Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Btw-vrije samenwerking in de zorgsector

    Onlangs is de Belastingdienst door het Ministerie van Financiën schriftelijk geïnformeerd dat in de zorgsector een beroep kan worden gedaan op het zogenaamde VAVO-arrest uit 2016. Hierdoor kunnen ook zorginstellingen – onder strikte voorwaarden – btw-vrij samenwerken. Wij concludeerden dit reeds in ons nieuwsbericht over het VAVO-arrest van januari 2016.

    Kern VAVO-arrest

    In het VAVO-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de werkzaamheden van twee samenwerkende, btw-vrijgestelde onderwijsinstellingen één ondeelbare economische prestatie vormen, waarbij de (eventuele btw-belaste) ondersteunende diensten opgaan in de btw-vrijgestelde onderwijsprestatie. Op grond van het VAVO-arrest is hiervan sprake als partijen:

    • voor gezamenlijke rekening en risico samenwerken;
    • één prestatie bundelen die de afnemer/consument ook als één (onsplitsbare) prestatie ervaart. Het feit dat partijen in het kader daarvan verschillende, ondersteunende werkzaamheden verrichten, doet daaraan niet af;
    • onder gemeenschappelijke regie en naam de prestatie verrichten;
    • niet beogen een zelfstandige entiteit/onderneming tot stand te brengen; en
    • aanvullend op de samenwerkingsovereenkomst geen nadere overeenkomsten met elkaar sluiten, zoals huurovereenkomsten, detacheringsovereenkomsten of andere dienstverleningsovereenkomsten.

    Hoewel er in de praktijk geluiden opgaan dat met het VAVO-arrest de btw-onderwijsvrijstelling is verruimd, menen wij dat dit niet zo is. Het VAVO-arrest gaat namelijk uit van een ander leerstuk, het zogenaamde 'samengestelde prestatie leerstuk'. Op het moment dat partijen samen één ondeelbare economische btw-vrijgestelde prestatie verrichten, zoals een btw-vrijgestelde onderwijsprestatie, wordt niet aan onderlinge btw-heffing toegekomen. Het VAVO-arrest gaat aldus over een leerstuk dat niet is beperkt tot prestaties van btw-vrijgestelde onderwijsinstellingen. Dit betekent dat ook andere btw-vrijgestelde partijen, zoals zorginstellingen, een beroep kunnen doen op het VAVO-arrest. 

    Nadere uitleg in btw-onderwijsbesluit

    Naar aanleiding van het VAVO-arrest zijn de gevolgen voor de onderwijssector in oktober 2016 nader geduid in het zogenaamde btw-onderwijsbesluit. Deze uitleg volgen wij. We zien evenwel één belangrijk verschil. Na het VAVO-arrest bleef onduidelijkheid bestaan over de mogelijkheid om de samenwerking vorm te geven in een afzonderlijke entiteit c.q. samenwerkingsverband.  In het btw-onderwijsbesluit is dit punt verhelderd:

    "Dit geldt ook als de samenwerkende onderwijsinstellingen presteren aan een voor de btw als zelfstandig aan te merken samenwerkingsvorm. Ook dan geldt de voorwaarde dat de door ieder van de samenwerkende onderwijsinstellingen verrichte werkzaamheden als geheel genomen kwalificeren als één ondeelbare vrijgestelde onderwijsprestatie."

    Toepassing in zorgsector

    We begrijpen dat het Ministerie van Financiën vooralsnog slechts twee voorwaarden stelt voor een beroep op het VAVO-arrest in de zorgsector.

    1. De samenwerkende zorginstellingen dienen de zorg aan de patiënt c.q. cliënt voor gemeenschappelijke rekening en risico te verlenen; en
    2. De samenwerkende zorginstellingen dienen de zorg aan de patiënt c.q. cliënt onder een gemeenschappelijke naam te verlenen.

    Het komt ons logisch voor als hierbij in ieder geval ook als voorwaarde wordt gesteld dat er – aanvullend op de samenwerkingsovereenkomst – onderling geen nadere overeenkomsten mogen worden gesloten, zoals huurovereenkomsten, detacheringsovereenkomsten of andere dienstverleningsovereenkomsten.

    Daarnaast ervaren we in de praktijk dat de Belastingdienst ook toetst of partijen één prestatie bundelen die de patiënt c.q. cliënt ook als één (onsplitsbare) prestatie ervaart. Twee zorginstellingen die (dezelfde soort) zorgverlening bundelen die zij voorheen ieder afzonderlijk verrichtten, zullen naar onze mening hier in ieder geval aan voldoen.

    Vragen of advies nodig?

    Wij toetsen graag voor u of uw samenwerkingsverband een beroep kan doen op het VAVO-arrest. Ook denken we graag met u mee over hoe een nieuw samenwerkingsverband vanuit btw-oogpunt zo optimaal mogelijk kan worden ingericht.