|
- |
- |
- |
- |
| |
Nieuwsbrief |
 |
|
Oktober 2011 |
Nederlands | English |
|
|
|
 |
| |
|
| |
Bank- en Effectenrecht |
|
Cultuurverandering bij financiële dienstverleners |
|
| Onlangs is het ontwerp-wetsvoorstel wijzigingswet financiële markten 2013 gepubliceerd. Het bevat enkele voorgenomen wijzigingen van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het wetsvoorstel heeft gevolgen voor adviseurs van en bemiddelaars in complexe financiële producten, zoals levensverzekeringen. De wijzigingswet biedt ook de grondslag voor het provisieverbod. |
|
In opdracht van het Ministerie van Financiën heeft de Stichting voor Economisch onderzoek (SEO) de huidige provisieregels geëvalueerd (Evaluatie provisieregels complexe producten, september 2010). Volgens SEO leiden de huidige provisieregels nog niet tot onafhankelijk en klantgericht advies. De wetgever neemt aan dat een cultuurverandering alleen in gang kan worden gezet door middel van nieuwe regelgeving.
Het doel is per 1 januari 2013 een provisieverbod te introduceren. Het verbod zal gelden voor adviseurs in en bemiddelaars van (i) complexe financiële producten, (ii) hypothecaire kredieten, (iii) inkomensverzekeringen, (iv) uitvaartproducten en (v) deelnemingsrechten in beleggingsinstellingen. De wijzigingswet financiële markten 2013 zal de grondslag bieden voor het provisieverbod. Na invoering zullen adviseurs en bemiddelaars hun beloning rechtstreeks van hun cliënten moeten ontvangen.
Uit de evaluatie van SEO blijkt ook dat met het huidige niet-uniforme dienstverleningsdocument de aard, kosten en kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende zichtbaar worden. Met het wetsvoorstel wordt een herkenbaar gelijkvormig dienstverleningsdocument verplicht gesteld.
Een andere verandering is de introductie van een kennis- en ervaringstoets voor complexe financiële producten. Op dit moment kan een klant zonder advies of een waarschuwing vooraf een complex financieel product afnemen. Met de toets wordt de klant bewust gemaakt van zijn financiële inzicht en in staat gesteld een afgewogen keuze te maken. Indien de toets uitwijst dat de klant onvoldoende kennis en ervaring heeft met het complexe product, dan volgt een waarschuwing dat eerst advies moet worden ingewonnen.
De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is beoogd op 1 januari 2013.
|
 |
|
|
| |
Europees en mededingingsrecht |
|
NMa handhaaft boetes in Wegener-zaak |
|
| De NMa handhaaft de boetes voor dagbladuitgever Wegener en aan vijf van haar bestuursleden voor het overtreden van de NMa-voorwaarden voor de overname van VNU. |
|
Na de overname van VNU is Wegener overgegaan tot het samenvoegen van de (regio)redacties van beide kranten. De NMa heeft hiervoor boetes uitgedeeld. Ook individuele personen kunnen door de NMa worden beboet, hetgeen in dit geval gebeurd is. Wegener heeft bezwaar gemaakt tegen deze boetes, omdat zij vond dat uit de voorwaarden die door de NMa aan de overname waren gesteld, onvoldoende bleek dat het samenvoegen van de redacties niet was toegestaan. De NMa is echter, ondanks een afwijkend advies van haar adviescommissie, van mening dat dit niet het geval is en handhaaft de boetes. Wegener heeft aangegeven tegen dit besluit in beroep gaan bij de Rechtbank Rotterdam.
Wegener besloot in 2000 om VNU Dagbladen over te nemen, waardoor zij onder andere BN/De Stem in handen kreeg. Op dat moment was Wegener al eigenaar van de Provinciale Zeeuwse Courant. Hierdoor verwierf Wegener een machtspositie in Zeeuws-Vlaanderen, omdat de kranten daar niet meer met elkaar hoefden te concurreren. Om te voorkomen dat dit gebrek aan concurrentie negatieve gevolgen zou hebben voor de consument, bijvoorbeeld door verschraling van het nieuwsaanbod of prijsverhogingen, verbond de NMa voorwaarden aan deze overname. De voorwaarden hielden in dat de onderlinge onafhankelijkheid van de beide kranten gewaarborgd moesten worden.
Indien u vragen heeft over de gevolgen die de mededingingsregels voor uw bedrijf kunnen hebben, neemt u dan contact op met Sarah Beeston. |
 |
|
|
| |
Fiscaal recht |
|
30%-regeling voor uit het buitenland afkomstige werknemers wordt aangepast. |
|
| Op 7 september 2011 heeft het Ministerie van Financiën aangekondigd dat de zogenaamde 30%-regeling zal worden gewijzigd. Onder de 30%-regeling kunnen uit het buitenland afkomstige werknemers met i) een specifieke deskundigheid die ii) in Nederland schaars of niet aanwezig is, 30% van hun salaris als onbelaste onkostenvergoeding ontvangen. De 30%-regeling wordt voor 10 jaar toegekend (met een check na 5 jaar), maar worden perioden van eerder verblijf in Nederland hierop in mindering gebracht (‘kortingsregeling’). |
|
In het kort betreft het de volgende wijzigingen:
- De specifieke deskundigheid - eis zal worden ingevuld door middel van een salarisnorm (2011: € 50.619 exclusief vrijstellingen) in plaats van toetsing aan werkervaring en opleidingsniveau;
- De kortingsregeling wordt aangepast. Er zal worden getoetst aan een periode van 25 jaar voorafgaand aan tewerkstelling/verblijf in Nederland in plaats van 10-15 jaar;
- Werknemers die binnen 150 km van de Nederlandse grens wonen, komen niet langer in aanmerking voor de 30% regeling;
- Voor jonge promovendi zal een aparte regeling gelden.
Door aanscherping van de kortingsregeling zal de 30%-regeling vaak niet langer openstaan voor werknemers met de Nederlandse nationaliteit die na een langdurig buitenlandse verblijf terugkomen naar Nederland. Werknemers die een 30%-regeling hebben, krijgen bij de 5 jaars-check met de nieuwe regeling te maken. De nieuwe kortingsregeling blijft hierbij buiten beschouwing. |
 |
|
|
|
Intellectuele Eigendom |
|
Beschermingsduur naburige rechten van vijftig naar zeventig jaar |
|
| Op 12 september 2011 heeft de Raad van de Europese Unie ingestemd met de verlenging van de beschermingsduur van de rechten van uitvoerende kunstenaars en fonogrammenproducenten van vijftig naar zeventig jaar. |
|
Uitvoerende kunstenaars hebben in tegenstelling tot auteurs geen auteursrecht op hun prestaties. Ook aan producenten, die investeren in het opnemen en uitbrengen van fonogrammen (geluidsopnamen), komt geen auteursrecht toe. Uitvoerende kunstenaars en fonogrammenproductenten genieten echter wel bescherming, die voortvloeit uit de Wet op de Naburige Rechten. De rechten op grond van die wet zijn minder verstrekkend dan auteursrechten en de beschermingsduur (vijftig jaar) wijkt af van de beschermingsduur van het auteursrecht (zeventig jaar).
De Raad van de Europese Unie heeft nu een richtlijn aangenomen, waarbij de beschermingsduur van naburige rechten in lijn wordt gebracht met de beschermingsduur van het auteursrecht. De verlengde beschermingsduur van zeventig jaar zou er toe moeten leiden dat de uitvoerende kunstenaars levenslang de vruchten kunnen plukken van hun naburige rechten. Daarnaast zou de verlengde beschermingsduur fonogrammenproducenten in staat moeten stellen zich aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden en de investeringen in nieuw talent moeten handhaven.
De richtlijn voorziet tevens in maatregelen ter versterking van de positie van de uitvoerende kunstenaars ten opzichte van de fonogrammenproducenten, zodat de uitvoerende kunstenaars daadwerkelijk profiteren van de verlengde beschermingsduur. De richtlijn dient binnen twee jaar na publicatie hiervan te worden geimplementeerd in nationale wetgeving. |
 |
|
|
|
Notariaat |
|
In hoeverre mogen Algemeen Nut Beogende Instellingen commerciële activiteiten verrichten? |
|
| Algemeen nut beogende instellingen (hierna: ANBI's) verkeren in roerige tijden gezien de teruggedrongen subsidies en donaties. Zij zijn steeds meer aangewezen op andere, meer commerciële activiteiten. De vraag is of dit aan het verkrijgen en behouden van een ANBI-status in de weg staat. |
|
Sinds 1 januari 2010 moet een ANBI zowel met haar doelstelling als met haar feitelijke werkzaamheden voor minimaal 90% (in plaats van 50%) het algemeen belang beogen. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de activiteiten die de instelling met (de opbrengsten van) haar vermogen verricht, aldus de staatssecretaris. Precieze voorwaarden, ook bijvoorbeeld voor activiteiten vanuit een besloten vennootschap, zijn niet door de wetgever geformuleerd.
Activiteiten als het verhuren van onroerende zaken, het verstrekken van leningen (microkredieten) en het verrichten van diensten lijken zonder verlies van status te kunnen worden uitgevoerd, mits:
- 90% van de opbrengst van de activiteiten wordt gebruikt om de algemeen nuttige doelstelling te verwezenlijken;
- de activiteiten geen doel op zich zijn;
- de activiteiten geen afbreuk doen aan de behartiging van het algemeen nuttige doel.
Gekeken dient te worden naar de bestedingen door de ANBI in ruime zin. Ook als commerciële activiteiten tegen een te lage vergoeding worden verricht, wordt dat aangemerkt als een besteding. De exploitatie van een winkel bij een museum is bijvoorbeeld toegestaan indien de opbrengsten ten goede komen aan het museum én de producten niet tegen een te lage prijs worden verkocht. Hetzelfde geldt voor de verhuur van een deel van het pand waarin het museum is gevestigd. |
 |
|
|
|
Notariaat |
|
Gewijzigde wetgeving inzake fusie en splitsing |
|
| In de vorige nieuwsbrief zijn wij ingegaan op de openbaarmaking van fusie en splitsing langs elektronische weg. In deze nieuwsbrief wordt aandacht besteed aan de mogelijkheid af te zien van een aantal verslaggevings- en documentatieverplichtingen bij juridische fusie en splitsing. |
|
Schriftelijke toelichting en tussentijdse vermogensopstelling
Als gevolg van de wetswijziging kan worden afgezien van het opstellen van een schriftelijke toelichting bij het splitsings- of fusievoorstel, indien alle leden of aandeelhouders van de fuserende rechtspersonen daarmee instemmen.
In tegenstelling tot eerder verschenen publicaties kan slechts worden afgezien van het opstellen van een tussentijdse vermogensopstelling, indien (i) een rechtspersoon voldoet aan de vereisten voor de halfjaarlijkse financiële verslaggeving genoemd in artikel 5:25d Wft, of (ii) sprake is van een splitsing waarbij alle verkrijgende vennootschappen bij de splitsing worden opgericht en de aandeelhouders van de splitsende vennootschap aandeelhouder worden van de verkrijgende vennootschap in dezelfde aandelenverhouding als in de splitsende vennootschap (als bedoeld in artikel 2:334hh, lid 2 BW). De vrijstelling onder (i) geldt zowel voor fusie als voor splitsing.
Verstrekken van inlichtingen
Bij fusie en splitsing hoeft in het voorstel tot fusie c.q. splitsing aan de algemene vergadering en aan de andere te fuseren c.q. te splitsen rechtspersonen alleen nog bij belangrijke wijzigingen in de activa en passiva inlichtingen te worden verstrekt. Bij fusie kan worden afgeweken van deze regel met instemming van alle leden of aandeelhouders.
Bestuursbesluit tot fusie c.q. splitsing
Bij een fusie van een 100% dochter in haar moeder kan zowel het bestuur van de verkrijgende moeder, als ook het bestuur van de verdwijnende dochter besluiten tot fusie, voor zover de statuten niet anders bepalen. Dit besluit hoeft niet meer door de algemene vergadering te worden genomen.
Ook bij de splitsende vennootschap kan het besluit tot splitsing door het bestuur worden genomenen, mits alle aandelen in de splitsende vennootschap door de verkrijgende vennootschappen worden gehouden en voor zover de statuten niet anders bepalen. |
 |
|
|
|
Overheid en Vastgoed |
|
Belastingplan 2012: Tijdelijke verlaging overdrachtsbelasting wordt wet |
|
| De tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting zal in de komende periode worden 'geformaliseerd' tot 1 juli 2012. |
|
Vlak voor de zomer maakte het Kabinet bekend de overdrachtsbelasting tijdelijk te verlagen van zes naar twee procent. Het doel hiervan is de huizenmarkt weer uit het slop te trekken door het kopen van een woning aantrekkelijker te maken. Het besluit van 1 juli 2011 had terugwerkende kracht tot en met 15 juni 2011 en zal bij wet worden geformaliseerd.
De verlaging van overdrachtsbelasting geldt in beginsel alleen voor de overdracht van een woning. Bedrijfsruimten zijn hiervan dus uitgesloten. Het criterium dat de Belastingdienst hanteert is in hoeverre de onroerende zaak naar zijn aard op het moment van de overdracht is bestemd voor bewoning. De verkrijging van een tuin en aanhorigheden zoals garages en schuren kunnen afhankelijk van bepaalde criteria ook onder het verlaagde tarief vallen.
Het kabinet noemt in de Miljoenennota 2012 het tot wet maken van de maatregel 'het formaliseren van de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting.' De maatregel blijft van tijdelijke aard en vervalt per 1 juli 2012. In het Belastingplan 2012 is niet opgenomen wat er gaat gebeuren met het tarief van de overdrachtsbelasting ná die datum. |
 |
|
|
|
Overheid en Vastgoed |
|
Geen goedkeuring B&W = geen overeenkomst |
|
| Recent heeft de rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan over de consequenties van een besluit van het college van burgemeester en wethouders om uitonderhandelde overeenkomsten toch niet aan te gaan. De vraag die in deze kwestie speelde was of de gemeente zonder schadeplichtig te zijn, kon afzien van het aangaan van de overeenkomst. |
|
Het ging in dit geval over de verkoop van grond door een particulier aan een gemeente. De gemeente had op die gronden een voorkeursrecht gevestigd. De particulier bood de gronden aan aan de gemeente en de gemeente heeft bij brief laten weten in beginsel het perceel te willen kopen. Daarna werden onderhandelingen gevoerd waarbij een rentmeester als tussenpersoon namens partijen optrad.
In de conceptovereenkomsten die tot stand zijn gekomen, stonden goedkeuringvoorbehouden ten behoeve van de gemeente, luidende: "Deze overeenkomst wordt gesloten onder voorbehoud van goedkeuring door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Barneveld". Uiteindelijk beslist het college om de overeenkomsten niet te sluiten. De particulier vordert nakoming van de overeenkomsten dan wel schadevergoeding.
De rechtbank beslist dat gezien de achtergrond van het voorbehoud het niet kan zijn dat een gemeente aan de overeenkomsten is gebonden, ondanks dat het orgaan dat daaraan goedkeuring moet verlenen die goedkeuring niet geeft. De omstandigheid dat het college frequent een terugkoppeling heeft gehad over het onderhandelingsproces doet daaraan niet af. Het voorbehoud was onder meer gedocumenteerd in diverse e-mailberichten. Er waren geen aanwijzingen dat het college enige toezegging had gedaan over de instemming met de overeenkomsten. Ook het argument dat de gemeente door het vestigen van een voorkeursrecht geen beroep kon doen op het goedkeuringsvoorbehoud wordt gepasseerd.
Het is zaak om te realiseren dat het expliciet in een conceptovereenkomst opnemen van een goedkeuringsvoorbehoud geen papieren tijger is. Het kan met zich brengen dat - bij gebrek aan de goedkeuring - de overeenkomst niet wordt aangegaan en daarvoor geen schadevergoeding verschuldigd is. Hoewel het in deze casus ging om een voorbehoud ten behoeve van een gemeente, is het goed denkbaar dat een voorbehoud ten behoeve van een private partij hetzelfde effect heeft. Mits uiteraard aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.
|
 |
|
|
|
Onderwijs |
|
Is de overdracht van een nieuw schoolgebouw door een gemeente een BTW-levering of niet? |
|
| Op grond van de onderwijswetgeving is een gemeente gehouden zorg te dragen voor de huisvesting van scholen voor het primair en voortgezet onderwijs. De gemeente kan die huisvesting zelf realiseren en deze huisvesting vervolgens na oplevering overdragen aan het bevoegd gezag. De vraag doet zich voor of deze overdracht een levering voor de omzetbelasting ('BTW') inhoudt. |
|
In een recente conclusie (een advies aan de Hoge Raad) is de Advocaat-Generaal van mening dat dit niet het geval is. Het begrip levering in de BTW-wetgeving heeft een eigen betekenis. Voor een levering is het noodzakelijk dat de macht om als eigenaar te kunnen beschikken wordt overgedragen. De onderwijswetgeving beperkt de beschikkingsmacht van het bevoegd gezag over het schoolgebouw in sterke mate. Zo mag het schoolgebouw zonder toestemming van de gemeente niet worden verkocht of verhuurd. En als het schoolgebouw niet meer voor onderwijsdoeleinden wordt gebruikt, komt na vaststelling daarvan, de eigendom in beginsel terug bij de gemeente.
In de onderhavige casus had de gemeente op grond van een overeenkomst, met alle beperkingen die de onderwijswetgeving oplegt, de eigendom overgedragen aan het bevoegd gezag tegen 15% van de bouwkosten. De gemeente claimde een BTW-belaste levering te hebben verricht en vroeg alle BTW op de bouwkosten terug. Indien de Hoge Raad oordeelt dat de overdracht op grond van de onderwijswetgeving inderdaad geen BTW-levering is, dan mislukt deze structuur om BTW op de bouwkosten van een schoolgebouw te besparen. Het is voor het onderwijs daarom te hopen dat de Hoge Raad niet de mening van de Advocaat-Generaal volgt. |
 |
|
|
|
Ondernemingsrecht |
|
Niet deponeren jaarrekening: een risico? Deel 2 |
|
| In de nieuwsbrief van juni van dit jaar werd besproken dat het Openbaar Ministerie strenger toeziet op de verplichting voor ondernemingen om de jaarrekening openbaar te maken door deze te deponeren bij de Kamer van Koophandel. In dit deel 2 wordt specifiek stil gestaan bij de termijnen die gelden bij het deponeren van de jaarrekening. |
|
Na afloop van het boekjaar dient het bestuur van de naamloze of besloten vennootschap de jaarrekening binnen vijf maanden op te maken en legt zij deze samen met het jaarverslag voor aan de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA). Door de AVA kan deze termijn door een schriftelijk formeel besluit worden verlengd met maximaal zes maanden. Vervolgens hebben de aandeelhouders twee maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen. Indien de vaststellingstermijn met twee maanden is verstreken, moet het bestuur de opgemaakte stukken openbaar maken. Daarbij moet vermeld worden dat de stukken niet zijn vastgesteld.
Het bovenstaande komt er op neer dat uiterlijk zeven maanden - en ingeval van verlenging door de AVA, dertien maanden - na afloop van het boekjaar de vennootschap de jaarrekening op de voorgeschreven wijze openbaar heeft gemaakt. In het geval dat het boekjaar eindigt op 31 december, zal de AVA dus uiterlijk 31 juli de jaarrekening hebben moeten vastgesteld. Bij maximale verlenging door de AVA zal uiterlijk 31 januari van het volgende jaar de jaarrekening vastgesteld moeten zijn.
Zodra de jaarrekening door de aandeelhouders is vastgesteld, moet deze binnen acht dagen worden gedeponeerd bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Kan de jaarrekening niet binnen zeven maanden na afloop van het boekjaar worden opgemaakt, dan is dus een schriftelijk formeel besluit van de AVA nodig om deze termijn te verlengen. Gebeurt dit niet, dan levert dit - net als het niet of niet tijdig deponeren van de jaarrekening - een economisch delict op. Daarnaast kan een bestuurder in beginsel persoonlijk aansprakelijk worden gehouden voor een eventueel boedeltekort, indien de vennootschap failliet gaat en de bestuurder niet voldaan heeft aan haar deponeringsplicht. |
 |
|
|
|
Ondernemingsrecht |
|
Gender diversity binnen bestuur en RvC |
|
| Het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht dat dit voorjaar door de Eerste Kamer is aangenomen, zal volgens de Minister van Veiligheid en Justitie per 1 januari 2012 in werking treden. De wetgever beoogt met deze wet onder andere een grotere participatie van vrouwen en daarmee een meer evenwichtige verdeling tussen mannen en vrouwen in het bestuur en/of de raad van commissarissen van 'grote' naamloze en besloten vennootschappen. |
|
Volgens de nieuwe regeling is er een evenwichtige verdeling van de zetels van het bestuur en de raad van commissarissen indien ten minste 30% van deze zetels door vrouwen en ten minste 30% door mannen wordt bezet.
Deze nieuwe regeling brengt met zich mee dat een vennootschap zoveel mogelijk rekening dient te houden met een evenwichtige verdeling binnen het bestuur en de raad van commissarissen bij onder andere het benoemen en het voordragen van bestuurders, het aanwijzen, benoemen, aanbevelen en voordragen van commissarissen en het opstellen van een profielschets voor de omvang en de samenstelling van de raad van commissarissen.
Wat als de samenstelling van het bestuur of raad van commissarissen niet aan deze evenwichtigheid voldoet? Net zoals bij de corporate governance code, moet de vennootschap in het jaarverslag verantwoorden waarom deze normen niet zijn gehaald (pas toe of leg uit) en wat de vennootschap zal doen om te bewerkstelligen dat de samenstelling van de organen in de toekomst wel aan de nieuwe regeling zullen voldoen. Er bestaat geen wettelijke sanctie op het niet voldoen aan de nieuwe regeling. |
 |
|
|
|
Pensioen |
|
Pensioenakkoord: gevolgen nog onduidelijk, maar groot! |
|
| U kunt het niet gemist hebben: op 19 september stemde de FNV, na aanvullende toezeggingen van minister Kamp, in met het Pensioenakkoord, ondanks aanhoudend verzet van Abvakabo FNV en FNV Bondgenoten. Hierop gaven Abvakabo FNV en FNV Bondgenoten aan zich te zullen blijven verzetten tegen het Pensioenakkoord. Maar het Pensioenakkoord is een juridisch feit. De gevolgen van het Pensioenakkoord voor werkgevers zijn nog niet uitgekristalliseerd. Desalniettemin is al wel duidelijk dat de pensioensector grote veranderingen moet gaan doorvoeren met vergaande consequenties voor werkgevers en werknemers. |
|
Vooralsnog ontbreekt een wetsvoorstel waarin het Pensioenakkoord is neergelegd. Wel is duidelijk dat per 1 januari 2020 de AOW-leeftijd wordt verhoogd tot 66 jaar. Bovendien voorziet het Pensioenakkoord in een mechanisme waarbij elke vijf jaar wordt nagegaan of de AOW-leeftijd verhoogd moet worden: zo wordt op 1 januari 2014 vastgesteld of de AOW-leeftijd per 1 januari 2025 verder verhoogd zou moeten worden naar 67 jaar. Daarop vooruitlopend wordt het fiscale kader voor pensioenopbouw in de werkgeverspensioenen - de zogenoemde tweede pijler - echter al per 1 januari 2013 aangepast en opnieuw per 1 januari 2015. Deze fiscale aanpassing kan ertoe leiden dat pensioenregelingen aanpassing behoeven.
Daarnaast voorziet het Pensioenakkoord in een flexibele AOW-ingangsleeftijd. Deze kan zowel vervroegd als uitgesteld worden. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering met 6,5% per jaar stijgt of daalt. Ook de pensioenleeftijd voor de tweede pijler zal dus aangepast moeten worden, en in verband daarmee de beëindigingsbepalingen in de arbeidsovereenkomst.
Dit wat betreft de AOW-kant van de zaak. Daarnaast zal implementatie van het pensioenakkoord leiden tot opbouw van pensioenaanspraken in de tweede pijler die meebewegen met de beurzen. Deze pensioenaanspraken zijn in vergelijking met de op dit moment al opgebouwde aanspraken relatief zacht: de huidige pensioenaanspraken kunnen immers enkel aangetast worden in geval een pensioenfonds besluit tot korting. Vanuit de pensioensector is er op aangedrongen tegelijkertijd met de introductie van zachte rechten pensioenaanspraken 'oude stijl' om te zetten naar pensioenaanspraken 'nieuwe stijl', zodat voorkomen wordt dat twee verschillende varianten bestaan. Verschillende belangenorganisaties hebben tegen dit 'invaren van pensioenrechten' grote bezwaren geuit en hebben al aangekondigd indien nodig te zullen gaan procederen. Het Pensioenakkoord bevat dus geen uitgewerkte afspraken over dit 'invaren'.
Het Pensioenakkoord zal omgezet moeten worden in wetgeving. Wat de AOW betreft is dat niet al te ingewikkeld. Maar de introductie van zachte rechten, en het eventuele "invaren" wordt nog een enorme klus. Daarenboven is de arbeidsvoorwaarde pensioen een kwestie voor sociale partners. In zoverre gaan werkgevers alsnog aanlopen tegen FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV.
Indien uw organisatie geconfronteerd wordt met vraagstukken op dit gebied kunt u ons contacteren. |
 |
|
|
|
Pensioen |
|
Uitnodiging Seminar "Pensioen in zicht: Ontslag?" | |
| Op 18 november aanstaande organiseert de Praktijkgroep Arbeidsrecht in samenwerking met het Pensioenteam van Van Doorne een seminar over de vraagstukken waarmee een werkgever geconfronteerd kan worden als een werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Blijft de expertise van de oudere werknemer behouden, of wordt er afscheid genomen? Aan de hand van praktijkvoorbeelden worden de arbeidsrechtelijke, fiscale en pensioenrechtelijke aspecten die een rol spelen, besproken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het pensioenakkoord. Wij verwelkomen u graag op vrijdag 18 november aanstaande! |
|
We moeten allemaal langer blijven werken. Het kabinet heeft aangegeven dat de pensioenleeftijd in ieder geval wordt verhoogd naar 66 jaar. Maar wat heeft dat voor gevolgen voor u als werkgever? Eindigt de arbeidsovereenkomst nog steeds van rechtswege wanneer de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt? Moeten de arbeidsovereenkomst en uw pensioenregeling aangepast worden? En wilt u wel dat uw werknemers langer doorwerken? Of kunt u dat niet voorkomen in verband met leeftijdsdiscriminatie? Andere alternatieven, zoals vervroegd uittreden, zijn natuurlijk ook denkbaar,maar hoe dan de eindheffing van 52% te voorkomen? En hoe zit het met deeltijdpensioen?
Ook het tegenovergestelde is mogelijk: wat nu als u en uw werknemer de samenwerking willen voortzetten? Kan dat voor bepaalde tijd? Of is dan automatisch sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? En welke gevolgen heeft doorwerken voor de pensioenopbouw van de werknemer?
Tijdens het seminar zullen Albert van Marwijk Kooy, Marjolijn Lips en Linda Jansen ingaan op respectievelijk de pensioenrechtelijke, arbeidsrechtelijke en fiscale aspecten van deze problematiek. Uiteraard zal daarbij eveneens aandacht worden besteed aan het Pensioenakkoord en de gevolgen daarvan.
Het seminar vindt plaats op vrijdag 18 november 2011 bij Van Doorne en het programma begint om 14.15 uur. Tegen 17.00 uur eindigt het seminar, waarna in informele sfeer tijdens de borrel verder van gedachten kan worden gewisseld over dit actuele onderwerp.
Heeft u interesse dit seminar bij te wonen dan kunt u zich aanmelden bij Mareille Prevo. |
 |
|
|
|
Privacy |
|
Standpunt Telemarketing OPTA 2011 |
|
| Op 20 september 2011 heeft OPTA haar Standpunt Telemarketing openbaar gemaakt. OPTA maakt wederom duidelijk dat zij een streng standpunt inneemt als het gaat om de uitleg en handhaving van telemarketingregels.
|
|
Op oktober 2009 is het wettelijk Bel-me-niet register ("BMNR") ingevoerd. Met de invoering van het BMNR geldt dat adverteerders en call centers alleen ongevraagd mensen mogen bellen voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden, mits alle telefoonnummers die in het BMNR staan ingeschreven vooraf uit het te bellen bestand zijn verwijderd (ontdubbeling). Vervolgens moet de consument tijdens elk telefoongesprek worden gewezen op het BMNR, de mogelijkheid worden geboden verzet aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn contactgegevens en de mogelijkheid worden geboden tot onmiddellijke opname in het BMNR.
In de maanden na invoering van het BMNR heeft OPTA verschillende onderzoeken uitgevoerd naar de naleving van deze nieuwe verplichten door adverteerders en call centers, hetgeen heeft geleid tot het opleggen van in totaal EUR 1,2 miljoen. Naar aanleiding van deze boetebesluiten en uit het oogpunt van transparantie heeft OPTA het Standpunt Telemarketing geactualiseerd. Dit document is van belang voor elke onderneming die (potentiële) klanten benaderd door middel van telemarketing. |
 |
|
|
|
Technologie |
|
The International Comparative Legal Guide to: Patents 2012 |
|
|
|
|
Het Team Technologie van Van Doorne heeft bijgedragen aan 'The International Comparative Legal Guide to: Patents 2012. A practical cross-border insight into patents law', dat is gepubliceerd door Global Legal Group, Ltd te Londen, door het Nederlandse hoofdstuk hiervan te verzorgen. U kunt het artikel hier downloaden. |
 |
|
|
|
|
|
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen.
Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
|
|
|
|
| - |
| - |
Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam |
- |
|
- |
|
|