Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Bevoegde rechter bij schadeclaim na mededingingsinbreuk?

  • NL
  • Indien de autoriteiten een inbreuk vaststellen op de mededingingsregels kan de onderneming zich allereerst geconfronteerd zien met een hoge boete. De laatste jaren zijn daar civiele schadeclaims bijgekomen. Een contractspartij vordert bijvoorbeeld schade, omdat hij door een kartel jarenlang voor te hoge prijzen producten kocht. De mededingingsinbreuk is vaak grensoverschrijdend. De vraag is dan voor welke rechter de schadeclaim kan worden gebracht. De rechter van de claimant, de rechter van de gedaagde of nog een ander forum?

    Procespartijen geven vaak de voorkeur aan een rechtszaak bij de ‘eigen rechter’ van hun land. Men kan procederen in de eigen taal, de reisafstand is kort en binnen de onderneming is al juridische kennis in huis. In kartelschadezaken ziet men dat ook andere overwegingen een rol spelen. Zo is Nederland een populair forum, omdat de rechtsgang betrouwbaar en efficiënt is, proceskosten relatief laag zijn en vorderingen door ‘claim vehicles’ in beginsel zijn toegestaan.

    De mogelijkheid van ‘forum-shoppen’ is echter niet onbegrensd. Rechters in de EU moeten hun bevoegdheid om de schadeclaim in behandeling te nemen toetsen aan de (hernieuwde) EEX-verordening. Hoofdregel is dat een verweerder moet worden gedagvaard voor de rechter van zijn woonplaats. Soms kunnen ook andere rechters bevoegd zijn. Zo is het mogelijk een vordering tegen meerdere verweerders uit verschillende landen aanhangig te maken bij de rechter van de woonplaats van één van hen. Ook is het mogelijk de vordering in te stellen bij de rechter van ‘de plaats van het schadebrengende feit’.

    Recent gaf Advocaat-Generaal Bobek een opinie over de vraag hoe men de ‘plaats van het schadebrengende feit’ moet uitleggen bij een schadeclaim i.v.m. een mededingingsinbreuk.

    Het betrof een vordering van een failliete Litouwse luchtvaartmaatschappij tegen een Letse luchtvaartmaatschappij en een Letse luchthaven. De Letse luchthaven zou kortingen tot 80% aan de Letse luchtvaartmaatschappij hebben gegeven. Door deze besparingen kon de Letse luchtvaartmaatschappij tegen afbreukprijzen vanaf Litouwen vliegen en de Litouwse maatschappij uit de markt verdrijven. Er zou sprake zijn van een mededingingsbeperkende overeenkomst tussen de Letse partijen en misbruik van machtspositie.

    Volgens vaste rechtspraak ziet de ‘plaats van het schadebrengende feit’ zowel op de ‘plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis’ alsook de ‘plaats waar de schade is ingetreden’. Is dit niet dezelfde plaats, dan zijn de rechters van beide plaatsen bevoegd. De eiser heeft de keuze naar welke rechter hij gaat.

    AG Bobek bespreekt allereerst de ‘plaats waar de schade is ingetreden’ bij mededingingsbeperkend gedrag waarbij een onderneming op de markt wordt uitgesloten. Hij meent dat dit de plaats is “(i) binnen de markten die worden getroffen door de inbreuk op het mededingingsrecht, (ii) waar de eiser stelt omzetderving te hebben geleden”. Volgens de AG lijkt in casu het omzetverlies (vooral) in Litouwen te zijn geleden, als plaats van vertrek of aankomst van de vluchten van de Litouwse luchtvaartmaatschappij en de plaats waarop de vermeende afbreukprijzen van de Letse luchtvaartmaatschappij waren gericht. AG Bobek benadrukt nog dat het niet gaat om de plaats waar de eiser als gevolg van het omzetverlies stelt vermogensschade te hebben geleden (dus zijn financiële centrum / zetel). Opmerkelijk is dat AG Bobek daarbij erkent dat zijn uitleg niet goed strookt met de uitleg van het Hof van Justitie in de CDC-zaak over te hoog betaalde prijzen als gevolg van een kartel. Het Hof had hier als ‘plaats waar de schade is ingetreden’ aangemerkt ‘de plaats waar de eiser de grootste financiële gevolgen ondervond, namelijk de plaats van zijn zetel'. De AG acht het zelfs “goed mogelijk dat het Hof in de toekomst zal worden gevraagd nog eens naar de kwestie te kijken”.

    Bij inbreuken op artikel 101 VWEU kan de ‘plaats van de veroorzakende gebeurtenis’ zijn (i) de plaats waar de mededingingsbeperkende overeenkomst is gesloten (ii) de plaats waar zij is uitgevoerd of (iii) beide. In de zaak CDC koos het Hof voor (i). Dat geldt volgens de AG ook in deze zaak. Bij een inbreuk op artikel 102 VWEU is volgens de AG de plaats van implementatie van het misbruik van machtspositie beslissend. Hier: de plaats waar de afbreukprijzen worden aangeboden en toegepast door de Letse luchtvaartmaatschappij.

    Kort en goed, volgt uit de Opinie dat de Litouwse eiser naar zijn ‘eigen’ rechter kan nu dit (in ieder geval) de rechter is van de ‘plaats waar de schade is ingetreden’. Het is afwachten of het Hof van Justitie uiteindelijk zal beslissen.