Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Primeur: Afdeling past correctie Widdershoven toe

    De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft vorige week in drie gevallen een beroep op een schending van het gelijkheidsbeginsel gehonoreerd (123). Dat is op zichzelf al een zeldzaamheid. Wat het extra interessant maakt, is dat de Afdeling dit deed in het kader van een correctie op het relativiteitsbeginsel. En dat is een primeur, omdat het de eerste keer is dat de zogenoemde correctie Widdershoven is toegepast.

    Wat was er aan de hand?

    Uit de Drank- en horecawet (DHw) volgt dat het verboden is een slijterij voor het publiek geopend te houden zonder dat in de slijterij een leidinggevende aanwezig is. Deze norm strekt tot bescherming van het belang van het voorkomen van gezondheidsrisico's en maatschappelijke problemen. De burgemeesters van de gemeenten Someren, Sint-Oedenrode en Schijndel stonden bij slijterijen die in hetzelfde pand als een supermarkt waren gevestigd echter toe dat de leidinggevende niet in de slijterij, maar in de supermarkt aanwezig was. Verzoeken van de SlijtersUnie om handhavend op te treden tegen deze schending van de DHw werden afgewezen. De SlijtersUnie liet het daar niet bij zitten en ging in beroep.

    Rechtbank: geen strijd relativiteitsvereiste

    In beroep stelden de burgemeesters dat de SlijtersUnie niet voldeed aan het relativiteitsvereiste: het belang dat de norm waarvan om handhaving werd verzocht beoogt te beschermen, strekt niet tot bescherming van de belangen van de SlijtersUnie, te weten het voorkomen van oneerlijke concurrentie. De SlijtersUnie vond echter de rechtbank aan haar zijde. Deze trok de doelstelling van de DHw breder: de wet versterkt ook het inzicht van ondernemers en zorgt voor een bedrijfsvoering die bijdraagt aan een verantwoorde drankverstrekking. Omdat dit wél een belang van de SlijtersUnie is, werd volgens de rechtbank aan het relativiteitsvereiste voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van de SlijtersUnie gegrond en oordeelde dat alsnog handhavend moest worden opgetreden. Burgemeesters in hoger beroep.

    Afdeling: correctie Widdershoven

    Interessant is dat de Afdeling, anders dan de rechtbank, oordeelt dat de DHw níet strekt ter bescherming van de belangen van de SlijtersUnie, zodat het relativiteitsvereiste in principe wél aan het beroep van de SlijtersUnie in de weg staat. Toch komt de Afdeling tot dezelfde uitkomst als de rechtbank. Op 16 maart 2016 heeft de Afdeling namelijk een correctie op het relativiteitsvereiste aanvaard, de correctie Widdershoven. Deze correctie houdt in dat ook wanneer niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan, de schending van een norm wel kan bijdragen aan het oordeel dat het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel is geschonden. En die situatie doet zich hier voor ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel.

    Zelfstandige slijterijen worden namelijk benadeeld doordat aan hen verplichtingen zijn opgelegd waaraan in supermarkten gevestigde slijterijen niet behoeven te voldoen als gevolg van het uitblijven van handhavend optreden. Dit terwijl beide gevallen wat betreft de geldende wettelijke voorschriften en de feiten voldoende gelijkenis vertonen. Het nadeel is gelegen in het feit dat de kosten die voor een leidinggevende moeten worden gemaakt, bij een zelfstandige slijterij geheel ten laste komen van de slijterij. In het geval van in supermarkten gevestigde slijterijen komen die kosten daarentegen (groten)deels ook ten laste van de supermarkt. Door niet van in supermarkten gevestigde slijterijen te verlangen dat daar een leidinggevende aanwezig is, behandelen de burgemeesters gelijke gevallen ongelijk. Dit is in strijd met het gelijkheidsbeginsel, zodat het relativiteitsvereiste de SlijtersUnie met toepassing van de correctie Widdershoven niet wordt tegengeworpen.

    De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en schrijft hiermee geschiedenis: dit is de eerste uitspraak waarbij een partij die niet voldeed aan het relativiteitsvereiste de zaak toch won.

    Heeft u vragen over de Drank- en horecawet of de toepassing van het relativiteitsvereiste? Neem contact op met Tim Grundmeijer of Else Harting.