| |
- |
- |
- |
- |
| |
Nieuwsbrief |
 |
|
Februari 2012 |
Nederlands | English |
|
|
|
 |
| |
|
| |
Arbeidsrecht |
|
Wijziging Wet melding collectief ontslag |
|
| Vanaf 1 maart 2012 geldt een uitgebreidere meldplicht bij collectief ontslag. De uitbreiding betekent kort gezegd dat bij een voorgenomen collectief ontslag iedere wijze van beëindiging van een arbeidsovereenkomst dient te worden meegeteld. |
|
De Wet melding collectief ontslag ("WMCO") bepaalt dat wanneer een werkgever het voornemen heeft ten minste 20 werknemers te ontslaan (binnen drie maanden en één UWV-district), dit tijdig dient te melden bij het UWV en belanghebbende vakbonden. Deze getalsgrens geldt momenteel alleen wanneer een werkgever verzoekt om een ontslagvergunning bij het UWV of ontbinding bij de kantonrechter. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden valt in de huidige WMCO niet onder de meldplicht. De aangepaste WMCO heeft onder meer tot gevolg dat bij een voorgenomen collectief ontslag ook beëindiging met wederzijds goedvinden moet worden gemeld.
Voorts heeft de gewijzigde WMCO onder meer ook de volgende gevolgen:
| • |
Naast de melding dienen belanghebbende vakbonden te worden geraadpleegd. Pas wanneer vakbonden aantoonbaar zijn geraadpleegd, neemt het UWV een verzoek voor een ontslagvergunning in behandeling; |
| • |
In een ontbindingsprocedure dient de rechter na te gaan of een werkgever zich heeft gehouden aan de WMCO-verplichtingen; |
| • |
Wanneer de verplichtingen uit de WMCO niet zijn nageleefd, dan zijn de opzegging c.q. de beëindigingsovereenkomst vernietigbaar. |
De gewijzigde WMCO zorgt voor een striktere aanpak in geval van een voorgenomen collectief ontslag.
|
 |
|
|
| |
Arbeidsrecht |
|
Ingrijpende maatregelen bezoldigingsbeperking (semi-)publieke sector |
|
| Het wetsvoorstel Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (semi-)publieke sector ("wetsvoorstel WNT") is op 6 december 2011 door de Tweede Kamer aangenomen en is nu in behandeling bij de Eerste Kamer. Het beoogt zowel de totale bezoldiging als de contractuele ontslagvergoeding van topfunctionarissen in die sector te maximeren. |
|
De belangrijkste componenten van het wetsvoorstel WNT zijn:
| • |
Maximering van het totale beloningspakket (arbeidsvoorwaardenpakket) van de hoogste leidinggevenden binnen de organisatie (op € 187.340 bruto per jaar - ook wel de Balkenendenorm - te vermeerderen met enkele gelimiteerde emolumenten); |
| • |
Maximering van eventuele contractuele ontslagvergoedingen (maximaal een jaarsalaris én maximaal € 75.000 bruto); |
| • |
Openbaarmaking in de jaarrekening van (alle) individuele bezoldigingsgegevens van de bestuurder en van de in het relevante jaar uitgekeerde beëindigingsvergoedingen. |
Doelgroeporganisaties van het wetsvoorstel WNT zijn onder meer overheidsinstellingen, woningcorporaties, netbeheerders (energiesector), organisaties in de onderwijssector, onderzoeksinstellingen, ziekenhuizen en organisaties in de zorg(verzekerings)sector.
Indien de grenzen van de in het wetsvoorstel WNT genoemde beloningsbedragen zijn overschreden, dan is de minister bevoegd tot het terug (laten) vorderen van alle bovenwettelijke uitkeringen.
Er is voor toezichthouders (en topfunctionarissen) van doelgroeporganisaties een verplichting alvast rekening te houden met de voorschriften van het wetsvoorstel WNT. Hoewel bestaande gevallen (gedurende vier jaar) door overgangsrecht gerespecteerd zullen worden, zal het overgangsrecht alleen van toepassing zijn op gevallen zoals die op 6 december 2011 reeds van kracht waren.
|
 |
|
|
| |
Bank- en effectenrecht |
|
Invoering verplichte vermelding bij gebruik vrijstelling |
|
| Per 1 januari 2012 is bij bepaalde aanbiedingen waarbij gebruik wordt gemaakt van een vrijstelling van vergunning- of prospectusplicht, de verplichting ingevoerd te vermelden dat de betreffende aanbieding niet onder toezicht staat en dat voor de aanbieding geen vergunning- of prospectusplicht geldt (het zgn. “wild-west bordje”). Daarnaast is per 1 januari 2012 de vrijstellingsdrempel verhoogd. |
|
Een veel gebruikte vrijstelling betreft het aanbieden van effecten, beleggingsobjecten of deelnemingsrechten met een nominale waarde van tenminste EUR 50.000. Per 1 januari 2012 is de vrijstellingsdrempel verhoogd naar EUR 100.000.
Aanbieders van effecten die voor 1 januari 2012 gebruik maakten van een vrijstelling van de prospectusplicht waren niet verplicht te vermelden dat de AFM de prospectus niet had goedgekeurd. Bij gebruikmaking van bepaalde vrijstellingen in het kader van de aanbieding van beleggingsobjecten of rechten van deelneming in een beleggingsinstelling gold slechts een vormvrije vermelding. In de praktijk bleek dat (potentiële) beleggers zich vaak onvoldoende bewust waren van het feit dat de aanbieding niet onder regulier toezicht stond en dat er dus geen door de AFM getoetst prospectus of vergunning was.
Om een gelijk speelveld te bewerkstelligen tussen aanbiedingen van effecten, beleggingsobjecten en deelnemingsrechten en om een gelijkwaardig niveau van consumentenbescherming te krijgen is besloten bij gebruikmaking van een vrijstelling een verplichting in te voeren tot vermelding bij het aanbod, en in reclame-uitingen, dat de aanbieding niet onder toezicht staat en dat geen vergunning- of prospectusplicht geldt. Daarnaast is besloten dat dit geen vormvrije vermelding wordt, maar dat de AFM voorschriften zal vaststellen over de wijze waarop de vermelding moet worden gedaan. De Wet op het financieel toezicht is per 1 januari 2012 overeenkomstig aangepast.
De AFM heeft per 1 januari 2012 nadere regels gesteld aan vorm en inhoud van de vrijstellingsvermeldingen (middels wijziging van de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft). Het betreft een combinatie van een symbool met tekst en bij reclame via radio en televisie beeld- en geluidsfragmenten. Deze bestanden zijn te verkrijgen via de website van de AFM.
|
 |
|
|
| |
Europees- en Mededingingsrecht |
|
NMa beboet bestuurders van de Landelijke Huisartsen Vereniging |
|
| De NMa heeft aan de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een boete opgelegd omdat zij haar leden zou adviseren huisartsen te beperken in hun vrijheid om te kiezen waar zij zich vestigen. De NMa legt ook aan twee individuele functionarissen van de LHV een boete op. |
|
Aan de LHV legt de NMa een boete op van 7,7 miljoen Euro. De functionarissen worden verantwoordelijk gehouden voor de aanbevelingen van de LHV aan haar leden en krijgen boetes van respectievelijk 50.000 en 25.000 Euro.
Verzekeraars hebben aangegeven dat de aanbeveling van de LHV de eis van verzekeraars weerspiegelt dat huisartsen gesprekken aangaan met reeds gevestigde huisartsen voordat zij een nieuwe praktijk openen. Dit zou een mogelijk argument zijn om het besluit aan te vechten.
De NMa kan persoonlijke boetes opleggen tot 450.000 Euro en bekijkt steeds of naast ondernemingen ook betrokken personen kunnen worden beboet. Eerder zijn boetes van 150.000 tot 350.000 Euro opgelegd aan vijf medewerkers van Wegener. Ook zijn aan drie leidinggevenden van twee Limburgse bouwbedrijven boetes opgelegd van 10.000 tot 250.000 Euro.
Door een clementieverzoek in te dienen kunnen personen en bedrijven in ruil voor volledige medewerking en het bekennen van schuld boetevermindering of immuniteit krijgen. Bestuurders en werknemers profiteren mee van aan de onderneming verleende clementie. Aan een natuurlijk persoon verleende clementie beschermt de onderneming niet. Het is dus belangrijk met medewerkers heldere afspraken te maken om het bedrijf te informeren alvorens men naar de NMa stapt. |
 |
|
|
| |
Europees- en Mededingingsrecht |
|
Meer mogelijkheden voor kleine marktspelers om samen te werken |
|
| In de Mededingingswet is per 3 december 2011 opgenomen dat bedrijven die samen minder dan 10% van een markt in handen hebben onderlinge afspraken mogen maken zonder het verbod op mededingingsbeperkende afspraken te overtreden (de bagatelvrijstelling). Voorheen was dit percentage vastgesteld op 5% en gold daarbij ook het vereiste dat de gezamenlijke omzet niet meer mocht bedragen dan 40 miljoen Euro. |
|
Het verbod op mededingingsbeperkende afspraken geldt in beginsel voor iedere onderneming. Bedrijven die onder de bagatelvrijstelling vallen kunnen echter onderlinge afspraken maken zonder het verbod te overtreden, omdat hun afspraken geen merkbaar effect hebben op de mededinging. Een beroep op de bagatelvrijstelling zal uitsluitend mogelijk zijn voor afspraken die geen effect op interstatelijke handel kunnen hebben.
Deze versoepeling is vooral bedoeld om de positie van het midden- en kleinbedrijf te versterken. Het blijft echter van groot belang dat ook het midden- en kleinbedrijf bedacht is op het verbod op mededingingsbeperkende afspraken. Of ondernemingen onder de bagatelvrijstelling vallen, hangt vooral af van de afbakening van de relevante markt en niet van de omvang van het bedrijf. De recentelijk door de NMa opgelegde boetes aan tien Haagse glazenwassers (eenmanszaken) illustreren de noodzaak voor alle ondernemingen om te onderzoeken of de door hun gemaakte afspraken onder de bagateluitzondering vallen. |
 |
|
|
|
Fiscaal recht |
|
Voorkoming dubbele heffing erfbelasting binnen EU |
|
| Op 15 december 2011 heeft de Europese Commissie een aanbeveling aan alle lidstaten uitgevaardigd om de nationale wetgeving op het gebied van voorkoming van dubbele heffing van erfbelasting in lijn te brengen met de EU regels op het terrein van non-discriminatie en het vrije verkeer (de "Aanbeveling"). |
|
De Aanbeveling is nodig omdat niet in alle EU landen dezelfde grondslagen worden gehanteerd bij de heffing van erfbelasting. Bijvoorbeeld:
| - |
Nederland heft wanneer de erflater zijn laatste woonplaats in Nederland had of wanneer iemand met de Nederlandse nationaliteit binnen tien jaar na vertrek uit Nederland in het buitenland overlijdt; |
| - |
Frankrijk heft niet alleen omdat de erflater zijn laatste woonplaats in Frankrijk had, maar ook over alle Franse bezittingen wanneer de erflater buiten Frankrijk woonde en over al het vermogen verkregen door een in Frankrijk wonende erfgenaam; |
| - |
Spanje gaat uit van het beginsel dat erfbelasting mag worden geheven over alle Spaanse bezittingen, ongeacht waar de erflater woonachtig was, en over al het vermogen dat wordt verkregen door een in Spanje wonende erfgenaam. |
Op deze wijze kan het gebeuren dat een in Spanje wonende erfgenaam van een Nederlandse erflater die bezittingen had in Frankrijk, in drie landen erfbelasting moet betalen over dezelfde vermogensbestanddelen.
De Aanbeveling bevat regels om in dit soort situaties duidelijk te maken op welke wijze ieder land bij de heffing van erfbelasting rekening moet houden met de elders over hetzelfde vermogen geheven erfbelasting. Binnen drie jaar moeten alle landen van de EU dezelfde methoden hanteren bij het geven van voorkoming bij de heffing van erfbelasting.
|
 |
|
|
|
Fiscaal recht |
|
BTW correctie privégebruik auto |
|
| Gedurende het jaar mag de voorbelasting op de kosten van auto's die door een werkgever ter beschikking worden gesteld aan werknemers in aftrek worden gebracht. Jaarlijks moet een correctie gemaakt worden voor het privégebruik. In 2011 is hierover een belangwekkende uitspraak gedaan door de Rechtbank Haarlem. |
|
In de laatste aangifte omzetbelasting van het jaar 2011 moet de werkgever de BTW correctie voor het privégebruik van door de werkgever aan zijn werknemers ter beschikking gestelde auto's aangeven. Deze forfaitaire correctie bedraagt volgens de regelgeving van de belastingdienst tot en met 30 juni 2011 12% van de cataloguswaarde vermenigvuldigd met het percentage dat van toepassing is voor de bijtelling loonbelasting (25%, 14% of 0%). Deze percentages zijn gebaseerd op de CO2 uitstoot van de auto. Op grond van een uitspraak van de Rechtbank Haarlem van 1 juni 2011 is een onderscheid op basis van CO2 uitstoot niet toegestaan. Het percentage zou daarom voor alle auto's gelijk en even gunstig (0%) moeten zijn. Tegen de uitspraak is door de belastingdienst hoger beroep aangetekend. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank is per 1 juli 2011 de regelgeving aangepast. De forfaitaire correctie bedraagt sindsdien altijd 2,7% van de cataloguswaarde. Als aangifte wordt gedaan op basis van de voorgeschreven bepalingen, kan binnen 6 weken een bezwaarschrift worden ingediend tegen de betaling van de omzetbelasting of tegen de teruggaafbeschikking. Er kan ook voor worden gekozen om de correctie voor de eerste helft van 2011 achterwege te laten. De belastingdienst kan dan echter wel een naheffingsaanslag opleggen. Ook daar kan binnen 6 weken een bezwaarschrift tegen worden ingediend.
|
 |
|
|
|
Farma |
|
Nieuwe Beleidsregels Gunstbetoon Geneesmiddelenwet |
|
| Onlangs heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nieuwe beleidsregels vastgesteld met betrekking tot het begrip gunstbetoon als bedoeld in de Geneesmiddelenwet. Met ingang van 1 februari treden de nieuwe Beleidsregels Gunstbetoon Geneesmiddelenwet in werking en worden de oude beleidsregels op dit punt ingetrokken. |
|
De beslissing tot het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel moet zijn gebaseerd op gezondheidsbelangen. De kwaliteit van zo'n beslissing dient niet op onwenselijke wijze te worden beïnvloed door verkoopbevorderende activiteiten; de consument moet kunnen rekenen op objectieve voorlichting over en een integere keuze voor een bepaald geneesmiddel. Dit heeft geleid tot regelgeving over geneesmiddelenreclame, waaronder gunstbetoon. Onder gunstbetoon wordt verstaan het in het vooruitzicht stellen, aanbieden of toekennen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen met het kennelijke doelt het voorschrijven, ter hand stellen of gebruik van een geneesmiddel te bevorderen.
De Beleidsregels Gunstbetoon Geneesmiddelenwet zijn onder andere herzien om aan te sluiten bij recente wijzigingen in de Geneesmiddelenwet als gevolg waarvan voor verschillende beroepsgroepen voorschrijfbevoegdheid mogelijk is gemaakt. Alleen beroepsbeoefenaren met de bevoegdheid receptgeneesmiddelen voor te schrijven mogen gunstbetoon ontvangen.
De volgende vormen van gunstbetoon zijn toegestaan als is voldaan aan de vereisten uit de Geneesmiddelenwet en de Beleidsregels Gunstbetoon Geneesmiddelenwet:
a. de honorering van dienstverlening: het aanbieden of aannemen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen met een tegenprestatie door de beroepsbeoefenaar;
b. het verlenen en genieten van gastvrijheid;
c. het geven en ontvangen van geschenken: het aanbieden of aannemen van geld of op geld waardeerbare diensten of goederen zonder tegenprestatie door de beroepsbeoefenaar;
d. het aanbieden en aanemen van kortingen en bonussen.
|
 |
|
|
|
Gezondheidszorg |
|
Ziekenhuizen en ZBC’s: prestatiebekostiging zonder risico voor de overheid |
|
| In 2012 verandert er veel in de financiering van de ziekenhuiszorg. Doel van deze wijzigingen is te komen tot volledige prestatiebekostiging. Ofwel betaling voor (daadwerkelijk) geleverde zorg. Om de hieruit voortvloeiende kosten toch te kunnen blijven beheersen, wordt tegelijkertijd weer een nieuw beheersingsinstrument ingevoerd, het macrobeheersmodel instellingen (“MBI”). Dit is een generiek macrobeheersmodel waarbij alle ziekenhuizen en ZBC’s eenzelfde procentuele verrekening krijgen in het geval van een overschrijding van het door de Minister van VWS vooraf vastgestelde totale budget (voor 2012 EUR 16.634 miljoen). |
|
Het MBI gaat uit van een jaarlijks door de Minister van VWS vast te stellen macrokader voor instellingen voor medisch specialistische zorg. De gehele sector moet binnen dat macrokader blijven. Blijkt na afloop van het jaar sprake te zijn van een overschrijding van het macrokader, dan wordt deze overschrijding verrekend over alle instellingen. Deze zogenoemde generieke toepassing van het MBI heeft tot gevolg dat bij een overschrijding alle zorginstellingen deze overschrijding moeten terugbetalen, waarbij wordt gekeken naar de proportionele omzet van de individuele instelling in de totale omzet van alle instellingen samen. Dit betekent dat een individuele instelling die de overschrijding van het landelijke macrokader niet heeft veroorzaakt toch wordt gekort, en andersom dat een instelling met een sterke omzetstijging waarschijnlijk niet zijn totale “overschrijding” hoeft af te dragen.
Deze systematiek leidt tot onzekerheid voor ziekenhuizen en ZBC’s over de vraag of de productie die zij leveren op grond van de gemaakte productieafspraken wel volledig zal worden vergoed tegen het tarief dat zij daarvoor met de zorgverzekeraars zijn overeengekomen. Nu ziekenhuizen en ZBC’s geen inzicht mogen hebben in de omzet van hun concurrenten, is het dilemma waar ze voor staan: kiezen voor een “veilige” omzet of juist voor een grote overschrijding die vervolgens mogelijk deels door de concurrenten zal moeten worden “terugbetaald”. |
 |
|
|
|
Gezondheidszorg |
|
Zorgverzekeraars mogen samenwerken |
|
| De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft voorwaarden uiteengezet waaronder zorgverzekeraars gezamenlijk mogen optrekken bij het inkopen van zorg en het stellen van kwaliteitsnormen. De NMa erkent dat samenwerking in de zorg tot kwaliteitsverbeteringen kan leiden. De samenwerking moet echter aan strikte voorwaarden voldoen om geen overtreding van de mededingingsregels in te houden. |
|
De voorwaarden waaronder samenwerking in de zorg toegestaan is, zijn niet anders dan in andere sectoren. Echter, gezien het belang van kwaliteitsbevorderende samenwerking in de zorg heeft de NMa de regels voor deze sector verduidelijkt. De kern van de regels is dat de samenwerking noodzakelijk moet zijn om te zorgen dat bepaalde zorgaanbieders voldoende zorg leveren om aan minimumnormen te voldoen. De inkoop moet geschieden op basis van objectieve criteria en er mogen geen afspraken worden gemaakt die andere zorgverzekeraars uitsluiten.
Zorgverzekeraars mogen samenwerken bij het stellen van kwaliteitsnormen, mits deze wetenschappelijk gefundeerd zijn en onderschreven worden. Zorgverzekeraars mogen geen maximum kwaliteitsnormen hanteren.
De NMa beoogt hiermee zorgverzekeraars voldoende ruimte te geven om binnen de grenzen van de Mededingingswet kwaliteitsverbeteringen in de zorg te stimuleren. |
 |
|
|
|
Notariaat |
|
Vlot trekken woningmarkt: recht van bewoning?! |
|
| Gedurende het afgelopen half jaar volgden de initiatieven van de wetgever om de woningmarkt te flexibiliseren elkaar in rap tempo op. Tot nu toe lijkt dat niet het gewenste resultaat te hebben. Een idee is daarom wellicht om het recht van bewoning te rehabiliteren. |
|
De eerdere maatregelen die zijn genomen zijn onder meer de volgende. Ten eerste werd per 1 juli 2011 de overdrachtsbelasting (vooralsnog tijdelijk; tot 1 juli 2012) verlaagd naar 2 %. De meeste maatregelen hebben echter te maken met huurwoningen. Het overgrote deel van de huurwoningen in Nederland wordt verhuurd onder een bedrag van € 664,66 per maand. Dit bedrag wordt ook wel de liberalisatiegrens genoemd. De maximale huurprijs is gekoppeld aan de kwaliteit van de woning, het woningwaarderingsstelsel. Bij huur onder de liberalisatiegrens zijn huurders met een relatief laag inkomen gerechtigd tot huurtoeslag.
De hoogte van de huurtoeslag is voorts per 1 januari 2012 verlaagd. Daarnaast zal diegene die tien woningen of meer onder liberalisatiegrens verhuurt (woningcorporatie of niet) per 1 januari 2014 een eigen bijdrage moeten leveren aan de huurtoeslag. Per 1 oktober jl. heeft oud minister Donner het woningwaarderingsstelsel zo gewijzigd dat er voor huurwoningen in schaarste gebieden, zoals Amsterdam, een hogere huur gevraagd kan worden. Verder is de verkoop van woningen door woningcorporaties versoepeld per 1 november jl. en is er een kooprecht voor huurders van woningen van woningcorporaties in de maak. De resultaten daarvan moeten afgewacht worden.
Door de verlaging van de overdrachtsbelasting kan het echter interessant zijn om te kiezen voor het al langer bestaande maar wat in vergetelheid geraakte recht van bewoning in plaats van een huurovereenkomst. Voor het vestigen van het recht is een notariële akte benodigd en dient er overdrachtsbelasting betaald te worden over de totale huursom. Het voordeel voor een verhuurder ten opzichte van een huurovereenkomst is wel dat er geen sprake is van bescherming van de huurder. Op de einddatum van het recht weet de verhuurder zeker, mits de bepalingen van het recht van bewoning goed zijn opgesteld, dat de huurder de gehuurde woning verlaat en dat er tevens geen onderhuurders zijn wier positie wordt beschermd. In deze tijden is dat mogelijk een aantrekkelijke gedachte die de woningmarkt vlot kan trekken. |
 |
|
|
|
Ondernemingsrecht |
|
Rapport Monitoring Commissie Corporate Governance Code 2011 |
|
| Eind vorig jaar heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de Monitoring Commissie) haar derde rapport uitgebracht over de naleving van de Nederlandse Corporate Governance Code (de Code). Het algemene beeld omtrent de naleving van de Code door Nederlandse beursvennootschappen is volgens de Monitoring Commissie positief. Zo worden de principes en best practices door de beursfondsen op onderdelen bijna 100% toegepast. |
|
De Monitoring Commissie is kritisch ten aanzien van het feit dat de wetgever, door de grote aandacht vanuit de maatschappij en de politiek, de neiging heeft om bepalingen uit de Code snel over te hevelen naar de wet, waarbij de naleving van de codebepalingen niet wordt afgewacht. De snelheid waarmee het wetgevingsproces op gang komt kan ervoor zorgen dat overhaaste wetsvoorstellen worden ingediend. Als voorbeeld noemt de Monitoring Commissie het wetsvoorstel aanpassing en terugvordering van bonussen.
Daarnaast geeft de Monitoring Commissie als boodschap aan ondernemingen mee dat de uitleg van bepalingen uit de Code soms te wensen overlaat, terwijl het beginsel van 'comply or explain' daaraan juist ten grondslag ligt. In de praktijk kopiëren ondernemingen regelmatig elkaars uitleg of volstaan zij met een verwijzing naar een eigen regeling. De Monitoring Commissie geeft aan een dergelijke verwijzing naar een eigen regeling zonder nadere motivering vanaf volgend jaar te kwalificeren als niet-naleving.
Enkele conclusies van de Monitoring Commissie zijn:
| • | het respecteren van bestaande (belonings)afspraken is alleen acceptabel voor bestuurders die zijn benoemd vóór 2004; |
| • | als een bestuurder vrijwillig ontslag neemt is een vertrekvergoeding niet op haar plaats; |
| • | bij tijdelijke afwijking van de Code van langer dan één jaar zou de onderneming moeten uitleggen wanneer zij verwacht de Code (weer) toe te kunnen passen; |
| • | als het bestuur handelt conform de Code, is het niet respecteren door aandeelhouders van de door de bestuurders ingeroepen responstijd alleen in uitzonderlijke gevallen acceptabel; |
| • | er is geen vooruitgang geboekt in het aantal vrouwen in raden van commissarissen; |
| • | het verslag van de raad van commissarissen zou ten minste een beschrijving van het evaluatieproces, alle werkzaamheden en aandachtspunten en een aanwezigheidspercentage van de raad als geheel moeten bevatten. |
Het hele rapport is hier terug te vinden.
|
 |
|
|
|
Overheid en Vastgoed |
|
Bouwen in strijd met het bestemmingsplan, er is meer mogelijk! |
|
| In een recente uitspraak heeft de Raad van State op heldere wijze uiteen gezet wat de reikwijdte is van de bevoegdheid van een bestuursorgaan om een omgevingsvergunning te verlenen voor een bouwplan dat in strijd is met het bestemmingplan. Die mogelijkheden zijn ruimer dan wat grond van de Wet Ruimtelijke Ordening (artikel 19 lid 3 WRO) mogelijk was. |
|
Artikel 2.12 lid 1 onder a Wabo bepaalt in welke gevallen een vergunning voor een aanvraag voor een activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo (gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan) kan worden verleend. Wanneer sprake is van strijd met het bestemmingsplan, bestaat deze mogelijkheid onder meer in bij AMvB aangewezen gevallen, die genoemd worden in artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) (hierna: de Bijlage). Voorheen de "kruimelgevallenlijst".
In deze zaak was aan de orde of het betreffende bouwplan wel met toepassing van de Bijlage vergund had mogen worden. Want, zo werd onder meer betoogd: (i) die lijst is alleen van toepassing op planologisch ondergeschikte gevallen, (ii) het plan zag niet op één bijbehorend bouwwerk, (iii) de Bijlage ziet alleen op bouwen en niet op gebruiken in strijd met bestemmingsplan.
De argumenten van appellant worden door de Afdeling allemaal ter zijde geschoven, want: (i) planologische ondergeschiktheid is geen criterium (meer), maar thans gelden de voorwaarden als beschreven in de Bijlage (de functionele verbondenheid geldt als criterium, niet ondergeschiktheid), (ii) de Bijlage legt geen beperking op aan het aantal bijbehorende bouwwerken tot één en (iii) uit onder meer de wetsgeschiedenis van de Invoeringswet Wabo blijkt dat dat onder "gebruiken" in artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo ook moet worden begrepen bouwen en slopen van bouwwerken.
Al met al een belangwekkende uitspraak welke inzicht geeft in wat er onder de Wabo mogelijk is ten aanzien van bouwplannen die in strijd zijn met het bestemmingplan. De jurisprudentie met betrekking tot de WRO is niet één op één toepasbaar, maar er moet getoetst worden aan de voorwaarden uit de Bijlage.
Uiteraard is het voor onder andere bouwers en ontwikkelaars zeer wenselijk om onder de voorwaarden van de Bijlage te kunnen vallen om op die wijze ondanks strijd met het bestemmingsplan in aanmerking te komen voor een omgevingsvergunning. Omdat sommige bouwplannen ingrijpend kunnen zijn, kunnen gemeenten echter geneigd zijn dergelijke plannen niet te honoreren, ondanks dat de betreffende activiteit wel op de Bijlage staat. De definities en bepalingen uit de Wabo zijn daarbij bepalend. Een toets aan de vigerende regelgeving is van groot belang.
|
 |
|
|
|
Pensioen |
|
Besluiten DNB geven pensioenfondsen lucht |
|
| Op 6 januari jl. publiceerde DNB twee besluiten ter zake de evaluatie van kortetermijnherstelplannen, die door pensioenfondsen zijn ingediend in 2009. DNB staat pensioenfondsen toe een korting per 1 april 2013, te "maximeren" op 7%. Daarnaast corrigeert DNB de rentetermijnstructuur per einde 2011. |
|
Met name het maximeringsbesluit is op verschillende fronten opmerkelijk. De achtergrond van het besluit is volgens DNB gelegen in het tegengaan van langdurige onzekerheid over mogelijke inkomenseffecten bij de rechthebbenden. Dit lijkt op zichzelf tegenstrijdig nu bij de maximeringen slechts sprake is van uitstel. Aangezien eind 2013 wellicht opnieuw gekort moet worden, leidt dit mogelijk juist tot langduriger onzekerheid. Bovendien is de maximering facultatief. Hierdoor is onduidelijk wat de maximering feitelijk betekent. Het lijkt erop dat DNB niet zal gaan handhaven indien een op grond van het kortetermijnherstelplan verplichte korting wordt gemaximeerd op 7%. Het kan echter zeer wel zijn dat een pensioenfondsbestuur tot het oordeel zou moeten komen dat het geen gebruik maakt van de door DNB geboden maximeringsoptie. Per slot van rekening is het bestuur ervoor verantwoordelijk dat het fonds aan het einde van de wettelijke hersteltermijn beschikt over het minimaal vereist eigen vermogen.
Naast het maximeringsbesluit, schrijft DNB ook een andere rekenrente voor dan de gebruikelijke actuele swapcurve. Pensioenfondsen berekenen hiermee of zij in staat zijn om aan hun toekomstige verplichtingen te voldoen. DNB meent dat gelet op de uitzonderlijke omstandigheden en de gebrekkige liquiditeit op de interbancaire swapmarkt eind 2011 - mogelijk - een onjuiste prijsvorming heeft plaatsgevonden. Daarom heeft DNB besloten dat pensioenfondsen hun pensioenverplichtingen eind 2011 dienen te berekenen aan de hand van het gemiddelde van de swapcurve over de laatste drie maanden van 2011. Concreet gezegd leidt dit tot een hogere rekenrente en een hogere dekkingsgraad per ultimo 2011.
Deze twee besluiten leiden tot enige ademruimte in de pensioensector, maar deze ademruimte is niet voldoende om (verdere) kortingen volledig te voorkomen. Inmiddels is bekend dat in elk geval het ABP, het Pensioenfonds voor de Metalektro en het Pensioenfonds voor de Metaal & Techniek een korting per 1 april 2013 overwegen. Volgens de Pensioenfederatie hebben ca. 125 pensioenfondsen momenteel een voornemen tot korting per 1 april 2013.
|
 |
|
|
|
Privacy |
|
Strengere privacyregels |
|
| Begin december lekte het ontwerp voor een nieuwe Europese Privacyverordening uit. Als dit ontwerp wordt aangenomen, moeten bedrijven rekening houden met aanzienlijk strengere privacyregels en megaboetes voor datalekken, oplopend tot maar liefst 5% van de wereldwijde jaaromzet van een onderneming. |
|
De verordening beoogt de Europese Privacyrichtlijn uit 1995 te vervangen. Naar verwachting zal het twee tot drie jaar duren voordat de voorstellen definitief worden vastgesteld. Niettemin is het voor bedrijven raadzaam om deze overgangstijd goed te benutten.
Vroegtijdig zullen ondernemingen bij hun processen een privacy impact assessment moeten uitvoeren. Datalekken moeten, volgens het ontwerp, binnen 24 uur worden gemeld, zowel bij de toezichthouders als de betrokkenen. Met een ultieme sanctie van maximaal 5% van de wereldwijde jaaromzet in het vooruitzicht, zal privacy onvermijdelijk een serieus aandachtspunt worden.
|
 |
|
|
|
|
|
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen.
Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
|
|
|
|
| - |
| - |
Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam |
- |
|
- |
|
|