Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Eerste uitspraak verbod op gunstbetoon Wet op de medische hulpmiddelen

    De rechtbank Den Haag heeft recent een uitspraak gedaan over het verbod op gunstbetoon in de Wet op de medische hulpmiddelen. In het kader van een door verschillende ziekenhuizen georganiseerde aanbesteding voor de aanschaf van pacemakers en Implanteerbare Cardioverter Defibrillatoren ("ICD's") vroegen de ziekenhuizen aan de leveranciers een voorstel te doen voor een kosteloze wetenschappelijke samenwerking met een of meer universitair medische centra. Dat verzoek wordt door de rechter gekwalificeerd als ontoelaatbaar gunstbetoon.

    Aan de hand van verschillende criteria werd bepaald bij welke leveranciers de ziekenhuizen de pacemakers en ICD’s zouden inkopen. Een van de criteria was de wijze waarop de leverancier een substantiële bijdrage zou kunnen leveren aan de realisatie van de strategische doelstelling van de ziekenhuizen op het gebied van excellent(e) (topreferente) patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Het voorstel voor deze wetenschappelijke samenwerking zou voor het ziekenhuis niet mogen leiden tot hogere kosten of inkoopprijzen en in het voorstel mochten geen bedragen of ureninzet worden benoemd. Door deze randvoorwaarden werd verzocht om een voorstel tot kosteloze samenwerking.

    De rechter oordeelt dat het aanbieden van kosteloze samenwerking - als gevolg van de koppeling van het voorstel aan de aanbesteding - invloed kan hebben op de beslissing welke pacemakers en ICD’s door de ziekenhuizen worden ingekocht. Daardoor is sprake van ontoelaatbaar gunstbetoon. Dat de beoogde wetenschappelijke samenwerking op zichzelf toelaatbaar of zelfs noodzakelijk is en het voorstel voor de kosteloze samenwerking in de aanbestedingsprocedure maar weinig punten op kon leveren, doet daar volgens de rechter niets aan af. Het feit dat die punten doorslaggevend zouden kunnen zijn bij de beslissing welke pacemakers en ICD’s worden ingekocht, levert al ontoelaatbaar gunstbetoon op.

    In het algemeen geldt dat als in een onderhandelingsproces tussen een ziekenhuis en leverancier van medische hulpmiddelen iets wordt gevraagd of aangeboden dat geld of op geld waardeerbaar is, al snel zal worden aangenomen dat ‘het kennelijke doel de verkoop van een medisch hulpmiddel te bevorderen’ aanwezig is en dat dus sprake is van gunstbetoon. Het is lastig een situatie in te beelden waarin een aanbod van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen in een onderhandelingsproces wordt gedaan zonder dat bedoeld is daarmee de verkoop van medische hulpmiddelen te bevorderen. In beginsel zal het daarom in een onderhandelingsproces verboden zijn iets dat geld of op geld waardeerbaar is, te vragen of aan te bieden. Een uitzondering hierop vormt het vragen of aanbieden van een korting of bonus, mits het gaat om een korting in geld of branche-gerelateerde producten. Daaronder kan dus niet worden verstaan: een aanbod tot wetenschappelijke samenwerking die voor het ziekenhuis niet leidt tot hogere kosten.

    De uitspraak van de rechtbank Den Haag leest u hier.

    Neem voor meer informatie over het verbod op gunstbetoon contact op met Dimitri van Hoewijk of Lieke Bartelsman.