|
In de sectoren van de verstandelijk gehandicapten en de verpleging is in bepaalde situaties zowel de WGBO relevant, als de Wet Bopz ("Bopz"). Een onvrijwillig opgenomen patiënt kan tegelijkertijd met een Bopz- en een WGBO-behandeling te maken hebben. Een Bopz-behandeling richt zich namelijk alleen op de stoornis en niet op de gevolgen daarvan terwijl die gevolgen behandeling in het kader van de WGBO noodzakelijk kunnen maken.
In de praktijk blijkt het niet steeds eenvoudig Bopz-afwegingen en WGBO-afwegingen te scheiden als het gaat om de toepassing van maatregelen die individuele vrijheden beperken, zoals bijvoorbeeld behandeling tegen de wil van de patiënt. Heel in het algemeen geldt dat wanneer zowel de WGBO als de Bopz van toepassing zijn, de Bopz prevaleert als bijzondere wet. Indien de Bopz over een onderwerp zwijgt, moet worden teruggevallen op de WGBO. Omdat de criteria uit beide wetten niet identiek zijn, is het noodzakelijk een goed onderscheid te maken.
Daarbij kan een beslisboom behulpzaam zijn. In de Bopz-nota kunnen zorginstellingen zo'n beslisboom opnemen waarmee (op het juiste moment) de juiste afweging kan worden gemaakt.
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Willemien Bischot of Margje Janssen. |