Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan: 10 jaar is 10 jaar

    Per 1 november 2014 is de wettelijke grondslag om tijdelijk van een bestemmingsplan te kunnen afwijken, gewijzigd. Ook is de termijn verlengd van 5 naar 10 jaar. Hoe zit het met gevallen waarin het afwijkende gebruik voor 1 november 2014 is vergund, maar nog wordt voortgezet? Kan dat gebruik van de nieuwe grondslag worden voorzien en nog 10 jaar voortduren? Of moet daarbij rekening worden gehouden met de periode dat al sprake is van het afwijkende gebruik? Hierover heeft de Afdeling zich onlangs uitgesproken.

    Tijdelijk afwijken door de jaren heen

    Voor een goed begrip eerst kort iets over het wettelijk regime omtrent het tijdelijk afwijken van een bestemmingsplan door de jaren heen. Onder de oude WRO bood artikel 17 de mogelijkheid een tijdelijke vrijstelling te verlenen voor de duur van 5 jaar. Via het inmiddels vervallen artikel 3.22 Wro en het gewijzigde artikel 5.18 Bor, is het sinds 1 november 2014 artikel 4, lid 11 van Bijlage II bij het Bor dat die mogelijkheid biedt. Met dien verstande dat het op grond van deze bepaling mogelijk is tijdelijk af te wijken voor de duur van 10 jaar.

    Een tijdloos winkelcentrum?

    Dan de praktijk. Op 8 juli 2008 hebben B&W van Bergen op Zoom Buko Bouw & Winkels (Buko) met toepassing van artikel 17 WRO een tijdelijke vrijstelling verleend voor de duur van 5 jaar voor het bouwen en in stand houden van een winkelcentrum. Na afloop van deze termijn is het winkelcentrum echter blijven bestaan. Op 4 maart 2015 verlenen B&W Buko op grond van artikel 4, lid 11 van Bijlage II bij het Bor een omgevingsvergunning om nog eens 10 jaar tijdelijk van het bestemmingsplan te mogen afwijken. Omwonenden maken tevergeefs bezwaar.

    10 jaar is 10 jaar

    In beroep oogsten zij wel succes. De rechtbank oordeelt dat de termijn van 10  jaar aanvangt op de datum waarop de met het bestemmingsplan strijdige bouw of het daarmee strijdige gebruik is begonnen. Omdat het winkelcentrum niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, voorziet de rechtbank vervolgens zelf in de zaak en bepaalt dat de gevraagde omgevingsvergunning wordt verleend tot 8 juli 2018 (10 jaar na verlening van het besluit van 8 juli 2008).

    In hoger beroep voert Buko aan dat de maximale termijn van 10  jaar specifiek is gerelateerd aan de grondslag van de omgevingsvergunning en niet aan de datum waarop het met het bestemmingsplan strijdige gebruik aanvangt. Met andere woorden: doordat de tijdelijke afwijking in een nieuw besluit wordt toegestaan op grond van artikel 4, lid 11 van Bijlage II bij het Bor, wordt de duur van de tijdelijkheid ook beheerst door de in die bepaling genoemde termijn van 10 jaar. De jaren dat het winkelcentrum er al tijdelijk zit op een andere grondslag, zouden niet meetellen. De Afdeling gaat daar niet in mee: de wetgever heeft met de nieuwe regeling in het Bor niet bedoeld een nieuwe aanvangsdatum voor de afwijking in het leven te roepen. Dit zou ertoe leiden dat de totale tijdsduur van de afwijking veel langer zou kunnen zijn dan de door de wetgever beoogde 10 jaar.

    De oplossing

    Voor Buko zit er niks anders op dan de raad te verzoeken het bestemmingsplan te wijzigen of een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik aan te vragen ex artikel 2.1, lid 1 onder c en 2.12, lid 1 onder a ten derde van de Wabo. Als inderdaad geen sprake is van strijd met de goede ruimtelijke ordening, zou dat geen probleem moeten zijn.

    Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze bijdrage? Neem contact op met Tim Grundmeijer of Else Harting.