Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Wie mogen de IORP II-sleutelfuncties vervullen?

    IOPR II introduceert drie sleutelfuncties. De vereisten waaraan pensioenfondsen moeten voldoen op het terrein van de sleutelfuncties worden vastgelegd in artikel 143a Pensioenwet. Eerder gingen we in op deze drie sleutelfuncties. Maar wie mogen ze vervullen?

    Wie mogen de sleutelfuncties vervullen? 

    Geschiktheid en betrouwbaarheid en DNB toetsing

    De risicobeheerfunctie, interne auditfunctie en actuariële functie bij een pensioenfonds moeten worden uitgeoefend door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van deze functies en van wie de betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Dit komt vast te liggen in artikel 106 van de Pensioenwet.

    Het is de verantwoordelijkheid een pensioenfonds om de geschiktheid en de betrouwbaarheid te borgen van de personen die een sleutelfunctie vervullen. De Nederlandsche Bank kan - maar hoeft niet in alle gevallen - deze geschiktheid en betrouwbaarheid te toetsen.

    Indien het houderschap van een sleutelfunctie wordt belegd bij een bestuurder, kan dit betekenen dat zijn functie een andere inhoud krijgt. Bijvoorbeeld omdat hij eerder niet taken uitoefende die bij het houderschap van de sleutelfunctie horen. De Nederlandsche Bank pleegt in een functiewijziging van een bestuurder aanleiding te zien de bestuurder te toetsen op geschiktheid voor wat betreft de nieuwe functieonderdelen. Dat betekent dat het beleggen van het houderschap van een sleutelfunctie bij een bestuurder tot gevolg kan hebben dat DNB geschiktheid zal toetsen.

    Maar ook in andere gevallen kan DNB een houder van een sleutelfunctie op betrouwbaarheid toetsen. Het voorstel is om in artikel 29 van het Besluit PW op te nemen dat De Nederlandsche Bank de geschiktheid en betrouwbaarheid van een persoon die de risicobeheerfunctie, de interne auditfunctie of de actuariële functie uitoefent toetst "indien daar, naar het oordeel van De Nederlandsche Bank, aanleiding toe bestaat." Vooralsnog valt allerminst uit te sluiten dat De Nederlandsche Bank het enkele aanwijzen van een houder van een sleutelfunctie ziet als voldoende aanleiding, al is het maar vanwege het belang dat wordt gehecht aan de zorgvuldige implementatie van IORP II.

    De vraag is wanneer geschiktheid van een houder van een sleutelfunctie moet vast staan en toetsing moet zijn afgerond en vervolgens benoeming kan plaatsvinden als houder van een sleutelfunctie. Vooropgesteld: geschikt zijn, is de norm, maar toetsing en het doorlopen van een toetsingstraject is geen plicht tenzij daar concreet aanleiding voor is. En die aanleiding zal eerst in het concrete geval moeten blijken. Maar indien eenmaal duidelijk is dat in een concreet geval er aanleiding is om te toetsen op geschiktheid, dan speelt het volgende.

    De IORP II richtlijn geeft de tijd tot 13 januari 2019 om deze te implementeren en daarmee te beschikken over sleutelfuncties. Aan de andere kant is het niet altijd aannemelijk dat dan ook toetsingstrajecten zijn afgerond. DNB laat toe dat sleutelfuncties tijdelijk worden uitgevoerd door waarnemers, bijvoorbeeld omdat er nog een vacature is of de kandidaat nog extra opleiding of kennis nodig heeft. DNB vraagt dan wel een kandidaat voor te dragen voor toetsing voor 1 september 2019 in het geval van een T3 of T4 fonds, en voor 1 september 2020 in het geval van een T2 fonds.

    Combineren van (sleutel)functies

    Het is mogelijk om sleutelfuncties te combineren. 

    Bestuur en sleutelfunctie

    Het is mogelijk dat een bestuurder van een pensioenfonds een houder is van een sleutelfunctie of een rol speelt bij de vervulling van een sleutelfunctie. In dat geval zal er niet alleen een rapportagelijn moeten zijn van de houder van de sleutelfunctie naar het bestuur, maar ook naar het intern toezicht.
    Tijdens de parlementaire behandeling van de Implementatiewet IOPR II is daarover opgemerkt: "In de praktijk kan het - onder andere gelet op de omvang, aard, complexiteit en interne organisatie van een pensioenfonds en het feit dat de inrichting van de sleutelfuncties niet tot al te belastende vereisten voor een pensioenfonds mag leiden - voorkomen dat de houder van een sleutelfunctie tevens één van de personen is die het pensioenfonds bestuurt."

    DNB neemt zelfs tot uitgangspunt dat, met uitzondering van de actuariële functie, het houderschap van de sleutelfunctie risk en de sleutelfunctie audit wordt ingevuld door een bestuurslid. Daarbij weegt mee dat een houder van een sleutelfunctie tevens bestuurslid per definitie toegang heeft tot het bestuur - en dus zijn oordeel wordt gehoord. Ook weegt mee dat een bestuurslid ruime toegang zal hebben tot informatie, waardoor de verwachting is dat een bestuurder goed invulling kan geven aan de houderschapsrol

    Er zijn argumenten om het houderschap van een sleutelfunctie ook niet bij een bestuurslid te beleggen. Gedacht kan worden aan het feit dat dit bestuurslid enerzijds deel is van de bestuurlijke besluitvorming, maar anderzijds vanuit zijn rol als houder van een sleutelfunctie zaken mogelijk moet melden aan een externe toezichthouder, ook wanneer het bestuur anders meent.

    Actuariële functie en risicobeheerfunctie combineren en laten uitvoeren door een actuaris?

    De waarmerkend mag de actuariële functie vervullen en ook houder zijn van die functie. Om ook de waarmerkend actuaris houder te kunnen maken van de actuariële functie wordt voorgesteld om artikel 148 van de Pensioenwet aan te passen. De actuariële functie kan gecombineerd worden met de risicobeheerfunctie. Maar dat kan dan weer niet indien de actuariële functie wordt gehouden door de waarmerkend actuaris. Zo ver gaat namelijk de voorgestelde uitbreiding van de toegelaten werkzaamheden van de waarmerkend actuaris in artikel 148 Pensioenwet niet. DNB neemt tot uitgangspunt dat de actuariële functie in principe wordt vervuld door de waarmerkend actuaris. Achtergrond van dat uitgangspunt is de wijziging in artikel 148 Pensioenwet.

    Interne auditfunctie separaat

    De interne auditfunctie, althans het houderschap daarvan, kan vooralsnog niet worden gecombineerd met andere sleutelfuncties. Deze functie zal separaat uitgeoefend moeten worden van andere functies.

    Toezichtrol en sleutelfunctie

    Het is de vraag of leden van het interne toezicht - bijvoorbeeld een lid van een Raad van Toezicht - houder kunnen zijn van een sleutelfunctie. Vooralsnog neemt DNB het standpunt in dat de sleutelfuncties dienstbaar zijn aan de bestuurlijke besluitvorming waarop nu juist het interne toezicht toezicht houdt. Dat deze interne toezichthouders enerzijds onderdeel zijn van het bestuurlijk (besluitvormings)traject en anderzijds daarop toezicht zouden moeten houden, wordt wel genoemd als reden waarom zij geen houder van een sleutelfunctie kunnen zijn. In het verlengde hiervan is ook wel geopperd dat niet uitvoerende bestuurders een meer toezichthoudende rol hebben en daarom het ook minder voor de hand ligt om een van hen aan te wijzen als houder van een sleutelfunctie. Daar valt tegenin te brengen dat deze niet uitvoerende bestuurders lid zijn van het bestuur en daarmee hun rol allerminst is beperkt tot toezicht.

    Lidmaatschap commissies en houder van een sleutelfunctie?

    Een houder van een sleutelfunctie kan van bepaalde commisies van het pensioenfonds geen lid zijn of daarin stemrecht hebben, althans dat is het standpunt dat wordt ingenomen door DNB. De wet kent geen expliciet verbod. Voor financiële risico's betekent dit dat de sleutelfunctiehouder risk wel input mag leveren ("zijn stem mag laten horen") in de BAC of BC-vergaderingen, maar dat hij geen lid mag zijn van de BAC of stemgerechtigd lid mag zijn van de BC, aldus DNB. En iets vergelijkbaars geldt voor niet financiële risico's: de sleutelfunctiehouder risk mag aldus DNB zijn stem laten horen in de vergaderingen van de commissie die zich bezighoudt met pensioenadministratie en de niet financiële risico's, maar zou geen stemgerechtigd lid mogen zijn. Dit zou zich aldus DNB namelijk slecht laten verenigen met de onafhankelijkheid van de risicobeheerfunctie. De sleutelfunctiehouder audit kan echter wel weer lid zijn van de auditcommissie en de sleutelfunctiehouder risk kan wel lid zijn van een riskcommissie, ook in de rol van voorzitter. Afhankelijk van de omvang van het fonds neemt DNB dit ook als uitgangspunt (T2b fondsen en groter). Bij kleinere fondsen is dit niet het uitgangspunt van DNB.

    Uitbesteden van sleutelfuncties

    Uitbesteden van sleutelfuncties mag net zoals uitbesteding van het houderschap van een sleutelfunctie. Uitbesteding kan aan een bestaande uitbestedingspartner, maar ook - zo is het voorstel - aan een aangesloten werkgever of een daar werkzame persoon. Zo valt te lezen in de parlementaire behandeling van de Implementatiewet IORP II: "toegestaan [wordt] dat het pensioenfonds soortgelijke sleutelfuncties door dezelfde persoon of organisatorische eenheid laat vervullen als in de bijdragende onderneming." Indien wordt uitbesteedt aan een bestaande uitvoeringspartij, kan dat betekenen dat er iets van toelichting wordt gevraagd over hoe de onafhankelijkheid van de rapportage is geborgd en of/hoe deze wordt gescheiden van de overige aan diezelfde partij uitbesteedde activiteiten.

    Maar niet alle combinaties zijn steeds mogelijk. 

    Risicobeheer: Het houderschap van het risicobeheer is niet altijd uit te besteden omdat dit de verantwoordelijkheid van het pensioenfonds voor de organisatie en beheersing van bedrijfsprocessen en het toezicht daarop in specifieke gevallen kan ondermijnen. Kern van de zaak is dat de de houder van de risicobeheerfunctie in staat zijn is om alle relevante risico's en beheersmaatregelen voor het pensioenfonds integraal te overzien, inclusief de strategische risico's en het bestuur hierover op totaalniveau te informeren. Dat de houder van de risicobeheerfunctie gebruik maakt van uitbesteedde diensten, is denkbaar.

    Interne audit: Het uitbesteden houderschap van de interne auditfunctie kan tot bezwaren leiden omdat onder de audit werkzaamheden, onder andere werkzaamheden vallen waarbij uitbesteding afbreuk doet aan de kwaliteit van de onafhankelijke interne toetsing bij de pensioenuitvoerder. Althans dat is de gedachte van de Nederlandse wetgever. Aan de andere kant laat de IORP richtlijn nadrukkelijk mogelijkheden open voor uitbesteding aan de auditafdeling van de werkgever, mits de onafhankelijkheid van de audit niet in het geding komt. Er wordt in de praktijk wel de vraag gesteld of de controlerend accountant mogelijk ook op kan treden als houder van de sleutelfunctie audit. Meestal blijkt een dergelijke combinatie niet goed te maken, niet in de laatste plaats omdat de controlerend accountant zijn rol anders wenst in te vullen.

    DNB

    De Nederlandsche Bank zal nadere eisen stellen aan wie onder welke voorwaarden een sleutelfunctie kan vervullen. Op maandag 17 september 2018 is een handreiking voor de inrichting van sleutelfuncties gepubliceerd. Later volgt nog beleid aangaande geschiktheidsbeoordelingen van sleutelfunctiehouders.

    IORP II

    De impact van de Europese pensioenrichtlijn

    Pensioeninstellingen zoals de Nederlandse Pensioenfondsen moeten voldoen aan Europese regels voor bestuur, goverance, communicatie en beleggingsbeleid. Deze regels staan in EU richtlijn 2016/2341, kortweg de IORP II-richtlijn.

    Lees meer

    Sleutelfuncties IORP II

    IORP II schijft voort dat pensioenfondsen over voldoende capaciteit moeten beschikken voor een risicobeheerfunctie, een interne auditfunctie en, in voorkomend geval, een actuariële functie. Lees meer over wat deze inhouden.