Waarmee kunnen wij u helpen?

    Artikel

    Hof EU keurt verbod om producten te verkopen via online platformen als Amazon goed

    Coty Germany, een leverancier van luxe cosmetica producten, heeft in Duitsland een rechtszaak aangespannen tegen een van haar distributeurs, Parfümerie Akzente, omdat deze Coty producten verkoopt via het online platform amazon.de. Volgens Coty doet een dergelijke verkoop afbreuk aan het luxe imago van haar producten. Daarom verbiedt Coty haar distributeurs om Coty producten op deze manier te verkopen. Terecht, zo oordeelde het Hof van Justitie van de EU deze week.

    Selectieve distributie

    Coty maakt gebruik van een zogenoemd selectief distributiestelsel. Alleen distributeurs die voldoen aan een aantal kwalitatieve criteria worden toegelaten tot dit stelsel. Alleen die distributeurs mogen Coty producten verkopen aan consumenten. De criteria zien op zowel de fysieke winkels van retailers als op hun online verkoop. Voor de fysieke winkels geldt bijvoorbeeld dat de inrichting van de winkel (de meubels en het décor) het luxe karakter van Coty producten moet benadrukken en promoten. Daarnaast verbiedt Coty haar distributeurs uitdrukkelijk om online op zichtbare wijze gebruik te maken van derden die niet zijn geautoriseerd door Coty, zoals het online platform Amazon.

    Deze laatste clausule staat centraal in de discussie tussen Coty en Akzente. Akzente stelt zich op het standpunt dat deze clausule in strijd is met het (Europese) mededingingsrecht. De Duitse nationale rechter in eerste aanleg ging hierin mee. De Duitse rechter heeft in hoger beroep prejudiciële vragen hierover aan het Europese Hof gesteld.

    Het Hof herhaalt zijn eerdere jurisprudentie en komt tot de conclusie dat een selectief distributiestelsel, ontworpen om het luxe imago van de producten in kwestie te beschermen, is toegestaan indien (i) distributeurs/retailers worden gekozen op basis van objectieve kwalitatieve criteria, die uniform en zonder discriminatie worden toegepast en (ii) deze criteria niet verder gaan dan wat nodig is.

    Het Hof vindt dat het ter discussie staande verbod (om producten via (online) platformen van derden aan te bieden) geschikt is, en niet verder gaat dan noodzakelijk, om het legitieme doel (bescherming van het luxe imago van de Coty producten) te bereiken. Het Hof komt tot deze conclusie onder andere omdat Coty door middel van het verbod kan verzekeren dat haar producten enkel worden geassocieerd met geautoriseerde retailers. Bovendien kan zij actie ondernemen tegen retailers die zich niet aan de overeengekomen kwalitatieve voorwaarden houden, terwijl dit onmogelijk is bij online platformen (een contractuele relatie daarmee ontbreekt immers). Wanneer luxe producten enkel via de webwinkels van geautoriseerde retailers worden verkocht (en niet via platformen waar van alles op wordt aangeboden), draagt dit volgens het Hof bij aan het luxe imago van die producten.

    Wanneer is er sprake van luxe producten?

    Volgens het Hof is de kwaliteit van luxe producten niet slechts het resultaat van hun materiële karakteristieken, het is ook het resultaat van “the allure and prestigious image which bestow on them an aura of luxury”. Een beschadiging van de “aura of luxury” zou volgens het Hof waarschijnlijk de daadwerkelijke kwaliteit van de betreffende producten aantasten.

    Wij verwachten dat de discussie in de toekomst vooral zal worden toegespitst op de vraag wanneer een product ‘luxe’ is en een ‘luxe imago’ heeft. Dan is het – op basis van de huidige stand in de jurisprudentie – immers gerechtvaardigd om de manier waarop dat product mag worden verkocht te beperken. De uitspraak van de Rechtbank Amsterdam, over het luxe imago van Nike producten, is in dit kader interessant (zie hiervoor ook ons eerdere artikel). Ook interessant in dit licht is de uitspraak van het Gerecht in de Zwitserse horlogezaak, daarin werd bepaald dat alleen het doel om een prestigieus imago in stand te houden, géén rechtvaardiging kan zijn voor een selectief reparatiestelsel (zie hier ons artikel daarover).

    Verder is het belangrijk om op te merken dat deze uitspraak van het Hof niet betekent dat in geval van niet luxe producten een selectief distributiestelsel hoe dan ook is uitgesloten. Er zal dan moeten worden gekeken of dat stelsel, en de afzonderlijke criteria daarbinnen, gerechtvaardigd zijn in de aldaar geldende omstandigheden en wat de effecten daarvan zijn.

    Geen hardcore restrictie

    Het Hof acht het nog van belang dat er geen sprake is van een absoluut verbod om goederen online te verkopen. Het gaat (slechts) om een verbod om de producten online te verkopen via platformen van derden die op een zichtbare wijze richting consumenten opereren. Het Hof wijst er verder op dat uit het recente e-commerce onderzoek van de Europese Commissie is gebleken dat – ondanks de opkomst van online platformen - de eigen websites voor distributeurs nog steeds het belangrijkste online verkoopkanaal zijn. Het Hof oordeelt tot slot dat een verbod als die in kwestie geen “hardcore restrictie” is in de zin van de Groepsvrijstelling Verticale Overeenkomsten.

    Tot slot

    De langverwachte uitspraak wordt verschillend ontvangen. De Europese Commissie vond al dat het gebruik van online platforms beperkt mag worden en is dan ook blij met de uitspraak die volgens haar meer rechtszekerheid schept. Het Duitse Bundeskartellamt, dat eerder had geoordeeld dat dergelijke verboden juist wél in strijd zijn met het mededingingsrecht, heeft aangegeven dat – gelet op de nadruk die het Hof legt op het luxe imago van de producten in kwestie – deze uitspraak geenszins een carte blanche betekent voor fabrikanten om algemene verboden op te leggen om via platformen te verkopen. Zij verwacht dat de impact van de uitspraak op haar beslissingspraktijk beperkt zal zijn.  

    De hiervoor beschreven uitspraak geeft in ieder geval weer meer munitie om beperkingen aan de verkoop via een platform te rechtvaardigen. Een vrijbrief voor allerhande uitsluitingen van verkoopwijzen in distributieovereenkomsten is het echter allerminst. Al met al blijft het nog steeds raadzaam om voorzichtig te zijn met het toepassen van een selectief distributiestelsel, zeker wanneer geen sprake is van ‘luxe producten’.