Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Adv Generaal Widdershoven adviseert nieuwe criteria voor (afgeleid) belanghebbendenbegrip

    Een zorgaanbieder zou, ondanks dat zij afgeleid belanghebbende is, op moeten kunnen komen tegen het besluit van een gemeentebestuur waarin het een cliënt van die aanbieder wordt verboden om zijn persoonsgebonden budget bij deze aanbieder te besteden. Ook zou een verzekeringsmaatschappij, die garant staat voor betaling van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, als afgeleid belanghebbende op moeten kunnen komen tegen een besluit waarbij aan iemand pas een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend indien deze uitkering op de verzekeraar als garantsteller kan worden verhaald. Dit heeft Advocaat Generaal Widdershoven in zijn conclusie van 7 november 2018 geconcludeerd op basis van door hem geformuleerde normatieve ankerpunten en vuistregels.

    Belanghebbende

    De mogelijkheid om bezwaar en beroep in te kunnen stellen tegen een besluit of de mogelijkheid om bij de voorbereiding van een besluit een zienswijze naar voren te brengen is afhankelijk van het feit of men wordt aangemerkt als 'belanghebbende'. Slechts degenen wiens belang rechtsreeks bij een besluit zijn betrokken kunnen iets beginnen tegen een besluit van een bestuursorgaan. Dit is in de eerste plaats de geadresseerde van het besluit in kwestie. Al naar gelang de aard van het besluit kunnen ook belangen van derden rechtstreeks bij dat besluit zijn betrokken. 

    Een persoon met een afgeleid belang heeft geen rechtsreeks belang omdat het vereiste van rechtstreekse betrokkenheid ontbreekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval van een aannemer die zich jegens zijn opdrachtgever contractueel garant heeft gesteld voor het verkrijgen van een woningsubsidie. Deze heeft slechts een afgeleid belang en wordt niet als belanghebbende aangemerkt bij de weigering om een dergelijke subsidie te verlenen. Het leerstuk van het afgeleid belang kan tot de nodige moeilijkheden leiden op het gebied van rechtsbescherming. 

    Conclusie Widdershoven

    De president van de Centrale Raad van Beroep ("CRvB") heeft Widdershoven gevraagd een conclusie te nemen in bovengenoemde zaken waarin de desbetreffende bestuursorganen de bezwaren van de zorgverlener en de verzekeraar niet-ontvankelijk hadden verklaard omdat zij geen belanghebbenden bij die besluiten zouden zijn. Dit is de eerste conclusie in de Nederlandse geschiedenis bij de Centrale Raad van Beroep. Deze conclusie is van belang voor de toepassing van het leerstuk in hele bestuursrecht; het draagvlak is aldus breder dan slechts deze twee uitspraken.

    Zoals ook blijkt uit de inleiding van dit artikel is door Widdershoven geconcludeerd dat bovengenoemde zorgaanbieder en verzekeringsmaatschappij wél bij de bestuursrechter hun bezwaar dan wel beroep moeten kunnen indienen. Dit ondanks het feit dat zij niet de geadresseerden van de besluiten zijn en daarom niet rechtstreeks in hun belang zijn getroffen.

    Inconsistentie in huidige rechtspraak

    Bij wijze van inleiding concludeert Widdershoven dat in de rechtspraak vanaf 2005 steeds vaker uitzonderingen werden gemaakt op het strenge criterium van rechtstreekse betrokkenheid. Het probleem dat vervolgens is ontstaan is dat niet alle hoge bestuursrechters hierin dezelfde lijn hebben gevolgd. De CRvB, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven volgen hierin alle drie andere nuanceringen. Om de rechtspraak te systematiseren en te verhelderen heeft Widdershoven vijf vuistregels geformuleerd. Deze vuistregels worden voorafgegaan door twee normatieve ankerpunten die gelden als minimumvereiste voor het afgeleid belang begrip. 

    Twee normatieve ankerpunten

    Het eerste ankerpunt betreft de regel dat een derde als belanghebbende bij een besluit moet worden aangemerkt indien dat besluit in beginsel tegenover die derde onrechtmatig kan zijn. Dit ankerpunt beoogt een doeltreffende rechtsbescherming te bewerkstelligen opdat wordt voorkomen dat de derde bij een te strikte leer uit noodzaak moet uitwijken naar de civiele rechter. 

    Als tweede normatief ankerpunt geldt dat een derde toegang moet hebben tot de bestuursrechter (en dus als belanghebbende moet worden aangemerkt) als hij door een besluit wordt geraakt in een recht of rechtens beschermd belang. Dit wordt overigens ook al gegarandeerd door (o.a.) het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (artikel 6 en 13). 

    Vuistregels

    De vijf onderstaande vuistregels zouden bij de toekomstige toepassing van het leerstuk door bestuursrechters richting moeten geven. 

    1. Als eerste vuistregel geldt dat de problematiek van afgeleid belang niet aan de orde is als de derde een eigen (zelfstandig) belang heeft dat rechtstreeks bij het besluit is betrokken. 
    2. Op grond van de tweede vuistregel moet het beroep van de derde niet afstuiten op afgeleid belang als zijn belang materieel niet parallel loopt met dat van de eerst betrokkene. Dit zou het geval kunnen zijn indien er sprake is van tegenstrijdige belangen of indien de belangen van de derde materieel sterker bij het besluit zijn betrokken dan die van de eerst betrokkene. 
    3. Op grond van deze derde vuistregel moet het beroep van een derde niet afstuiten op afgeleid belang als de betrokkenheid van zijn rechts- of belangpositie bij het besluit een zelfstandige aanspraak op rechtsbescherming rechtvaardigt. Dit is het geval als zijn rechtspositie direct wordt beïnvloed door het besluit en/of als zijn handelwijze de aanleiding vormt voor het besluit. 
    4. Afgeleid belang kan wél aan de derde worden tegengeworpen als zijn belang parallel loopt aan dat van de eerst betrokkene en zijn belang uitsluitend via een contractuele relatie met die eerst betrokkene bij dat besluit betrokken is. In dit geval vindt de leer van het afgeleid belang aldus toepassing. 
    5. Soms wordt een zogenaamde verwevenheidscorrectie toegepast op grond waarvan de bestuurder/enig aandeelhouder als belanghebbende wordt aangemerkt bij een tot de vennootschap gericht besluit. Widdershoven pleit ervoor om in plaats van de bestuurder/enig aandeelhouder als belanghebbende aan te merken als alleen hij en niet de vennootschap zelf beroep tegen het besluit heeft ingesteld, dat beroep toe te rekenen aan de vennootschap. 

    Afsluiting

    Widdershoven heeft met zijn conclusie getracht om de onduidelijkheid en inconsistentie in het leerstuk van het afgeleid belang weg te nemen en daarbij de kaders van het leerstuk hier en daar te verruimen. De partijen die bij deze procedures betrokken zijn krijgen de mogelijkheid om op deze conclusie te reageren waarna de grote kamer van de CRvB uitspraak zal doen. De conclusie van de raadsheer advocaat-generaal geeft voorlichting aan de CRvB, maar bindt hem niet. Of de beschouwing van Widdershoven wordt overgenomen, zal dus nog moeten blijken.

    Sector: Vastgoed & Bouw

    De vastgoed- & bouwsector is complexer dan ooit. Met name door de voortdurend veranderende regelgeving en de juridisering van deze sector. Dat vraagt om een juridisch adviseur die de markt door en door kent.

    Lees meer