Waar kunnen we u mee helpen?

    Blog

    Een jaar raadsheer plaatsvervanger

    Ongeveer een jaar geleden ben ik beëdigd als raadsheer plaatsvervanger. Ongeveer één keer per maand spreek ik, als derde lid van een meervoudige combinatie, recht. Dat is wennen, als je gewend bent te pleiten. Ik moet nog veel leren, maar bespreek (in deze Week van de Rechtspraak) voor de vuist toch alvast enkele bevindingen.

    Diverse zaken en lastige vraagstukken

    Veel verschillende zaken zijn op zitting dan wel op de raadkamer voorlopige hechtenis voorbij gekomen; van Syrië-gangers tot opiumzaken en van mishandelingen tot diefstallen en fraudezaken.

    Duidelijk is geworden dat het nemen van een rechterlijke beslissing in al die kwesties precies zo moeilijk is als ik altijd al had gedacht. In raadkamer is het wikken en wegen. In alle zaken, groot en klein, wordt de tijd genomen om deze van alle kanten te bezien. Daarbij komt dat er, ondanks decennia van advocatuurlijke ervaring, iedere zittingsdag wel bijzondere procedurele vragen voorbijkomen waar het antwoord niet zo snel op gevonden wordt. Kennelijk bevatten ook ogenschijnlijk eenvoudige zaken vaak lastige juridische dilemma's.

    Iedere raadsheer heeft een eigen visie

    Het is belangrijk en leuk om als plaatsvervanger onbevangen de raadkamergesprekken in te gaan en vragen te stellen over onderwerpen die door ervaren raadsheren misschien als vanzelfsprekend worden ervaren, om de mogelijke beslispunten nog scherper te krijgen. Het is mij nog niet overkomen, maar ik maak mij wel zorgen over een situatie waarin je als raadsheren uiteindelijk niet op één lijn zou zitten, meer in het bijzonder natuurlijk als jouw mening niet helemaal overeenkomt met die van de anderen van de combinatie. We kennen in Nederland natuurlijk niet de mogelijkheid van een dissenting opinion.

    Indrukken

    Uiteraard volg ik het optreden van de advocaten en de dynamiek tussen advocaten en het hof met bijzondere belangstelling. Mijn eerste indrukken zien echter op gebeurtenissen vóór het optreden op zitting. Op elke zittingsdag waren er wel meerdere zaken die op het allerlaatste moment (de dag zelf, of de dag daarvoor) werden ingetrokken. Hiervoor kunnen goede redenen zijn, bijvoorbeeld omdat de cliënt pas in een laat stadium bereikt kan worden. Ik denk echter dat een deel van die zaken eerder zou kunnen worden ingetrokken. Dat zou efficiënt zijn. De zaken die laat zijn ingetrokken zijn immers voorbereid, waarbij het zwaartepunt op de laatste weken of week voor zitting ligt. Het is vervelend dat er energie verloren gaat, nog vervelender is dat er daarmee ook zittingscapaciteit verloren gaat.

    Vervolgens is er een redelijk groot aantal zaken waar het hoger beroep wel is ingesteld en niet ingetrokken, maar vervolgens verschijnt er niemand en/of blijkt de advocaat niet gemachtigd. Vaak zijn ook hiervoor redenen. Dat de advocaat verschijnt is keurig, maar de gang van zaken wordt toch niet altijd begrepen. Ook hiervoor geldt dat het in ieder geval niet efficiënt is.

    Het omgekeerde is ook aan de orde. De situatie dat zaken eenvoudigweg te lang blijven liggen bij het hof. Die vertraging is voor advocaten en hun cliënten vervelend. Dit geldt temeer als het hoger beroep al is aangevangen en er bijvoorbeeld nog maar beperkte onderzoekshandelingen moeten worden verricht.

    Procesdeelnemers kunnen er door het tijdsverloop/de geschiedenis van de zaak (en soms wisselende samenstellingen en/of procesdeelnemers) op zitting mee worstelen om de zaak inhoudelijk, maar ook procedureel nog goed te begrijpen. Het is van belang, dat bij zaken "met een verleden" de goede balans wordt gevonden tussen het voorkomen van onnodige herhaling enerzijds en het voldoende rekenschap geven van die geschiedenis anderzijds. Niet te snel mag worden aangenomen dat "het dossier en/of de geschiedenis bekend is". Ook maak ik op zitting mee dat advocaten met nieuwe informatie, zoals een nieuw proces-verbaal, worden geconfronteerd en dat maar zeer beperkt gelegenheid wordt gegeven om nieuwe informatie met cliënt door te nemen.

    Oplossingen

    Het over en weer wat beter managen van de zaak en een betere communicatie zouden tot veel efficiëntie-verbeteringen kunnen leiden. Is het misschien zo dat (in het bijzonder bij de minder omvangrijke dossiers) pas relatief kort voor de zitting het dossier weer ter hand wordt genomen? En als dat zo zou zijn, is het dan geen idee zijn om bijvoorbeeld een maand voor een zitting per brief of op andere wijze even contact te hebben tussen de procesdeelnemers om bijvoorbeeld de beschikbare informatie, de wijze van behandeling op zitting, maar ook het wel of niet intrekken en het wel of niet gemachtigd zijn te bespreken?

    Ten aanzien van de inhoudelijke behandeling leerde ik dat het vaak nuttig kan zijn om voorafgaand aan de zitting een inhoudelijke reactie aan het hof te sturen. Zeker als de kans aanwezig is dat er tijdsdruk op de behandeling staat. Die reactie wordt (uiteraard) gelezen en het maakt het prettig om op zitting te kunnen focussen op de kern van het verweer. Dit werkt echt.

    Meer nog dan ik had gedacht, is de tenlastelegging van belang. Minutieus wordt die bezien. Daar technisch op pleiten kan dus echt de moeite lonen. Ook viel mij op, dat advocaten soms lang pleiten of verzoeken toelichten, maar dat dan vervolgens de conclusie ontbreekt. Het wordt dan aan het hof gelaten wat met het verzoek te doen. Dat werkt niet.

    Nog meer indrukken

    Interessant was het om te zien hoe verschillend advocaten pleiten en tot welke ook weer zeer verschillende reacties dat bij het hof kan leiden. Soms proberen advocaten een kwinkslag te maken of in ieder geval een opmerking te maken om het ijs wat te laten dooien (iets wat ik zelf ook (te) vaak probeer). Soms gaat dat echt mis. Raadsheren kunnen zich daar dan echt aan storen en ook ik merkte dat een net niet grappige opmerking dodelijk kan zijn.

    De wet van Maier Rutger Wery (raadsheer bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en daarvoor jarenlang strafadvocaat) schreef inmiddels meer dan 10 jaar geleden (Over effectief verdedigen, De Advocatenstandaard, Sdu 2007) dat er een risico is dat de raadsman en de rechter het zicht op elkaar verliezen. Willen zij niet vervallen tot professioneel autisme, dan moeten zij niet alleen hun eigen rol positioneel en vaktechnisch beheersen, maar moeten zij ook begrip hebben voor de rol en de positie van elkaar. Hij verwees naar de wet van Maier die erop neerkomt, dat het effect het resultaat is van de kwaliteit van een argument vermenigvuldigd met de acceptatie (E = k x a).

    Van Wery had het over de relatie tussen de raadsman en de rechter en voor relaties geldt dat deze wederkerig zijn. Op het moment dat er iets niet duidelijk is, als een conclusie niet wordt getrokken, of als er ergens een ergernis is, zou het (binnen de professionele perken natuurlijk) goed zijn dit te benoemen.

    Vanuit het oogpunt van het slachtoffer/benadeelde partij bezien

    Ten slotte nog een prangend punt. Hiervoor ging het over de professionele procesdeelnemers. Verdachten en slachtoffers/benadeelde partijen staan uiteraard centraal op de zittingen. Verdachten en slachtoffers/benadeelde partijen zijn er in alle soorten en maten. Sommigen weten alles van het strafproces. Vaker heb ik – ondanks dat alle professionele procesdeelnemers werkelijk hun best doen – de indruk, dat verdachten en slachtoffers de juridische werkelijkheid, het juridisch decor, maar moeilijk kunnen begrijpen.

    Dit komt door taal/gebruiken/procedures, maar ook, of vooral omdat de strafrechtelijke kwestie vaak niet op zichzelf staat maar onderdeel is van een veel grotere/complexere/langdurigere problematiek. Te denken valt bijvoorbeeld aan verslaving, schuld- of relatieproblematiek. Zaken lopen dan door elkaar. Op zitting gaat het natuurlijk primair om de strafzaak. Ook zijn procedurele zaken (bijvoorbeeld als een hoger beroep wordt ingetrokken/of als bij gebrek aan grieven tot niet ontvankelijkheid wordt besloten) voor de wel verschenen slachtoffers/benadeelden soms moeilijk te bevatten. Het hof doet veel moeite om uitleg te geven. Ik ben bang dat het soms toch niet begrepen wordt.

    Dit blog is eerder gepubliceerd op SDU.nl