Waar kunnen we u mee helpen?

    Artikel

    Gemeente mag pgb-gelden terugvorderen bij een zorginstelling, maar alleen als onrechtmatig handelen is vastgesteld

    Sinds de invoering van de Wmo 2015 kunnen mensen met psychische en/of psychosociale problemen bij hun gemeente aanspraak maken op ondersteuning. Een gemeente kan een budgethouder een pgb beschikbaar stellen, waarmee zorg kan worden ingekocht. De budgethouder sluit daartoe een zorgovereenkomst met een zorgaanbieder. Een pgb vertegenwoordigt de hoeveelheid uren zorg waaraan een budgethouder op grond van een indicatiestelling behoefte heeft en waarop hij aanspraak kan maken. Een pgb wordt niet rechtstreeks aan een budgethouder uitgekeerd, maar door de gemeente op een rekening bij de Sociale Verzekeringsbank ("SVB") gestort. De SVB betaalt uit aan de zorgaanbieder. De Rechtbank Gelderland heeft in een recente uitspraak geoordeeld dat de gemeente oneigenlijk bestede pgb-gelden rechtstreeks mag terugvorderen bij de zorgaanbieder.

    Rigter B.V. ("Rigter") en R2 B.V. (“R2”) bieden in Nijmegen zorg aan cliënten met een verstandelijke beperking, psychiatrische problematiek of psychosociale problemen. Budgethouders hebben vanuit hun door de gemeente Nijmegen toegekende pgb zorg en ondersteuning ingekocht bij Rigter en R2. In 2016 heeft de gemeente een onderzoek ingesteld naar de zorg die deze zorgaanbieders leveren en naar de rechtmatigheid van de bedragen die zij bij budgethouders factureren. Volgens de gemeente kan uit de resultaten van het onderzoek worden afgeleid dat de zorgaanbieders de ontvangen pgb-gelden niet volledig gebruikten om, overeenkomstig een indicatie, zorg te verlenen. Zo zouden veel minder zorg en diensten zijn geleverd dan uit de facturen met vaste maandbedragen bleek. De gemeente vordert in een procedure bij de Rechtbank Gelderland de onjuist gebruikte pgb-gelden terug. 

    De zorgaanbieders voeren in de procedure aan dat uit (art. 2.4.1 van) de Wmo 2015 moet worden afgeleid dat pgb's alleen bij de budgethouder zelf kunnen worden teruggevorderd en niet bij een zorgaanbieder. Hoewel de rechtbank de zorgaanbieders gelijk geeft met hun stelling dat de Wmo 2015 geen uitdrukkelijke grondslag biedt voor een terugvorderingsactie van een gemeente bij een zorgaanbieder, brengt dat volgens de rechtbank niet mee dat andere terugvorderingsacties zijn uitgesloten. Uit de tekst van de Wmo 2015 en de wetgeschiedenis van die wet blijkt volgens de rechtbank niet dat beoogd is met art. 2.4.1 Wmo 2015 een uitputtende regeling te geven en andere terugvorderingsacties uit te sluiten. Daarbij wijst de rechtbank op art. 2b lid 2 onder c van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. 

    Deze bepaling voorziet in de verplichting voor zorgaanbieders om in toekomstige zorgovereenkomsten die zij met budgethouders sluiten een derdenbeding op te nemen ten gunste van de gemeente die het pgb verstrekt en waarin wordt geregeld dat de gemeente pgb’s rechtstreeks bij de zorgaanbieder kan terugvorderen in gevallen van fraude door de zorgaanbieder. Een gemeente kan frauderende zorgaanbieders met een beroep op dat beding rechtstreeks aanspreken tot terugbetaling zonder de budgethouder te betrekken. De zorgovereenkomsten waarom het in deze zaak gaat, zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van art. 2b lid 2 onder c van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en daarin ontbreekt een dergelijk derdenbeding. Een en ander brengt met zich dat de zorgaanbieders wel degelijk door de gemeente civielrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gehouden voor onrechtmatig handelen.  

    Het onrechtmatig handelen van de zorgaanbieders jegens de gemeente moet wel worden vastgesteld. Dat is naar het oordeel van de rechtbank alleen het geval als het laten uitbetalen van pgb-gelden zodanig onzorgvuldig of opzettelijk onjuist heeft plaatsgevonden, dat sprake is van fraude of ander misbruik waardoor pgb-gelden oneigenlijk zijn besteed. Vooralsnog heeft de gemeente dat onvoldoende aangetoond. 

    Voor meer informatie over de Wmo 2015 kunt u contact opnemen met Corine Vernooij of Else Harting.