Waarmee kunnen wij u helpen?

    Blog

    Het tussencontract: het ei van Columbus? – Deel 1

    In onze eerdere blogs over platformarbeid en de 'Gig Economy' merkten we al op dat de huidige ontwikkelingen in de arbeidsmarkt vragen om flexibiliteit. In Nederland is de kloof tussen vast werk en flexwerk nog altijd (te) groot. Naast opdrachtovereenkomsten zijn er eigenlijk maar twee smaken: een kortdurende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werkgevers zijn nog steeds terughoudend met het in vaste dienst nemen van werknemers, vanwege de risico's (ontslagbescherming) en kosten die hieraan verbonden zijn. Het aantal werknemers met een vast contract daalt nog steeds gestaag. Een tussenvorm komt zelden voor.

    Dat in de praktijk wel behoefte bestaat aan een tussenvorm, blijkt uit het feit dat supermarken in de supermarkt-cao 2017-2019 een tijdelijk contract met een looptijd van vier jaar hebben geïntroduceerd voor hun uitzendkrachten, het zogenaamde 'tussencontract' of de 'doorgroeibaan'.  De werknemers krijgen een budget voor scholing en doel is dat zij na afloop van het vierjarig-contract gemakkelijk(er) naar een andere baan kunnen overstappen. Ook KLM maakte begin dit jaar bekend dat zij vijfjaarscontracten wil invoeren voor haar grondpersoneel. Niet iedereen is enthousiast over het plan van KLM. De vakbonden zijn faliekant tegen, terwijl anderen juist een mogelijkheid zien om de kloof tussen vast en flex te verkleinen.

    Wet arbeidsmarkt in balans

    Dat de arbeidsmarkt op dit moment niet optimaal functioneert is ook de regering niet ontgaan. De regering geeft aan dat de huidige vormgeving van de arbeidsmarkt knelt en dat kansen voor werkenden op de arbeidsmarkt nog steeds ongelijk zijn verdeeld. In het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), dat op 9 april in internetconsulatie is gegaan, stelt de regering daarom een aantal maatregelen voor om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om werknemers in vaste dienst te nemen.  Eén van die maatregelen is het wijzigen van de ketenregeling.

    Ketenregeling

    Met de invoering van de WWZ in 2015 beoogde de regering al om flexibele werknemers meer zekerheid te bieden. Zo werd de ketenregeling bijvoorbeeld aangepast. Sindsdien ontstaat een contract voor onbepaalde tijd op het moment dat meer dan drie contracten elkaar opvolgen of als de duur van de  opvolgende contracten de twee jaar overschrijdt. Een tussenpoos van meer dan zes maanden brengt een 'knip' in de keten, zodat deze opnieuw begint. Voor de invoering van de WWZ was de maximale duur dat contracten elkaar konden opvolgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstond, drie jaar. De regering wil met de WAB de duur van de contracten van twee jaar weer terugbrengen naar drie jaar.

    Reden dat de ketenregeling weer wordt aangepast is omdat op dit moment niet voldaan wordt aan het doel van de WWZ, namelijk het langdurig verblijf van werknemers in de 'flexibele schil' van de arbeidsmarkt verminderen. De huidige ketenregeling leidt er juist toe dat werkgevers na twee jaar afscheid nemen van hun werknemers in plaats van het aanbieden van een vast dienstverband. Twee jaar is kennelijk te kort om vast te stellen welke kwaliteiten de werknemer heeft en of deze voldoende aansluiten bij het bedrijf om de werknemer een vast contract aan te bieden. De verruiming naar drie jaar moet werkgevers ruimte bieden voor flexibiliteit waar nodig. Werkgevers krijgen meer tijd om in te schatten of zij een werknemer structureel in dienst willen nemen. Werknemers kunnen langer bij dezelfde werkgever werken op basis van een tijdelijk contract en hoeven niet onnodig snel hun baan te verliezen. In dit verband is relevant hoe de verruiming van de ketenregeling zich verhoudt tot het tussencontract waar supermarkten al gebruik van maken.

    Tussencontract

    De regering geeft aan met het nieuwe wetsvoorstel WAB het palet van flexibele arbeidsvormen niet te willen beperken. Er moet echter wel een balans gevonden worden tussen flexibiliteit en zekerheid. Of het tussencontract aan deze balans kan bijdragen is de vraag. Op dit moment worden arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd veelal aangegaan voor één jaar. Een tussencontract is een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor een langere periode (bijvoorbeeld 5 of zelfs acht jaar). Een werkgever kan na het verstrijken van deze periode afscheid nemen van de werknemer of (gelet op de ketenregeling) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden.  

    Het tussencontract is tot op heden niet populair gebleken onder bedrijven. Met de verruiming van de ketenbepaling van twee naar drie jaar, lijkt de regering wel heil te zien in het aanbieden van langere tijdelijke contracten door werkgevers. Het tussencontract zou dan ook best goed bij de doelstelling van de regering kunnen aansluiten en voordelen kunnen bieden voor werkgevers en werknemers.  

    In deel 2 van deze blog zullen wij de voor- en nadelen van het tussencontract bespreken en ingaan op de vraag hoe het tussencontract zich verhoudt tot de doelstelling van de regering.

    Contact

    Voor meer informatie over de ketenregeling en tussencontracten kunt u contact opnemen met Marjolijn Lips en Momina Bahar.

    Gratis e-book 'Blurring Boundaries'