Aansprakelijkheid overheid bij onjuiste of onvolledige inlichtingen

29-06-2012

In een arrest van 25 mei 2012 heeft de Hoge Raad zich uitgesproken over de vraag wanneer sprake is van een onrechtmatige overheidsdaad in het geval de gemeente onjuiste of onvolledige inlichtingen geeft aan een belanghebbende over de van toepassing zijnde regelgeving (in dit geval een bestemmingsplan). Ook uit deze uitspraak blijkt weer dat overheidsaansprakelijkheid voor het verstrekken van onjuiste informatie niet snel wordt aangenomen.

De belanghebbende vordert van de gemeente schadevergoeding voor het feit dat hij wegens onjuiste inlichtingen over het bestemmingsplan een huurovereenkomst voor een fitnesscentrum is aangegaan, terwijl hij een hogere huurprijs had kunnen ontvangen als hij de ruimte als detailhandelsbedrijf had verhuurd (wat onder het bestemmingsplan toegestaan bleek te zijn). De Hoge Raad oordeelt als volgt.

"Het antwoord op de vraag of een gemeente onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft gegeven aan een belanghebbende, naar aanleiding van een door hem gedaan verzoek, over de mogelijkheden die haar regelgeving die belanghebbende biedt en of die gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daartoe behoort in de eerste plaats de inhoud van het verzoek en wat de gemeente op dat gebied heeft moeten begrijpen en de aard en inhoud van de daarop gegeven inlichtingen en wat de belanghebbende daaromtrent heeft moeten begrijpen." Pas indien de belanghebbende in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat de inlichtingen juist en volledig waren, kan plaats zijn voor het oordeel dat het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen onrechtmatig is.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof waarin de vordering van belanghebbende werd toegewezen en doet de zaak zelf af. Geoordeeld wordt dat het verzoek om inlichtingen heel gericht was (alleen m.b.t. toekomstig bestemmingsplan) en dat de gemeente een daarop betrekking hebbend antwoord heeft gegeven. Daarenboven oordeelt de Hoge Raad dat belanghebbende op basis van de gegeven antwoorden er niet op mocht vertrouwen dat het door hem gewenste gebruik (in het geldende bestemmingsplan) niet mogelijk was. Duidelijk is dat de Hoge Raad bij deze beoordeling over aansprakelijkheid voor onrechtmatige informatievoorziening vooral belang hecht aan de formulering en interpretatie van de gestelde vraag en het gegeven antwoord. In dit geval is er geen sprake van aansprakelijkheid, maar dat kan in andere gevallen wel zo zijn. Zorgvuldige, eenduidige formulering van de vragen aan de gemeente is dan vereist.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Lisanne van Geest of Bart Pijpers.