|
- |
- |
- |
- |
| |
Nieuwsbrief |
 |
| |
Juni 2011 |
Nederlands | English |
|
|
|
 |
| |
| |
| |
Arbeidsrecht |
|
College voor de rechten van de mens |
|
| De Tweede Kamer heeft in april van dit jaar een wetsvoorstel aangenomen dat ertoe strekt een nationaal mensenrechteninstituut, genaamd het College voor de rechten van de mens, op te richten. |
|
Het College zal tot doel hebben de mensenrechten in Nederland te beschermen en de naleving daarvan te bevorderen. De reden voor het instellen van een mensenrechteninstituut is dat Nederland in internationaal verband, met de Verenigde Naties en de Raad van Europa, heeft afgesproken dat alle lidstaten een nationaal mensenrechteninstituut oprichten.
Het College krijgt als taken te adviseren over (voorgenomen) wet- en regelgeving en beleid dat betrekking heeft op mensenrechten, het doen van onderzoek naar de bescherming van mensenrechten, het rapporteren van mensenrechtenschendingen en het opstellen van aanbevelingen. Het College zal ook een voorlichtende rol vervullen op het terrein van mensenrechten. Daarnaast zal het College tot taak hebben om aan te sporen tot implementatie en naleving van verdragen, richtlijnen en andere regelgeving. Ten slotte zal het College de huidige taken van de Commissie gelijke behandeling (Cgb) overnemen; het onderzoeken en oordelen of een overheidsinstantie of een particulier een verboden onderscheid maakt op basis van één van de gronden genoemd in de gelijke behandelingswetgeving, zoals ras, geslacht, nationaliteit, geaardheid, etc. Binnen het College zal een aparte kamer belast zijn met deze oordelende taak. De Cgb zal als gevolg van de instelling van het College worden opgeheven.
Het wetsvoorstel dat ertoe strekt dit College voor de rechten van de mens op te richten, is op dit moment in behandeling bij de Eerste Kamer. |
 |
|
|
|
Arbeidsrecht |
|
Wijzigingen in de vakantiewetgeving |
|
| De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met een wetsvoorstel dat de vakantiewetgeving wijzigt. Het wetsvoorstel brengt twee belangrijke wijzigingen met zich mee. De eerste wijziging houdt in dat werknemers die arbeidsongeschikt zijn, recht hebben op hetzelfde aantal wettelijke vakantiedagen als arbeidsgeschikte werknemers. De tweede belangrijke wijziging is dat er voor wettelijke vakantiedagen een vervaltermijn zal gaan gelden. |
|
De wijzigingen in de vakantiewetgeving zijn ingegeven door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Het Hof van Justitie oordeelde dat arbeidsongeschikte werknemers op gelijke wijze recht hebben op wettelijke vakantiedagen als arbeidsgeschikte werknemers. In Nederland hebben werknemers die 40 uur per week werken, recht op 20 wettelijke vakantiedagen. Daarnaast heeft een werknemer veelal recht op bovenwettelijke dagen op grond van de (collectieve) arbeidsovereenkomst.
De Nederlandse vakantiewetgeving is momenteel niet in lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie omdat arbeidsongeschikte werknemers slechts vakantiedagen opbouwen over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid (ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid). Met de wetswijziging wijzigt dit doordat arbeidsongeschikte werknemers over de gehele periode van arbeidsongeschiktheid vakantiedagen opbouwen. Werkgever en werknemer kunnen in afwijking daarvan afspreken dat de bovenwettelijke vakantiedagen niet opbouwen gedurende ziekte.
Om te bevorderen dat werknemers daadwerkelijk hun vakantiedagen opnemen is daarnaast een vervaltermijn ingesteld voor de wettelijke vakantiedagen van 6 maanden na het jaar waarin de dagen worden opgebouwd. Als de dagen niet binnen die periode zijn opgenomen, dan vervallen deze automatisch. Dit is alleen anders als de werknemer in kwestie redelijkerwijs niet in staat is geweest die vakantiedagen op te nemen. In dat laatste geval geldt de "gewone" verjaringstermijn van vijf jaar. Of een werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantiedagen op te nemen moet worden beoordeeld naar de omstandigheden van het geval. Een werknemer die door toedoen van de werkgever zijn minimum vakantie niet heeft kunnen benutten valt in ieder geval onder deze uitzondering. Werkgever en werknemer kunnen in de arbeidsovereenkomst van de vervaltermijn ten gunste van de werknemer afwijken.
Het wetsvoorstel treedt in werking op 1 januari 2012. Dat betekent dat met ingang van die datum iedere werknemer (ongeacht zijn gezondheidstoestand) volledig de wettelijke vakantiedagen zal opbouwen. Alleen ten aanzien van vakantieaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2012 blijft de huidige verjaringstermijn gelden. |
 |
|
|
|
Bank- en effectenrecht |
|
Geen AFM-vergunning nodig voor normale betalingsregelingen |
|
| In onze vorige nieuwsbrief berichtten wij over de ophef die was ontstaan over de gevolgen van het Wetsvoorstel implementatie richtlijn consumentenkrediet. Minister Opstelten heeft de Eerste Kamer nu bevestigd dat voor normale betalingsregelingen geen vergunning nodig zal zijn. Ter verduidelijking zal wel een vrijstelling worden opgenomen in de Vrijstellingsregeling Wft. |
|
Minister Opstelten heeft de Eerste Kamer laten weten dat in de huidige praktijk al geen vergunning hoeft te worden aangevraagd voor uitstel van betaling in het normale handelsverkeer en dat dit zo blijft. Een voorbeeld van het normale handelsverkeer is een energieleverancier die een consument de mogelijkheid biedt om een achterstallige schuld in termijnen af te lossen zonder dat hierbij hoge kosten in rekening worden gebracht. De energieleverancier is dan geen aanbieder van krediet. Wanneer echter bijvoorbeeld exorbitante kosten worden gerekend, valt de betalingsregeling wel onder toezicht, aldus de minister.
Een nieuwe vrijstelling in de Vrijstellingsregeling Wft zal verduidelijken dat betalingsregelingen in het normale handelsverkeer niet leiden tot vergunningplicht
De Eerste Kamer heeft het Wetsvoorstel op 17 mei jl. aangenomen.
|
 |
|
|
|
Europees- en Mededingingsrecht |
|
NMa legt weer hoge boetes op in thuiszorgsector |
|
| De NMa heeft weer miljoenenboetes opgelegd aan ondernemingen in de thuiszorgsector. Tegelijkertijd heeft de NMa aangegeven over te gaan naar een 'high-trustbenadering' van thuiszorgondernemingen. |
|
Minister Opstelten heeft de Eerste Kamer laten weten dat in de huidige praktijk al geen vergunning hoeft te worden aangevraagd voor uitstel van betaling in het normale handelsverkeer en dat dit zo blijft. Een voorbeeld van het normale handelsverkeer is een energieleverancier die een consument de mogelijkheid biedt om een achterstallige schuld in termijnen af te lossen zonder dat hierbij hoge kosten in rekening worden gebracht. De energieleverancier is dan geen aanbieder van krediet. Wanneer echter bijvoorbeeld exorbitante kosten worden gerekend, valt de betalingsregeling wel onder toezicht, aldus de minister.
Een nieuwe vrijstelling in de Vrijstellingsregeling Wft zal verduidelijken dat betalingsregelingen in het normale handelsverkeer niet leiden tot vergunningplicht.
De Eerste Kamer heeft het Wetsvoorstel op 17 mei jl. aangenomen.
|
 |
|
|
|
Europees- en Mededingingsrecht |
|
Business as usual na vertrek Pieter Kalbfleisch bij NMa |
|
| Pieter Kalbfleisch heeft in april verlof opgenomen en wordt tijdelijk vervangen door Henk Don. Van een koerswijziging is geen sprake. De NMa is op zoek naar een nieuwe voorzitter, die ook voorzitter zal zijn van de nieuwe toezichthouder die ontstaat door samenvoeging van de NMa, de OPTA en de consumentenautoriteit. |
|
Pieter Kalbfleisch zou op 30 juni met pensioen gaan. Hij heeft verlof opgenomen nadat hij door een getuige in een rechtszaak van meineed was beschuldigd. Waarnemend voorzitter Henk Don was als lid van de Raad van Bestuur van de NMa sinds 1 oktober 2009 verantwoordelijk voor het algemeen mededingingstoezicht. Uit de recente beslissingspraktijk van de NMa blijkt niet van een koerswijziging. Henk Don past de mededingingsregels op dezelfde wijze toe als zijn voorganger heeft gedaan.
Wie de nieuwe voorzitter van de NMa zal zijn, is nog niet bekend. De samenvoeging van de NMa, de OPTA en de consumentenautoriteit moet in 2013 zijn voltooid. De komende tijd buigt het kabinet zich over de vraag of ook de taken van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) worden ondergebracht bij deze nieuwe toezichthouder.
|
 |
|
|
|
Fiscaal recht |
|
Fiscale agenda 2011/2012 gepubliceerd |
|
| Op 14 april jl. publiceerde het Ministerie van Financiën de "Fiscale Agenda" waarin de fiscale beleidsplannen van het kabinet Rutte voor 2011 en 2012 zijn neergelegd. Met name de voorgestelde verhoging van de BTW en de beperking van renteaftrek voor overnameholdings trekken de aandacht. |
|
Op 14 april jl. publiceerde het Ministerie van Financiën de "Fiscale Agenda" waarin de fiscale beleidsplannen van het kabinet Rutte voor 2011 en 2012 zijn neergelegd. De belangrijkste onderwerpen in de Fiscale Agenda zijn (a) een stapsgewijzeverhoging van het lage BTW tarief gekoppeld aan een verlaging van het tarief inkomstenbelasting, (b) een beperking van de renteaftrek voor overnameholdings, (c) het afschaffen van de mogelijkheid om verliezen van buitenlandse vaste inrichtingen af te kunnen trekken van winsten van de in Nederland gedreven onderneming en (d) het introduceren van een lager inkomstenbelastingtarief voor ondernemingswinsten in ruil voor het afschaffen van een aantal aftrekposten. De eerste reacties vanuit de Tweede Kamer zijn zodanig dat de kans groot is dat alleen de beperkingen ten aanzien van de renteaftrek en de aftrek van buitenlandse verliezen op korte termijn zullen worden ingevoerd. |
 |
|
|
|
Gezondheidszorg |
|
Toezichtkader Bestuurlijke Verantwoordelijkheid voor Kwaliteit en Veiligheid |
|
| De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft onlangs het Toezichtkader bestuurlijke verantwoordelijkheid voor kwaliteit en veiligheid gepubliceerd. Doel is het toezicht van de IGZ op het terrein van bestuurlijke verantwoordelijkheid structureel, inzichtelijk en voorspelbaar maken. |
|
Nieuw is de bestuurlijke eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg niet, deze volgt uit de Kwaliteitswet die zich richt op (rechts)personen die een zorginstelling in stand houden. Het toezichtkader geeft echter een inhoudelijk kader van aandachtspunten dat de IGZ hanteert bij het houden van toezicht. De IGZ gaat het functioneren van raden van bestuur toetsen aan de hand van een aantal factoren, waaronder de omvang en de ernst van een geconstateerd risico en de houding van het bestuur ten aanzien van de situatie. Te denken valt aan de mate van erkenning van het probleem en de bereidheid om verbeteringen door te voeren. In samenhang met de bestuurlijke inrichting voor kwaliteit en veiligheid zijn deze factoren van invloed op het uiteindelijke oordeel van de IGZ. De IGZ kan daartoe ook rechtstreeks contact zoeken met de raad van toezicht. |
 |
|
|
|
Intellectuele Eigendom |
|
Eindelijk een gemeenschapsoctrooi? |
|
| Met het Europees Octrooiverdrag kennen we al sinds de jaren zeventig - naast de verschillende nationale systemen - één systeem voor het verlenen van Europese octrooien. Via die Europese procedure verkrijgt de aanvrager echter niet één Europees octrooi dat in de gehele gemeenschap gelding heeft, maar een bundel nationale octrooien. Sinds de jaren zeventig wordt al gediscussieerd over de invoering van een gemeenschapsoctrooi. Zo zou eenvoudig bescherming in de gehele Europese Unie moeten kunnen worden verkregen tegen aanzienlijk lagere kosten en met een gecentraliseerd systeem voor geschillenbeslechting. Recentelijk lijkt het gemeenschapsoctrooi een stap dichterbij te zijn gekomen. |
|
Na jaren overleg kondigde de Europese Commissie in 2000 een voorstel voor een Gemeenschapsoctrooiverordening aan. In welke talen het octrooi zou moeten worden vertaald, zou echter een enorm struikelblok blijken te zijn. Aangezien de lidstaten deze verordening unaniem dienden goed te keuren leek het gemeenschapsoctrooi er nooit te komen. Op 8 maart van dit jaar kondigde de Commissie echter aan dat het aan de hand van een 'versnelde' samenwerkingsprocedure tot een Gemeenschapsoctrooiverordening wil komen. Deze versnelde procedure wordt gezien als een laatste redmiddel en houdt in dat slechts eenderde van de lidstaten een wetsvoorstel kan aannemen. Op deze manier kan een blokkerend vetorecht van enkele lidstaten omzeild worden.
Het slechte nieuws is dat het Europese Hof van Justitie op 10 maart jl. een vernietigende opinie heeft gegeven. Het Europese Octrooigerecht zou niet verenigbaar zijn met het Europees recht. Dit gespecialiseerde rechterlijke orgaan zal dus nog op zich moeten laten wachten en daarmee wellicht ook het gemeenschapsoctrooi. |
 |
|
|
|
Notariaat |
|
Afschaffing verklaring van geen bezwaar voor BV en NV per 1 juli 2011 |
|
| Per 1 juli 2011 is geen verklaring van geen bezwaar meer nodig voor de oprichting of statutenwijziging van een BV of NV. |
|
De dan in werking getreden wet beoogt het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen te verbeteren. Op dit moment wordt via de verklaring van geen bezwaar door het Ministerie van Justitie preventief toezicht gehouden bij de oprichting of statutenwijziging van een BV of NV.
De dan in werking getreden wet beoogt het voorkomen en bestrijden van misbruik van rechtspersonen te verbeteren. Op dit moment wordt via de verklaring van geen bezwaar door het Ministerie van Justitie preventief toezicht gehouden bij de oprichting of statutenwijziging van een BV of NV.
Het preventieve toezicht wordt vervangen door een systeem van doorlopende controle. Ook wordt de reikwijdte van de controle uitgebreid tot diverse andere rechtspersonen zoals stichtingen, verenigingen en coöperaties. Bij de controle wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van elektronische informatie die al bij de overheid bekend is in zogenaamde basisregistraties, zoals het handelsregister en de Gemeentelijke Basisadministratie. De verscherpte controle wordt uitgeoefend aan de hand van risicoprofielen en (automatische) risicomeldingen die kunnen worden gevolgd door opsporings- en vervolgingsactiviteiten.
Via handhavingsconvenanten en een handhavend samenwerkingsverband tussen toezichthoudende en handhavende organisaties met misbruikbestrijding ten doel, wordt voorzien in kwaliteitsbewaking.
De Memorie van Toelichting vermeldt als reden voor de wijziging: "Het huidige toezicht werkt in de praktijk niet goed. Het toezicht is gekoppeld aan een aantal formele handelingen (oprichting of statutenwijziging) terwijl misbruik juist zal kunnen plaatsvinden bij het daadwerkelijk uitoefenen van (ondernemings)activiteiten. Daar komt nog bij dat het preventieve toezicht ook niet goed is opgewassen tegen de inzet van stromannen zonder negatieve antecedenten. Het toezicht …. is dus niet effectief maar veroorzaakt wel administratieve lasten voor kapitaalvennootschappen." |
 |
|
|
|
Ondernemingsrecht |
|
Niet deponeren jaarrekening: een risico? |
|
| Nederlandse ondernemingen zijn verplicht hun jaarrekening openbaar te maken door deponering bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst zien toe op deze deponeringsplicht. De statistieken geven echter een ronduit treurig beeld: 68% van de ondernemingen publiceert te laat en 13% in het geheel niet. |
|
Omdat zij gevoelige financiële informatie niet willen prijsgeven nemen sommige ondernemingen moedwillig het risico op een boete. Zo is publiek bekend dat winkelketen Blokker pertinent weigert haar jaarrekening te publiceren. Ook de concerns Zeeman en C&A hebben in het verleden de deponeringsplicht bewust geschonden uit concurrentieoverwegingen.
In reactie hierop heeft het Openbaar Ministerie in 2010 een recordaantal ondernemingen gedagvaard, 156, 12% meer dan het jaar daarvoor.
De hoogte van de maximaal op te leggen boete zal grotere ondernemingen niet stimuleren te voldoen aan de deponeringsplicht. Gezien de absolute aantallen van overtreders, is de 'pakkans' immers nog steeds verwaarloosbaar. Er dient wel rekening te worden gehouden met de civielrechtelijke sanctie voor bestuurders. In geval van faillissement loopt een bestuurder van een onderneming die niet aan haar deponeringsplicht heeft voldaan hoe dan ook tegen de lamp, met het risico van persoonlijke aansprakelijkheid voor een eventueel boedeltekort.
Overigens heeft het Europees Parlement in maart een voorstel goedgekeurd om kleine ondernemingen (ondernemingen met maximaal tien werknemers, minder dan EUR 1 miljoen omzet en een balanstotaal dat lager is dan EUR 500.000) vrij te stellen van de deponeringsplicht. In de toekomst zullen in Nederland kleine ondernemingen dan ook mogelijk worden ontheven van deze verplichting. |
 |
|
|
|
Overheid en Vastgoed |
|
Verruiming mogelijkheden beroep tegen milieuvergunningen |
|
| Een besluit kan uit verschillende onderdelen bestaan. Zo kan een milieuvergunning (thans: omgevingsvergunning) betrekking hebben op aspecten van geluidhinder, geuremissie, luchtkwaliteit etc. |
|
Wie in rechte wil opkomen tegen een verleende milieuvergunning, diende tot voor kort tegen al deze onderdelen afzonderlijk zienswijzen in te dienen. Onderdelen die pas in beroep aan de orde werden gesteld, werden door de bestuursrechter zonder pardon terzijde geschoven. Dit staat bekend als de onderdelentrechter.
Een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft hier verandering in gebracht. Voor milieuvergunningen die bekend zijn gemaakt op of na 1 april 2011 geldt dat onderdelen die in het kader van de zienswijze onbesproken zijn gebleven, nu ook in beroep mogen worden aangevoerd
Niet iedereen is gelukkig met deze ontwikkeling. Met name de vergunninghouder zal er moeite mee hebben wanneer hij pas in beroep geconfronteerd wordt met - al dan niet steekhoudende - bezwaren tegen de aan hem verleende vergunning. Voor de appellant kan het echter een uitkomst zijn. Gronden die bij de zienswijze over het hoofd zijn gezien, kunnen alsnog worden aangevoerd. |
 |
|
|
|
Pensioen |
|
Wetsvoorstel 'Pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2020' gepubliceerd |
|
Op 10 mei jl. heeft het kabinet zijn wetsvoorstel 'Pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2020' gepubliceerd. Dit wetsvoorstel vervangt het in december 2009 ingediende wetsvoorstel, dat afkomstig was van het vorige kabinet. Kern van het voorstel is dat, zoals afgesproken in het regeer- en gedoogakkoord, de AOW-gerechtigde leeftijd per 1 januari 2020 wordt verhoogd naar 66 jaar. Daarnaast wordt de fiscaal maximaal toegestane pensioenopbouw per 1 januari 2013 verlaagd. |
|
Zoals gezegd zal per 1 januari 2020 de AOW-gerechtigde worden verhoogd naar 66 jaar. Dit gebeurt in één keer. Het kabinet heeft hiervoor gekozen omdat een geleidelijke verhoging van de pensioenleeftijd leidt tot fors hogere uitvoeringskosten. Overigens is het tempo van de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd niet geheel onomstreden. In zijn advies laat de Raad van State zich kritisch uit over het beoogde tijdpad. Liever had de Raad een snellere verhoging gezien, en/of een verdergaande verhoging (naar 67?). Volgens de Raad van State zou dat meer recht doen aan de omvang en urgentie van de in de Memorie van Toelichting gesignaleerde problematiek.
Per 1 januari 2013 wordt ook het maximaal fiscaal toelaatbare opbouwpercentage in een middelloonregeling verlaagd van 2,25% naar 2,00%. Het maximaal fiscaal toelaatbare opbouwpercentage in een eindloonregeling wordt bijgesteld van 2,00% naar 1,75%. De verlaging van de maximale opbouwpercentages heeft tot gevolg dat bestaande pensioenregelingen die een ruimere opbouw kennen dan onder het nieuwe fiscale kader zal zijn toegelaten, aangepast dienen te worden. De wijzigingen in het fiscale kader hebben geen gevolgen voor de tot 1 januari 2013 opgebouwde aanspraken.
Wijziging van de pensioenleeftijd in de AOW werkt in de meeste gevallen niet automatisch door in de pensioenregelingen van werkgevers. De pensioenleeftijd van 65 jaar zal apart aangepast dienen te worden. En als de nieuwe maximum pensioenopbouw op dit moment wordt overschreden moeten de pensioenregelingen ook gewijzigd worden. Dat laatste zal moeten gebeuren voor 1 januari 2013. Voor het eerste geldt die datum niet, maar een snelle aanpassing lijkt ons verstandig. In beide gevallen zal bezien moeten worden of de werkgever het recht heeft de wijzigingen eenzijdig door te voeren. |
 |
|
|
|
Pensioen |
|
Vooraankondiging Seminar Pensioen in zicht: Ontslag? |
|
| Op 24 juni aanstaande organiseert de Praktijkgroep Arbeidsrecht in samenwerking met het Pensioenteam van Van Doorne een seminar over de vraagstukken waarmee een werkgever geconfronteerd kan worden als een werknemer bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Blijft de expertise van de oudere werknemer behouden of wordt er afscheid genomen. Aan de hand van praktijkvoorbeelden worden de arbeidsrechtelijke, fiscale en pensioenrechtelijke aspecten die een rol spelen, besproken. Wij verwelkomen u graag op 24 juni aanstaande! |
|
We moeten allemaal langer blijven werken: het nieuwste wetsvoorstel dat ervoor zorgt dat werknemers vanaf 2020 pas op hun 66ste met pensioen gaan is nog heet van de naald. Maar wilt u als werkgever wel dat uw werknemers langer doorwerken? Of kunt u dat niet voorkomen in verband met leeftijdsdiscriminatie? Eindigt de arbeidsovereenkomst nog van rechtswege wanneer de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt? Andere alternatieven zoals vervroegd uittreden zijn natuurlijk ook denkbaar: maar hoe dan de RVU-heffing van 52% te voorkomen?
Ook het tegenovergestelde is mogelijk: wat nu als u en werknemer graag willen dat werknemer langer doorwerkt? Kan dat voor bepaalde tijd? Of is dan automatisch sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? En welke gevolgen heeft dit voor de pensioenopbouw van de werknemer?
Tijdens het seminar zullen Albert van Marwijk Kooy, Marjolijn Lips en Linda Jansen aan de hand van praktijkvoorbeelden ingaan op de arbeidsrechtelijke, fiscale en pensioenrechtelijke aspecten van deze problematiek. Het seminar heeft de vorm van een ontbijtseminar, en vindt plaats op 24 juni 2011 ten kantore van Van Doorne. Het programma begint om 08.00 uur en zal rond 10.00 afgelopen zijn. Wij zorgen voor een passend ontbijt. Wij zien ernaar uit u op 24 juni aanstaande te mogen begroeten! |
 |
|
|
|
|
|
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen.
Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
|
|
|
|
| - |
| - |
Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam |
- |
|
- |
|
|