-   -   -   -
  Nieuwsbrief Van Doorne
 
December 2011 Nederlands  |  English  

. .
. Arbeidsrecht
. Europees en mededingingsrecht
. Intellectuele Eigendom
. Notariaat
. Ondernemingsrecht
. Overheid en Vastgoed
. Pensioen
. Privacy
Van Doorne Nieuwsbrief
 

 
  Arbeidsrecht   Geen automatisch einde van de arbeidsovereenkomst bij het bereiken van de
65-jarige leeftijd
 
Recent wees de voorzieningenrechter te Utrecht een interessant vonnis over de vraag of een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd op grond van het gebruik om op dat moment met pensioen te gaan of op grond van een binnen de onderneming bestaand gebruik.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martijn Burgers, Praktijkgebied Arbeidsrecht.  
Allereerst de feiten: een werknemer, die op 1 september 2011 de leeftijd van 65 jaar bereikt, wordt sindsdien niet meer tot het werk wordt toegelaten. Deze werknemer vordert in kort geding wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De werkgever stelt onder meer dat het dienstverband op grond van een algemeen gebruik van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, althans dat het dienstverband eindigt op grond van een binnen de onderneming bestaand gebruik.

De voorzieningenrechter gaat hier echter niet in mee: hij oordeelt dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet van rechtswege - dus zonder voorafgaande opzegging - eindigt zonder dat dit is overeengekomen. Alleen al hierom verwerpt de rechter de stelling van werkgever dat op grond van het gebruik de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Bovendien strandt het beroep van werkgever op het arrest van de Hoge Raad van 13 januari 1995 (Codfried/ISS). De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet uit dit arrest voortvloeit dat een arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Voorts wijst de rechter het beroep op het gebruik binnen de onderneming om met 65 met pensioen te gaan en niet door te werken, af. Bij de invulling van het in dat artikel genoemde ‘gebruik’ kan niet worden voorbijgegaan aan wat in de samenleving als geheel gebruikelijk is. Volgens de rechter is de maatschappelijke tendens onder invloed van de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd gericht op doorwerken na 65, zeker ook in functies zoals die van werknemer (verkoopdirecteur). De voorzieningenrechter wijst de wedertewerkstelling dan ook toe.

Al met al dus extra reden om zorgvuldig de arbeidsvoorwaarden van uw personeel te controleren op aanwezigheid van een pensioenontslagbeding. Gelet op de beoogde wetgeving luistert de formulering van een dergelijk pensioenontslagbeding nauw.
Naar boven

 
  Arbeidsrecht   Wet op de Europese ondernemingsraden gewijzigd  
Op 15 november 2011 is de Wijziging op de Wet op de Europese ondernemingsraden in werking getreden. Deze wijziging is het gevolg van een aanpassing van de Europese Richtlijn over de Europese ondernemingsraden.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martijn Burgers, Praktijkgebied Arbeidsrecht.  
Door deze wijziging wordt in de Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR) nader omschreven dat een Europese ondernemingsraad (EOR) tijdig geïnformeerd en geraadpleegd moet worden. Daarbij is van belang dat het proces van informatie en raadpleging qua volgtijdelijkheid zodanig wordt ingericht dat beïnvloeding van het besluit praktisch gezien nog mogelijk is. Nieuw is ook dat bij ingrijpende wijzigingen in de bedrijfsstructuur zoals een fusie, overname of splitsing verplicht moet worden heronderhandeld over een nieuwe EOR-overeenkomst, wanneer partijen hierover zelf niets hebben afgesproken.

Dit zijn enkele veranderingen die voortvloeien uit de aangepaste Europese EOR-richtlijn van 2009, ook wel de Herschikkingsrichtlijn genoemd. De eerste EOR-richtlijn, die in 1994 tot stand kwam is door Nederland uitgevoerd in de WEOR. De WEOR geldt sinds 1997 voor ondernemingen met ten minste 1.000 werknemers, van wie tenminste 150 werknemers in ten minste twee verschillende Europese lidstaten werkzaam zijn. De WEOR regelt dat werknemers bij grote Nederlandse multinationals met het bestuur een overeenkomst kunnen sluiten over de oprichting en het functioneren van een EOR. De EOR wordt door het bestuur geïnformeerd en geraadpleegd over grensoverschrijdende onderwerpen. Onder andere met het oog op bevordering van de effectiviteit van die informatie- en raadplegingsrechten werd in 2009 de Herschikkingsrichtlijn vastgesteld. Deze richtlijn is dus nu in de Wet op de Europese ondernemingsraden geïmplementeerd.
Naar boven

 
  Europees en mededingingsrecht   Van Doorne helpt Friese ziekenhuizen akkoord te krijgen voor fusie  
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft dit najaar alsnog ingestemd met een fusie tussen Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) en De Tjongerschans.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Sarah Beeston of Suzan Lap, Praktijkgebied Europees en mededingingsrecht.  
Met de fusie gaan twee van de vijf Friese ziekenhuizen samen. Daardoor kunnen zij gemakkelijker specialiseren en de kwaliteit van de zorg verhogen. Concentreren in de zorg kan de kwaliteit en spreiding faciliteren. Maar de goedkeuring van de NMa vergde in dit geval wel een zeer lange adem. Het duurde maar liefst anderhalf jaar.

Het MCL en De Tjongerschans meldden hun fusieplannen al in april 2010 bij de NMa. Zij gaven in hun melding aan dat er vrijwel geen overlap bestaat tussen hun activiteiten en geen sprake is van onderlinge concurrentie: de Friese patiënt bezoekt het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

De NMa meende echter dat er voldoende uitstroom van patiënten was om te stellen dat Friesland als één markt gezien moet worden en dat concentratie zou leiden tot het ontstaan van een partij op deze markt met een marktaandeel van 50% tot 60%. Zij besloot om die reden dat de ziekenhuizen een vergunning aan moesten vragen voor hun plannen.

Na een lang vergunningstraject heeft de NMa uiteindelijk aanvaard dat de concurrentiedruk tussen de twee ziekenhuizen beperkt is. De ziekenhuizen mogen daarom alsnog uitvoering geven aan hun fusieplannen.
Naar boven

 
  Intellectuele Eigendom   Nieuwe domeinnaamextensies in 2012  
Op dit moment bestaan er 22 generieke domeinnaam extensies (zoals .com en .org) en zo’n 250 landcode extensies (.nl en .co.uk). Dit verandert volgend jaar drastisch. Per 12 januari 2012 is het namelijk mogelijk voor bedrijven om een merk als gTLD (domeinnaam extensie) te registreren.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Remco van Leeuwen of Herwin Roerdink, Praktijkgebied Intellectuele Eigendom.  
Met deze nieuwe mogelijkheid, kan een onderneming ervoor kiezen om de domeinnaam ‘domeinnaam.merk’ in plaats van ‘domeinnaam.com’ te registreren. Ook kan een generiek woord als domeinnaamextensie worden geregistreerd, bijvoorbeeld ‘.legal’ of ‘.bank’. Zelfs niet-Latijnse tekens kunnen als domeinnaamextensie gaan dienen. De uitbreiding van domeinnaamextensies kan voor een onderneming niet alleen van belang zijn voor het uitbreiden van merkbekendheid, maar ook voor het beveiligen van haar internetdomein en het verbeteren van interactie met bezoekers.

Merkhouders kunnen tot 12 april 2012 een verzoek tot inschrijving indienen. Aanmelding kan via de website van de organisatie die domeinnamen uitgeeft, Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN). Daarna sluit de termijn en begint evaluatie van inschrijvingen en eventuele bezwaren van derden. Beschrijvende merken kunnen daarbij problematisch zijn (denk aan .apple voor computers of de appelindustrie). Als een domeinextensie mogelijk inbreukmakend is, kan hiertegen binnen zeven maanden bezwaar worden gemaakt.

Als deze fase is afgesloten, volg de keuze van het gedeelte van de domeinnaam vóór de extensie (denk aan vandoorne.extensie). Om eventueel merkmisbruik van dat deel tegen te gaan, kunnen merkhouders hun merk centraal registreren, om vervolgens tijdens de zogeheten sunrise periode op te treden tegen merkinbreuk van dat deel van de domeinnaam. Dit is geen verplichting, maar voorkomt dat men in dergelijke gevallen niet gebruik hoeft te maken van de reguliere bezwaarprocedure.
Naar boven

 

 
Notariaat
 
Meer openheid met het in te voeren digitaal centraal aandeelhoudersregister
 
De Tweede Kamer heeft voorgesteld over te gaan tot invoering van een digitaal centraal aandeelhoudersregister voor besloten vennootschappen en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen (de "vennootschappen"). Het digitaal centraal aandeelhoudersregister dient onder meer ter voorkoming van financieel-economische criminaliteit, zoals faillissements- of belastingfraude.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Anne-Lize van Dusseldorp, Praktijkgebied Notariaat.  
Centraal aandeelhoudersregister
Ter bestrijding van misbruik van en met vennootschappen, wenst met een centraal aandeelhoudersregister in te voeren. Het bestuur van de vennootschappen dient gegevens die van belang zijn voor de rechtstoestand van de aandelen bij te houden in een openbaar aandeelhoudersregister, zoals gegevens van houders van aandelen, certificaathouders en de houders van de rechten van pand en vruchtgebruik op aandelen. Verder zal er een aantekening worden gemaakt in geval van executoriaal- of conservatoir beslag op aandelen.

Vindplaats
Een dergelijk register kan worden geïntegreerd in het Handelsregister, zoals wordt bijgehouden door de Kamers van Koophandel.

Mate van toegankelijkheid tot het register
Uit privacyoverwegingen zou een digitaal centraal aandeelhoudersregister alleen toegankelijk moeten zijn voor een beperkte groep personen en overheidsinstanties, bijvoorbeeld het bestuur van de vennootschap, het notariaat en fiscale en justitiële opsporingsdiensten. Hier is vooralsnog geen duidelijkheid over.

De rol van de notaris
De notaris zal beter en vooral efficiënter inzicht krijgen in het onderzoek naar eigendomsrechten, beperkte rechten, beslagleggingen en dergelijke. Mede gezien de afschaffing van het preventief toezicht op vennootschappen door middel van een verklaring van geen bezwaar, kan de notaris een betere poortwachtfunctie vervullen door inzage in een digitaal centraal aandeelhoudersregister.
Naar boven

 

 
Notariaat
 
De Geefwet onderdeel van Belastingplan 2012
 
De Geefwet als onderdeel van het Belastingplan 2012 is op 17 november 2011 aangenomen door de Tweede Kamer en introduceert meerdere fiscale maatregelen om het geefgedrag van particulieren en bedrijven verder te stimuleren en het ondernemerschap van de algemeen nut beogende instellingen (ANBI's) te bevorderen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Saskia Laseur, Praktijkgebied Notariaat.  
Allereerst is er een zogenaamde multiplier ingesteld voor giften aan culturele instellingen. Deze resulteert erin dat er 25% meer in aftrek mag worden gebracht dan de daadwerkelijke gift. Wel geldt er een maximum van € 1250,- extra belastingaftrek.

Daarnaast is de wens van het Kabinet dat ANBI's zich commerciëler en ondernemender opstellen. Daarom is aangekondigd dat ANBI's meer ruimte krijgen om eigen inkomsten te genereren. Dit zal verder worden uitgewerkt in nadere regelgeving.

Ook bevat het wetsvoorstel een mogelijkheid om éénmalig giften af te trekken die worden gedaan aan steunstichtingen van sociaal belang behartigende instellingen (SBBI's) Voorbeelden van SBBI's zijn o.a.: muziek- en sportverenigingen, jeugdclubs en hobbyorganisaties.

Ten slotte is er een ruimere giftenaftrek in de vennootschapsbelasting. Deze wordt verhoogd van 10% naar maximaal 50%. De drempel van € 227,- vervalt en het totaal aan aftrekbare giften mag niet meer dan € 100.000,- bedragen.

Voor rechtspersonen met een algemeen belang die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting geldt dat de winstgrens wordt verdubbeld naar
€ 15.000,-, met een maximum van € 75.000,- over vijf jaar.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer staat gepland op 12 en 13 december 2011.
Naar boven

 

 
Ondernemingsrecht
 
Reparatiewet beperking aantal functies
 
Naar verwachting zal op 1 januari 2012 de Wet Bestuur en Toezicht in werking treden (zie ook nieuwsbrief augustus 2011 en nieuwsbrief maart 2010). Deze wet zal onder meer het aantal functies dat een persoon tegelijkertijd mag bekleden beperken. Vanwege enkele onduidelijkheden in deze regeling is op 26 september 2011 een ontwerp reparatiewet verschenen. De voorgestelde reparatiewet geeft echter opnieuw aanleiding tot discussie. Niet alleen VNO-NCW en MKB Nederland zijn kritisch, ook een aantal Tweede Kamer fracties heeft inmiddels vragen ingediend.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Roos van Waaij, Praktijkgebied Ondernemingsrecht.  
Kort gezegd komt de regeling in de Wet Bestuur en Toezicht er op neer dat een bestuurder zijn functie mag combineren met maximaal twee commissariaten (geen voorzitterschap) en een commissaris maximaal vijf commissariaten mag hebben (waarbij een voorzitterschap dubbel telt).

Om te bewerkstelligen dat stichtingen met een charitatieve, culturele of kerkelijke doelstelling van de regeling zijn uitgezonderd, bevat de reparatiewet de aanscherping dat de regeling geldt bij de benoeming van bestuurders en toezichthouders van een stichting die niet alleen ‘groot’ is, maar ook jaarrekeningplichtig. Deze jaarrekeningplicht bestaat voor ‘commerciële’ stichtingen met een bepaalde omzet en stichtingen die zijn onderworpen aan bijzondere jaarrekeningregels, bijvoorbeeld op grond van de Pensioenwet, het Besluit beheer sociale-huursector of de Regeling verslaggeving WTZi. Onder andere pensioenfondsen, ziekenhuizen, woningcorporaties en onderwijsinstellingen die aan deze criteria voldoen kunnen dus te maken krijgen met de beperking van het aantal functies. De vraag waarom deze beperking van het aantal functies niet geldt voor coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen (zoals Rabobank, Campina, Achmea e.a.) blijft echter onbeantwoord.

Ook met de reparatiewet blijft het lastig om te vast te stellen of een bestuurder of commissaris al dan niet het maximale aantal functies overschrijdt. De hierboven gemelde aanscherping ziet slechts op de benoeming van bestuurders en toezichthouders bij stichtingen. De artikelen van de Wet Bestuur en Toezicht die zien op de benoeming van bestuurders en commissarissen bij N.V.’s of B.V.’s zijn ongewijzigd gebleven en daardoor is de vraag opgekomen of bij die benoemingen, functies bij ‘grote’ maar niet-jaarrekeningplichtige stichtingen meegeteld moeten worden of niet. Voorts geldt dat bij het tellen van functies gekeken moet worden naar ‘grote’ N.V.’s, B.V.’s of stichtingen. Om vast te stellen of een dergelijke rechtspersoon ‘groot’ is zal gekeken worden naar de jaarrekening, maar onduidelijk is welke jaarrekening. Is dat de laatst vastgestelde jaarrekening of de opgemaakte maar nog niet vastgestelde jaarrekening? De geconsolideerde jaarrekening van het concern of de jaarrekening van de rechtspersoon op zelfstandige basis?

De behandeling van de reparatiewet in de Tweede Kamer lijkt door de gestelde vragen vertraging op te lopen. De beoogde datum van inwerkingtreding van de reparatiewet is (nog) niet bekend.
Naar boven

 

 
Overheid en Vastgoed
 
Gewijzigde bouwregels voor extra studentenkamers
 
Minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 17 november 2011 aangekondigd de kamernood onder studenten aan te pakken met een Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting 2011 tot 2016 (LAS). Het plan voorziet in de verruiming van de mogelijkheden om tijdelijk af te wijken van een geldend bestemmingsplan.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Cees Kniestedt of Rozemarijn Fledderus-Ezinga, Praktijkgebied Overheid en Vastgoed.  
In het LAS is vastgelegd dat het ministerie van BZK zich inspant om de tijdelijke ontheffingsmogelijkheid van bestemmingsplannen van 5 naar 10 jaar te verlengen. De idee is dat op deze manier (overtollige) kantoorruimten beter kunnen worden ingezet voor tijdelijke studentenhuisvesting.

Momenteel is de tijdelijke ontheffing gebonden aan een termijn van 5 jaar. Middels een omgevingsvergunning kan een tijdelijke ontheffing voor het afwijken van een bestemmingsplan worden verleend (artikel 2.12 lid 2 Wabo jo. 5.18 Bor). Na afloop van de termijn van 5 jaar is verlenging daarvan niet mogelijk. Het gevolg is dat de vergunninghouder na ommekomst van deze periode alles weer in de toestand van vóór de vergunningverlening moet terugbrengen. Voor veel eigenaren was dit reden om van het hele initiatief af te zien. De verruiming van de instandhoudingstermijn kan hier wellicht verandering in brengen.

Overigens is nog niet duidelijk of de verlenging van de ontheffingsmogelijkheid van 5 naar 10 jaar slechts zal gelden voor tijdelijke (studenten)huisvesting. Omdat de ontheffingstermijn van 5 jaar in de praktijk vaak te kort is gebleken, zouden wij het toejuichen wanneer de ontheffing ook zal gaan gelden voor andere doeleinden.
Naar boven

 

 
Overheid en Vastgoed
 
Sancties bij ontbreken energieprestatiecertificaat
 
EU-lidstaten worden per 1 januari 2013 verplicht sancties te treffen als er bij de overdracht of verhuur van een woning of utiliteitsgebouw geen energieprestatiecertificaat wordt overhandigd. Een wetsvoorstel daartoe is in voorbereiding.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Michelle van Zanten, Praktijkgebied Overheid en Vastgoed en Notariaat.  
Het energieprestatiecertificaat bevat een energieprestatielabel dat aangeeft hoeveel energie een woning verbruikt. Het energieprestatiecertificaat dient bij de overdracht of verhuur van een woning door de verkoper aan de koper of huurder te worden overhandigd. Het label is daarnaast verplicht bij verkoop en verhuur van utiliteitsgebouwen zoals kantoren, scholen, fabrieken en ziekenhuizen.

Sinds de invoering van het energielabel in 2008 beschikt circa 24% van de woningvoorraad en 2,5% van de utiliteitsgebouwen over een energieprestatiecertificaat (opgave eind 2010).

Door het ontbreken van sancties wordt er in de praktijk vaak geen energieprestatiecertificaat overhandigd. De verplichting voor EU-lidstaten om (alsnog) sancties te treffen vloeit voort uit de herziening van de Europese richtlijn energieprestatie gebouwen (richtlijn 2002/91/EC (EPBD, 2003)).

Volgens informatie van de rijksoverheid zijn sancties in voorbereiding en worden deze uiterlijk per 1 januari 2013 ingevoerd. De verwachting is echter dat dit al medio 2012 zal zijn.

Uit een brief van 23 december 2010 van Minister Donner aan de Tweede Kamer volgt aan welke sancties wordt gedacht. Bij het ontbreken van een energieprestatiecertificaat zou de transportakte niet ingeschreven kunnen worden in het kadaster zodat de eigendom niet overgaat. Bij verhuur van een utiliteitsgebouw of van geliberaliseerde woonruimte zou een deel van de huurprijs niet verschuldigd zijn zolang geen energieprestatiecertificaat is overhandigd.

Wij zullen u nader informeren zodra een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer is ingediend.

Voor vragen over het energieprestatiecertificaat/energieprestatielabel kunt u contact met ons opnemen.
Naar boven

 

 
Pensioen
 
Uitgelekt White Paper leidt tot nieuwe inzichten in Europa's pensioenbeleid
 
De onlangs uitgelekte concept-White Paper van de Europese Commissie biedt een nieuwe kijkje in de keuken als het aankomt op het Europees pensioenbeleid en geldt als het vervolg op het in de zomer van 2010 gepubliceerde Groenboek.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Albert van Marwijk Kooy of Jorn de Bruin, Praktijkgebied Pensioen.  
De Commissie stelt dat een goed werkend pensioenstelsel van elementair belang is voor het sociale en economische succes van Europa. De primaire verantwoordelijkheid voor pensioenen blijft volgens de Commissie weliswaar bij de lidstaten van de Europese Unie liggen, maar tegelijkertijd wordt een actielijst van 25 punten voorgesteld waarop de Commissie actie zal ondernemen.

De White Paper heeft als doel het garanderen van toereikende, duurzame en veilige pensioenen in EU-breed perspectief. De Europese Commissie stelt dat dit doel bereikt kan worden door het verhogen van de arbeidsmarktparticipatie van zowel mannen als vrouwen. Meer concreet houdt dit in: de pensioenleeftijd koppelen aan een hogere levensverwachting, de mogelijkheden om met vroegpensioen te gaan (verder) beperken en het hanteren van eenzelfde pensioenleeftijd voor vrouwen als voor mannen.

De Commissie zal in dit kader het pensioenbeleid van de lidstaten nauwlettend monitoren en de advisering terzake pensioenhervormingen financieel en communicatief ondersteunen. Daarnaast zal zij in 2013 aanbevelingen publiceren waarin wordt toegelicht hoe lidstaten (de behoefte aan) vroegpensioenregelingen kunnen tegengaan en hoe lidstaten kunnen omgaan met de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Terzake de tweedepijlerpensioenen is de Commissie van plan om in 2012 de IORP-richtlijn tegen het licht te houden. Ook zal de Commissie in 2012 initiatieven ontwikkelen om werknemers effectiever te beschermen in geval van een faillissement van werkgever. Bovendien zal de Commissie in samenwerking met sociale partners en de betrokken pensioenkoepels een Europese versie van de ‘Principes’ opstellen (de 'Code of Good Practice for Occupational Pension Schemes'). Daarnaast zal de Commissie in 2012 een gewijzigd voorstel naar buiten brengen voor de portability-richtlijn.

Het blijft voorlopig gissen of alle 25 punten concreet uitgewerkt gaan worden, maar zeker is wel dat er de komende jaren meer uit Brussel op het programma staat.
Naar boven

 

 
Privacy
 
Strengere regels bij online zakendoen met consumenten
 
Op 10 oktober jl. is de EU Richtlijn Consumentenrechten aangenomen. Door deze nieuwe richtlijn krijgen web winkeliers meer informatieplichten. Ook moeten zij rekening houden met een uitgebreider herroepingsrecht bij B2C transacties.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen Elisabeth Thole, Praktijkgebied Privacy.  
Als een consument een product online koopt, heeft hij nu al een herroepingsrecht. Dit houdt in dat de consument een bedenktijd heeft om na te gaan of het product hem bevalt. Als dit niet zo is, kan hij de bestelling zonder opgave van redenen retourneren. Momenteel is de bedenktijd zeven werkdagen, maar dit wordt veertien kalenderdagen door de nieuwe richtlijn. Wanneer de web winkelier niet informeert over het herroepingsrecht, wordt de bedenktijd in de toekomst zelfs één jaar.

Naast het herroepingsrecht breidt de nieuwe richtlijn ook de informatieplichten van web winkeliers uit, onder meer over de bezorgtijd van producten en een eventuele klachtenprocedure. Verder wordt het verboden om de consument voor het gebruik van de creditcard meer te laten betalen, dan de kosten die de web winkelier zelf daarvoor moet maken.

Voor wie online zaken doet met consumenten is het goed om nu al rekening te houden met nieuwe regels bij het inrichten van de website, ook al moet de richtlijn eerst nog worden omgezet in het nationale recht van de lidstaten.
Naar boven

 
 
 
 
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen. Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
 
 
Privacy
© Van Doorne N.V., 2011
 
 -
 - Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam
 -
-

t: +31 (0)20 6789 123
f: +31 (0)20 7954 589
e: nieuwsbrief@vandoorne.com
w: www.vandoorne.com
Van Doorne N.V.