Waarmee kunnen wij u helpen?

    Blog

    Platformarbeid: een vreemde eend in de bijt

    De verwachting is dat de stormachtige groei van platformarbeid voorlopig blijft aanhouden. Nu het eerste stof van de platformrevolutie is neergedaald, is inmiddels echter ook steeds meer aandacht voor de keerzijde van dit fenomeen.

    De platformeconomie is een feit. On-demand internetdiensten om eten te laten bezorgen, een taxi te bestellen of een klusjesman in te schakelen zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld en worden wegens het gemak dat deze diensten ons bieden alom geprezen: meer flexibiliteit, laagdrempelige toegang tot arbeid, betere verdeling van vraag en aanbod en lagere kosten voor de afnemer.

    Rechtspositie platformwerkers

    Platformarbeid brengt vanuit arbeidsrechtelijk perspectief veel vragen (en zorgen) over de rechtspositie van platformwerkers met zich mee. Ongetwijfeld is de vraag of platformwerkers moeten worden aangemerkt als werknemer of zzp’er de meest gestelde. Het belang van dit onderscheid is dat de kwalificatie als ‘werknemer’ platformwerkers arbeidsrechtelijke bescherming oplevert (denk hierbij aan doorbetaling van loon tijdens ziekte gedurende twee jaar, vakantiedagen, minimumloon, vakantiebijslag, ontslagbescherming, etc.), waar een zzp’er slechts een beperkte mate van bescherming geniet.

    Schijnzelfstandigheid 

    Terwijl de grote spelers in de platformeconomie - zoals Uber (dat door het Europese Hof in december 2017 is bestempeld als taxibedrijf en dus niet als softwarebedrijf) en maaltijdbezorger Deliveroo - steeds meer en dwingender aansturen op een zzp-model, is onder platformwerkers - al dan niet ondersteund door de vakbonden - een tegenbeweging aan het ontstaan die zich hier hevig tegen verzet. 

    De strijd van platformwerkers tegen 'schijnzelfstandigheid' heeft ook in 2018 al de voorpagina’s gehaald. Op nieuwjaarsdag hebben boze fietskoeriers van Deliveroo in Haarlem hun werk neergelegd. Dit in reactie op de eerdere aankondiging dat de 1750 fietskoeriers van Deliveroo vanaf februari 2018 verder moeten als zzp'er. Volgens Deliveroo-directeur Padberg is dat juist goed voor de fietskoeriers, omdat ze als zelfstandige meer geld zouden kunnen verdienen. De fietskoeriers zelf zijn het hier niet mee eens en zijn in november 2017 al de straat op gegaan om van zich te laten horen. Een groep van 200 fietskoeriers heeft zich zelfs met behulp van vakbond FNV onder de naam ‘Riders Union’ verenigd om te protesteren tegen de beoogde plannen. Vakbond CNV heeft zich eveneens negatief over het zzp-model van Deliveroo uitgelaten en stelt “Onverzekerd op een fiets, opgejaagd door stukloon, zonder zekerheid van inkomen en zonder pensioen op te bouwen. Het is een triest verdienmodel.” 

    Ook uit politieke hoek kan Deliveroo op stevige kritiek rekenen. Tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer op 6 december 2017 over dienstverbanden binnen de platformeconomie (waar Deliveroo bij aanwezig was) gaf CDA kamerlid Heerma aan Deliveroo-directeur Padberg aan "Ik ben nog maar één stap verwijderd van het gevoel dat ik in de maling word genomen".

    Vereisten arbeidsovereenkomst

    Een eenduidig antwoord op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers is echter nog niet gegeven. Een arbeidsrelatie kan op grond van het huidige arbeidsrecht aangemerkt worden als een arbeidsovereenkomst als voldaan is aan de volgende drie vereisten:

    1.) De medewerker verbindt zich (gedurende zekere tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.

    2.) De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.

    3.) De werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever (gezagsverhouding). Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

    De partijbedoeling zoals neergelegd in de overeenkomst is weliswaar een belangrijke factor, maar niet beslissend. Ook zal moeten worden onderzocht of de feitelijke uitvoering van de partijen conform hun oorspronkelijke bedoeling is geweest. Als op basis van de feitelijke uitvoering zou worden geoordeeld dat wel sprake is van een arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld omdat het platform vergaande bevelen en instructies kan geven aan de platformwerker over de inhoud van het werk), dan zal een platformwerker alsnog met terugwerkende kracht aanspraak kunnen maken op de voordelen die het arbeidsrecht ‘gewone’ werknemers biedt. 

    Een snelle afvinkexercitie leert al gauw dat de ingewikkelde meerpartijen constructie van platformarbeid (bestaande uit in elk geval het platform, de platformwerker en de klant), zich in veel gevallen niet goed laat inkaderen door de huidige arbeidsrechtelijke normen. De werkgeversrol wordt bijvoorbeeld verdeeld over het platform en de klant en hoewel platformwerkers doorgaans de vrijheid hebben om te bepalen of en wanneer ze willen werken, over de vaststelling van de beloning hebben platformwerkers veelal weinig te zeggen. Platformwerkers vallen kortom tussen wal en schip en lopen daardoor arbeidsrechtelijke bescherming mis.

    Internationale problematiek

    Niet alleen in Nederland weet het arbeidsrecht niet goed om te gaan met het inpassen van platformarbeid, wereldwijd wordt gekampt met deze problematiek. In het buitenland zijn de eerste (juridische) stappen naar meer duidelijkheid al gezet. Zo oordeelde bijvoorbeeld de rechter in het Verenigd Koninkrijk eind 2017 ten aanzien van bestuurders van Uber dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met een zogeheten 'worker' status.  Hiermee sloot de rechter aan bij de in het Verenigd Koninkrijk reeds bestaande tussencategorie, die  tussen werknemer en zzp’er in zit. Deze 'worker' status gaat gepaard met het recht op bepaalde sociale bescherming (zoals minimumloon), terwijl de 'workers' voor het sociale zekerheidsrecht niet als werknemer worden aangemerkt. Een dergelijke tussencategorie bestaat  in Nederland (nog) niet. Ondanks deze uitspraak is de discussie  in het Verenigd Koninkrijk echter nog niet ten einde. Interessant is namelijk dat kort na bovenstaande uitspraak, een arbitragekamer in het Verenigd Koninkrijk juist oordeelde in een rechtszaak tegen Deliveroo (aangespannen door een vakbond) dat de koeriers wel degelijk zzp'ers zijn en geen schijnzelfstandigen. Dit omdat de koeriers de vrijheid hebben om zichzelf te laten vervangen. In Nederland is – voor zover bekend – op dit moment nog geen juridische procedure aanhangig. Eén van de leden van de Riders Union, Wytse Ferweda, heeft in november 2017 echter aangekondigd een rechtszaak te starten tegen Deliveroo.

    Regulering

    Eén ding is duidelijk, de bestaande onzekerheid omtrent platformarbeid vraagt om regulering. Benelux-directeur van Deliveroo De Lophem verzocht de politiek eerder al om bij nieuwe wetgeving rekening te houden met "de dynamiek van de platformeconomie" en gaf aan dat "beleidsmakers moeten op zoek naar een manier om deze nieuwe vorm van flexibel werk mogelijk te maken, zonder dat riders dan direct weer als werknemer worden gezien." Ook de Europese Commissie lijkt de noodzaak van regulering in te zien en berichtte op 2 juni 2016 dat lidstaten moeten nagaan of de nationale wetgeving omtrent arbeidsverhoudingen toereikend zijn "rekening houdend met de verschillende behoeften van werknemers en zelfstandigen in de digitale wereld, alsmede met de innovatieve aard van de bedrijfsmodellen van de deeleconomie."

    Nieuwe richtlijn

    Zelf heeft de Europese Commissie op 21 december 2017 een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor ‘meer transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de hele EU’ goedgekeurd. Kern van dit voorstel is om (i) de bestaande verplichtingen om elke werknemer in kennis te stellen van haar of zijn arbeidsvoorwaarden aan te vullen en te moderniseren en om (ii) nieuwe minimumnormen te introduceren om te garanderen dat alle werknemers, ook die met atypische contracten, duidelijkere en beter voorspelbare arbeidsvoorwaarden krijgen. Over platformwerkers merkte Eurocommissaris Thyssen op dat deze nieuwe regelgeving ook zal gelden voor de meeste ‘nieuwe’ vormen van werk: “Ook Deliveroo-koeriers of Uber-medewerkers vallen er straks onder”.  Volgens Thyssen zijn zij namelijk geen echte zelfstandigen en moeten zij dus op hun eerste dag al te horen krijgen hoe lang de proefperiode duurt, hoe hun verzekering geregeld is, wanneer zij (minimaal) kunnen worden opgeroepen en wat zij daarbij zullen gaan verdienen. "We laten alle flexibiliteit toe, maar dat wil niet zeggen dat werknemers niet beschermd moeten worden", aldus Thyssen.

    Vernieuwing lijkt onvermijdelijk

    Of de Nederlandse wetgever en rechters zich op basis van het huidige arbeidsrechtelijke normenkader kunnen aansluiten bij het standpunt van Thyssen of dat uiteindelijk net zoals in Engeland een tussencategorie wordt geïntroduceerd, is nog maar de vraag. Het lijkt echter onvermijdelijk dat het huidige Nederlandse arbeidsrecht zich zal moeten vernieuwen om kaders te scheppen voor platformarbeid.

    Contact

    Voor meer informatie over platformarbeid kunt u contact opnemen met Marjolijn Lips en Momina Bahar.

    Download e-book 'Blurring Boundaries'

    Lees meer over TMT-gerelateerde artikelen in het Van Doorne e-book 'Blurring Boundaries', dat u hieronder gratis kunt downloaden.

    Blijf up to date met onze nieuwsbrief