Waarmee kunnen wij u helpen?

    Nieuws

    Overheden lopen duizenden euro's mis door verjaarde dwangsommen

    Overheden zijn vaak bereid te wachten met het invorderen van verbeurde dwangsommen zo lang nog een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is over de vraag of een dwangsom is verbeurd. Daar is om pragmatische redenen veel voor te zeggen. Zij lopen vervolgens echter met enige regelmaat duizenden euro’s mis. Dit komt doordat wordt vergeten de verjaring van de bevoegdheid tot invordering te stuiten of de verjaringstermijn te verlengen. Waar gaat het (steeds) mis en hoe kan dat worden voorkomen?

    Waar gaat het mis?

    Uit een snelle blik op (recente) jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de provincie Zuid-Holland (1) en (2)het Waterschap Brabantse Delta en de gemeenten DrutenDen Haag en Ermelo in 2015 en 2016 gezamenlijk in ieder geval al € 322.500,- misliepen aan verbeurde dwangsommen. Onlangs deden ook de gemeenten BinnenmaasEindhoven en Ede een duit in het zakje à raison de € 80.500,-. En dan hebben wij nog niet eens gekeken naar lagere rechtspraak, laat staan dat wij zicht hebben op de gevallen die de rechtszaal niet halen. Hoewel onze voorbeelden dus waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg vormen, geven zij wel een beeld waar het spaak loopt:

    • Men vergeet simpelweg (tijdig) te verlengen of stuitingshandelingen te verrichten (Ede, Zuid-Holland (1), Brabantse Delta);
    • Men verkeert in de veronderstelling dat het nemen van een invorderingsbeschikking de verjaring stuit (Binnenmaas);  
    • Ook bestaat de misvatting dat opschorting van het invorderingstraject de verjaringstermijn verlengt (Zuid-Holland (2) en Eindhoven);
    • Formaliteiten worden niet in acht genomen (Druten, Den Haag, Ermelo).

    Overigens loopt het ook wel eens goed af, getuige deze kwestie in de gemeente Noordwijk.

    Voorkom verjaring

    De gesignaleerde problematiek speelt met name wanneer een bestuursorgaan bereid is te wachten met het invorderen van verbeurde dwangsommen. In die gevallen moet niet worden vergeten dat de bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart door verloop van één jaar na de dag waarop zij is verbeurd (5:35 Awb). Wij geven drie tips om te voorkomen dat deze situatie zich voordoet.

    1: Administratie. Het zou geen al te grote opgave moeten zijn om het moment waarop een dwangsom wordt verbeurd te registreren in de (financiële) administratie én daar de verjaringstermijn van één jaar aan te koppelen. Op die manier is inzichtelijk wanneer de verjaringstermijn dreigt te verstrijken en actie moet worden ondernomen.

    2: Verlengen of stuiten. Vervolgens is het zaak de juiste maatregelen te nemen. Daarbij dient een onderscheid te worden gemaakt tussen verlenging van de verjaringstermijn en het stuiten van de verjaring.

    Artikel 4:94 Awb biedt het bestuursorgaan de mogelijkheid de verjaringstermijn te verlengen door de wederpartij uitstel van betaling te verlenen tegen een bepaalde termijn. Deze bepaling is bij uitstek bedoeld de belanghebbende de gelegenheid te geven de periode van bezwaar en beroep te overbruggen. De termijn voor uitstel kan bovendien worden afgestemd op een toekomstige gebeurtenis, zoals het moment waarop een beslissing op bezwaar is genomen of is geoordeeld in (hoger) beroep (TK 29702, nr. 3, p. 42-43). Omdat het op dit punt nogal eens mis gaat: een besluit tot opschorting van de invordering is geen besluit tot uitstel van betaling in de zin van 4:94 Awb en bewerkstelligt dus geen verlenging van de verjaringstermijn!

    De artikelen 4:105-107 Awb voorzien in verschillende grondslagen om verjaring van de invorderingsbevoegdheid te stuiten. Artikel 4:106 Awb biedt de meest voor de hand liggende mogelijkheid: het bestuursorgaan kan de verjaring stuiten door binnen een jaar een aanmaning te versturen. Omdat een aanmaning de verjaring slechts met één jaar stuit en bezwaar- en beroepsprocedures doorgaans langer duren, rijst de vraag of een tweede/herhaalde aanmaning kan worden verzonden. Dat lijkt het geval, zo maken wij op uit de gevallen Zuid-Holland (1) en Noordwijk. Onder verwijzing naar de kwestie Binnenmaas merken wij hier nog op dat een invorderingsbeschikking de verjaring niet stuit.

    3. Formaliteiten. In praktijk blijkt het niet mee te vallen een besluit tot uitstel van betaling of aanmaning af te leveren dat/die voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten. In dit verband verdient het aanbeveling te verwijzen naar en aan te sluiten bij de tekst van de relevante bepalingen uit de Awb. Voor de aanmaning is nog essentieel dat wordt vermeld dat bij niet tijdige betaling deze betaling kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen (4:112, lid 3 Awb).

    Tot slot

    Met deze bijdrage hebben wij onder de aandacht willen brengen dat overheden vaak onnodig steken laten vallen bij het innen van verbeurde dwangsommen. Met enkele kleine voorzorgsmaatregelen kan dit tot het verleden behoren.

    Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze bijdrage? Neem contact op met Tim Grundmeijer of Else Harting.