Waar kunnen we u mee helpen?

    Artikel

    Invordering van geldbedragen na handhavingsbesluiten

    Bij de invordering van geldbedragen na handhavingsbesluiten, zoals dwangsommen of kosten van bestuursdwang, moet een bestuursorgaan rekening houden met alle relevante omstandigheden. Dat zijn ook omstandigheden die al bij de handhavingsbesluiten zelf aan de orde konden komen. Het gaat met name om de financiële draagkracht van de overtreder, de mate waarin de overtreding aan de overtreder te wijten is, de noodzaak van afschrikking en mogelijke samenloop van verschillende sancties. Zo vat het persbericht van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel samen.

    Casus

    De conclusie kwam op 4 april 2018 uit en werd gevraagd door de Voorzitter van de Afdeling in een beroep dat ging over de invordering van kosten die het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) had moeten maken om via bestuursdwang een partij afval te verwijderen en te verbranden. De appellant had ondanks twee lasten onder dwangsom (een daarvan opgelegd door de gemeente) en de bestuursdwang niet zelf het afval verwijderd en verbrand. De kosten van de volgelopen dwangsommen en de bestuursdwang kwamen uit op circa EUR 373.000,= terwijl ook een strafprocedure loopt ter zake van hetzelfde bedrag.

    De appellant is tegen de invordering van de dwangsom en de kosten van bestuursdwang opgekomen. Tegen de besluiten zelf – dus de last onder dwangsom en de last onder bestuursdwang – had appellant geen bezwaar en beroep ingesteld. De hoofdregel is dan dat die besluiten "formele rechtskracht" hebben, dus rechtmatig worden geacht. Ook geldt een beginselplicht tot handhaving en bijbehorende invordering. Appellant stelt dat hij de dwangsommen bij de gemeente en het Ministerie niet kan betalen en er ook nog een strafrechtelijke procedure loopt. Deze geldelijke lasten tezamen zouden tot zijn faillissement leiden of tot levenslange afbetaling. Appellant vindt het onterecht dat al deze lasten hem cumulatief zijn opgelegd zonder rekening te houden met hun samenloop. Ook voert hij nog bezwaren aan tegen de initiële handhavingsbeschikkingen.

    Vraagstelling

    De vraag die de Voorzitter van de Afdeling heeft gesteld is  in welke omstandigheden moet worden afgezien van invordering van een verbeurde dwangsom of van verhaal van de kosten van bestuursdwang.

    Bijzondere omstandigheden

    De conclusie is uitvoerig. Het komt er op neer dat er in ieder geval rekening moet worden gehouden met alle relevante en dus ook bijzondere omstandigheden van de belanghebbende. Daaronder valt ook de financiële positie van de belanghebbende en de samenloop van herstelsancties (last onder dwangsom en last onder bestuursdwang). Maar ook overmacht, geringe verwijtbaarheid van de overtreder, onredelijk hoge of onnodige kosten, belemmeringen door de overheid, misbruik van bevoegdheid door de overheid worden genoemd in de conclusie. Het is aan de overtreder zelf om de bijzondere omstandigheden aan te voeren. Hij vraagt immers de uitzondering op de regel.

    Verschil dwangsom en bestuursdwang

    De A-G maakt een onderscheid tussen kostenverhaal van bestuursdwang en invordering van verbeurde dwangsommen. Daar waar kostenverhaal dient ter vergoeding van de door de overheid geleden schade, ziet de invordering van dwangsommen op het algemene belang bij preventie en geloofwaardigheid van overheidshandhaving. De A-G ziet eerder aanleiding om van de invordering van dwangsommen af te zien dan dat de overheid zou moeten afzien van schadevergoeding.

    Initiële besluiten ter discussie

    De A-G stelt dat als er tegen de initiële handhavingsbeschikkingen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, het zo zou moeten kunnen zijn dat de rechtmatigheid van die besluiten toch nog wordt getoetst, dus ondanks de formele rechtskracht. Dit omdat de geloofwaardigheid van de overheid in het geding is. Het moet niet zo zijn dat een overheid geld overhoudt aan een handhavingsbesluit dat onrechtmatig blijkt te zijn. In dat geval moet dat leiden tot matiging of afzien van invordering of kostenverhaal.

    Dit geldt met name bij de invordering van dwangsommen. Bij kostenverhaal ziet de A-G minder snel aanleiding tot matiging of afzien daarvan. Iedereen heeft namelijk de plicht zijn schade te beperken, zowel de overheid als de belanghebbende. De overtreder moet aannemelijk maken dat het niet aanwenden van rechtsmiddelen destijds verschoonbaar was.

    Als er wel rechtsmiddelen zijn aangewend tegen de initiële beschikkingen en die zijn behandeld en de besluiten in stand zijn gebleven en onherroepelijk zijn geworden, moet van die besluiten uitgegaan worden. De nadere toetsing geldt alleen als geen rechtsmiddelen zijn aangewend. 

    Praktijk

    Het gebeurt in de praktijk nog wel eens dat er geen bezwaar wordt gemaakt tegen handhavingsbeschikkingen. Deze conclusie van de A-G maakt duidelijk dat er in de invorderingsfase nog heel wat argumenten zijn aan te voeren om er voor te zorgen dat van invordering wordt afgezien of het in te vorderen bedrag wordt gematigd. Daarbij neemt men in onze ogen wel dergelijk grote risico's dat wij de verruiming in de conclusie van de A-G niet zouden willen aangrijpen om pas in de invorderingsfase te ageren tegen handhavingsmaatregelen. Bestuursorganen zullen zich bewust moeten zijn van de extra argumenten die nog in de invorderingsfase kunnen worden gevoerd.