Waarmee kunnen wij u helpen?

    Blog

    EU trekt ten strijde tegen illegale content

    De Europese Commissie roept online platforms op om in te grijpen bij de verspreiding van content die een bedreiging vormt voor de veiligheid en fundamentele rechten binnen de EU. Het gaat daarbij om terroristische propaganda, maar ook om materiaal dat inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten. En dat is goed nieuws voor de rechthebbenden op beschermd materiaal.  

    De Juncker Commissie publiceerde in maart 2018 een Recommendation als onderdeel van een campagne om steeds meer verantwoordelijkheid te leggen bij hosting service providers (hierna: platforms) voor de content die hun gebruikers verspreiden. Dat lijkt logisch: de platforms zijn stilaan onze belangrijkste toegangspoort tot informatie, die zo razendsnel alle uithoeken van de wereld kan bereiken. De impact daarvan – inclusief eventuele schadelijke gevolgen – is gigantisch. De medewerking van platforms in de strijd tegen illegale content is daarom onmisbaar.

    Welke content?

    Hoewel de nadruk ligt op terroristische propaganda, ziet een groot deel van de Recommendation op illegale content in het algemeen. Als hoofdregel geldt: als het offline illegaal is, is het online ook illegaal. Hier wijst de Commissie op kinderporno en aanzetting tot haat of geweld, maar expliciet ook op materiaal dat inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten. Die laatste categorie is van groot belang voor rechthebbenden op auteursrechtelijk beschermd materiaal zoals muziek en film, die zien dat hun content op grote schaal door anonieme gebruikers wordt gedeeld zonder dat daarvoor toestemming is verleend.

    Reactieve en proactieve maatregelen

    De Recommendation richt zich tot de platforms en de EU lidstaten en bevat aanbevelingen voor operationele maatregelen die zij moeten nemen om illegale content efficiënt op te sporen en te verwijderen. Deze zijn kort gezegd te verdelen in twee groepen: reactieve en proactieve maatregelen.

    De reactieve maatregelen bestaan uit het instellen van een 'notice and action' systeem. Hierbinnen kan bij het platform illegaal materiaal worden gemeld, bijvoorbeeld door de auteursrechthebbende, waarna het platform de content verwijdert of blokkeert als deze illegaal blijkt te zijn. Hoewel veel platforms dit al toepassen, bepalen zij hun eigen werkwijzen en is dit niet in iedere lidstaat verplicht. De Recommendation bevat daarom concrete aanwijzingen om zo'n systeem overal op uniforme wijze in te richten. Zo moet anonieme melding mogelijk zijn, moet de gebruiker die de content heeft geplaatst worden geïnformeerd en bezwaar tegen verwijdering kunnen maken, en moet de melder op de hoogte worden gehouden van de afhandeling. Al deze stappen vergroten de efficiëntie en transparantie van het systeem, zowel voor de (rechthebbende) melder als voor de (illegale) uploader.

    De proactieve maatregelen gaan een stap verder en worden – zonder melding – door de platforms zelf genomen. De Commissie noemt hier de inzet van slimme software om illegale content geautomatiseerd te herkennen en te blokkeren. Ook dit wordt in de praktijk al door sommige platforms toegepast; zo heeft YouTube in het laatste kwartaal van 2017 meer dan 8 miljoen filmpjes gewist die o.a. spam, porno en extremistische uitingen bevatten, waarvan driekwart al werd geblokkeerd voordat ze konden worden bekeken.

    Krachten bundelen

    Niet alle platforms beschikken zelf over voldoende middelen en expertise om passende maatregelen te nemen. De Commissie stuurt daarom aan op samenwerking tussen de platforms om technische oplossingen en ervaringen te delen. Ook ziet de Commissie graag dat er 'trusted flaggers' worden aangewezen: vrijwilligers die door hun specifieke kennis en ervaring waardevol kunnen zijn bij het opsporen van illegale content. Hun meldingen moeten via een versnelde procedure worden behandeld, net als meldingen van handhavingsautoriteiten en – in het geval van strafbare feiten - Europol.

    Waarborgen

    Online plaatsing en verspreiding gaat razendsnel. Het is daarom cruciaal dat de providers snel kunnen beslissen en ingrijpen om illegale content te blokkeren. Anderzijds is van belang dat er effectieve en passende waarborgen worden genomen om te voorkomen dat content die niet illegaal is per ongeluk wordt verwijderd. Beperking van fundamentele rechten zoals de vrijheid van meningsuiting (inclusief het recht om informatie te ontvangen) ligt immers op de loer, vooral als er geautomatiseerd wordt gefilterd. De Commissie stelt daarom voor dat er menselijke supervisie en controle worden uitgevoerd als er gebruik wordt gemaakt van software. De vraag is hoe dat moet worden vormgegeven; behalve dat menselijke interventie nogal arbeidsintensief is voor de platforms, lijkt het niet de meest passende oplossing binnen een systeem waarin steeds vliegensvlug moet worden geoordeeld of content illegaal is of niet.    

    Aansprakelijkheid platforms

    De Recommendation legt niet meer aansprakelijkheid bij de platforms dan voorheen. De hoofdregel uit de e-Commerce richtlijn uit 2000 geldt nog steeds: platforms zijn niet aansprakelijk voor illegale content die door gebruikers is geplaatst, als zij i) niet daadwerkelijk weten dat het gaat om illegale content, of ii) de illegale content direct verwijderen of blokkeren zodra zij in kennis worden gesteld van het illegale karakter. In de praktijk komt dit er dus op neer dat zolang een platform een effectief en functionerend 'notice and action' systeem hanteert, hij wordt vrijgesteld van aansprakelijkheid.

    Verplicht uploadfilter?

    In de toekomst verandert dat wellicht: in 2016 stelde de Commissie een herziene richtlijn voor die platforms verplicht om 'effectieve technologieën voor herkenning van inhoud' toe te passen die voorkomen dat inbreukmakend materiaal beschikbaar wordt gesteld. Het voorstel voor zo'n verplicht uploadfilter stuitte op bezwaren van voorvechters van de vrijheid van meningsuiting, zoals we eerder al schreven. Uit de Recommendation blijkt dat de Commissie een uploadfilter als proactieve maatregel nog steeds als heilige graal ziet, maar zich ook bewust is van de risico's die daaraan kleven door te benadrukken dat 'waarborgen' moeten worden genomen. Vaststellen hoe dat precies moet, staat hopelijk op de to-dolijst van de Commissie.

    Volgende stappen

    De Recommendation bevat slechts niet-bindende aanbevelingen, maar de Commissie gaat ervan uit dat de markt deze zal oppikken en dat de lidstaten ze laten doorwerken in hun regelgeving. De platforms en lidstaten moeten uiterlijk op 1 september 2018 'alle relevante informatie' rapporteren, aan de hand waarvan de Commissie de impact zal beoordelen. Als de positieve effecten achterblijven, kan de Commissie besluiten om bindende regelgeving op te stellen.

    In de tussentijd blijft de Commissie bezig met verdere onderdelen binnen de campagne, waaronder aanvullende instrumenten die specifiek zijn gericht op het opsporen van terroristische content en verdere implementatie van de 'Digital Single Market', die een grensoverschrijdende en geharmoniseerde digitale markt binnen de EU moet bewerkstelligen. Wordt dus zeker vervolgd.