostiging per 1 januari 2015 het zelfstandig declaratierecht van de vrijgevestigd medisch specialisten verviel, werd de Ruling per diezelfde datum ingetrokken. Er kon immers niet meer worden voldaan aan de hiervoor genoemde voorwaarde (ii). Dit betekende dat het IB-ondernemerschap van de vrijgevestigd medisch specialisten niet langer werd verondersteld, maar moest worden getoetst op basis van de criteria die gelden voor het IB-ondernemerschap: voldoende zelfstandigheid ten opzichte van de opdrachtgever, streven naar continuïteit en het lopen van voldoende ondernemersrisico's. 

    Aangezien eind 2014 in de meeste situaties niet met zekerheid kon worden gesteld dat vrijgevestigd medisch specialisten die in een (collectieve) maatschap waren verenigd zouden voldoen aan de vereisten voor IB-ondernemerschap, hebben veel collectieven er zekerheidshalve voor gekozen zich via een PH-BV te verenigen in een coöperatie. Hierdoor kwalificeren die vrijgevestigd medisch specialisten niet meer als IB-ondernemer maar als "BV-ondernemer" en is zekerheid verkregen over het feit dat zij geen dienstbetrekking hebben met het ziekenhuis. 

    Onzuivere discussies naar aanleiding van arrest van de Hoge Raad

    In sommige artikelen die naar aanleiding van het recente arrest van de Hoge Raad zijn verschreven wordt de indruk gewekt dat vrijgevestigd medisch specialisten niet meer kwalificeren als IB-ondernemer, omdat zij geen zelfstandig declaratierecht meer hebben. Dit is een onjuiste c.q. ongenuanceerde stelling. Het IB-ondernemerschap van vrijgevestigd medisch specialisten wordt vanaf 1 januari 2015 vanwege het vervallen van het zelfstandig declaratierecht niet meer – zonder nadere toetsing – verondersteld, maar moet vanaf die datum worden getoetst aan de criteria die gelden voor het IB-ondernemerschap. 

    Vrijgevestigd medisch specialisten kunnen vanaf 1 januari 2015 dus nog IB-ondernemer zijn, mits maar kan worden aangetoond dat zij voldoende investeren in bedrijfsmiddelen en arbeid en er voldoende ondernemersrisico's worden gelopen. Dit is een feitelijke toets die pas na afloop van een belastingjaar kan worden uitgevoerd. 

    Meer informatie

    Nu het arrest van de Hoge Raad enkel gaat over de afwezigheid van het zelfstandig declaratierecht is dit arrest van weinig relevantie voor de MSB's. De uitspraak van het gerechtshof die zal volgen kan wel van belang zijn, omdat door het gerechtshof zal worden getoetst of de tandarts voldoende zelfstandig is en voldoende ondernemersrisico's loopt, ook al heeft de tandarts geen zelfstandig declaratierecht. We blijven deze zaak dan ook met belangstelling volgen. Voor meer informatie neemt u contact op met Willemien Bischot of Daniëlle Westerhoff.