-   -   -   -
  Nieuwsbrief Van Doorne
 
Augustus 2011 Nederlands  |  English  

. .
. Arbeidsrecht
. Europees en Mededingingsrecht
. Farma
. Gezondheidszorg
. Media en Entertainment
. Notariaat
. Ondernemingsrecht
. Onderwijs
. Privacy
. Proces en Verzekeringsrecht
Van Doorne Nieuwsbrief
 
 
  Arbeidsrecht   Smartphone: communicatiemiddel of computer?  
Het onderscheid tussen een communicatiemiddel en een computer is van belang om vast te stellen of er al dan niet loonbelasting verschuldigd is. Er is geen loonbelasting verschuldigd als het communicatiemiddel voor meer dan 10% zakelijk wordt gebruikt terwijl de computer voor 90% of meer zakelijk moet worden gebruikt. Vanwege de technische ontwikkelingen is het onderscheid tussen een communicatiemiddel en een computer niet altijd even duidelijk. In het besluit van 5 juli 2011 heeft de staatssecretaris van Financiën het begrip communicatiemiddel nader toegelicht.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Barbara Voermans of Linda Jansen, Praktijkgebied Arbeidsrecht.  

In het herziene besluit van de staatssecretaris van Financiën (besluit van 5 juli 2011, nr. BLKB2011/618M) wordt het onderscheid tussen communicatiemiddelen en computers e.d. nader toegelicht. Het onderscheid is van belang om vast te stellen of er sprake is van een onbelaste vergoeding of verstrekking. Voor communicatiemiddelen geldt dat bij een zakelijk gebruik van meer dan 10% de vergoeding of verstrekking onbelast is. Voor computers e.d. dient het zakelijke gebruik ten minste 90% of meer te bedragen wil er sprake zijn van een onbelaste vergoeding of verstrekking. Mede gelet op de ontwikkelingen op het gebied van smartphones, iPads e.d. is in het besluit een praktische regeling opgenomen om vast te stellen wanneer er sprake is van een communicatiemiddel of een computer.

Volgens het besluit kwalificeert een zogenaamde smartphone als een communicatiemiddel indien het beeldscherm een diagonaal heeft van niet meer dan 17,78 cm. Het beeldscherm en de invoermogelijkheden bij dergelijke apparaten zijn dan te beperkt voor langdurig gebruik als computer. Een werkgever kan aannemelijk maken dat een apparaat met een groter scherm toch een communicatiemiddel is. Pocket-pc's, mininotebooks, netbooks,
e-readers en navigatieapparatuur vallen niet onder het begrip communicatiemiddel. Deze apparatuur valt onder de regeling voor computers e.d.

Naar boven

 
  Arbeidsrecht   Golden parachutes en de stamrechtvrijstelling  
Een ontslagvergoeding kan door de werknemer in de vorm van een stamrecht worden ontvangen. Hierdoor wordt uitstel van belastingheffing gerealiseerd. Volgens de Belastingdienst kan een golden parachute die in de arbeidsovereenkomst is opgenomen als een recht op een eenmalige uitkering, niet als stamrecht worden uitgekeerd op het moment van ontslag.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Barbara Voermans of Linda Jansen, Praktijkgebied Arbeidsrecht.  

Een stamrecht is een recht op periodieke uitkeringen. Een stamrecht kan onder toepassing van de stamrechtvrijstelling onbelast worden uitbetaald, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet op de loonbelasting 1964. Een van de voorwaarden stelt dat het stamrecht moet dienen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Toepassing van de stamrechtvrijstelling heeft tot gevolg dat niet de ontslagvergoeding is belast maar de periodieke uitkeringen die te zijner tijd worden ontvangen door de werknemer (of andere begunstigde). Door toepassing van de stamrechtvrijstelling kan een werknemer belastingheffing over de ontslagvergoeding uitstellen. Uitstel is mogelijk tot het jaar waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikt dan wel bij zijn overlijden als dit eerder is.

Volgens de Belastingdienst kan de stamrechtvrijstelling niet worden toegepast als in de arbeidsovereenkomst een recht op een eenmalige uitkering bij ontslag, een zogenaamde golden parachute, is bedongen. De Belastingdienst is van mening dat in een dergelijke situatie niet wordt voldaan aan het 'vervangingsvereiste' omdat het stamrecht niet het te derven loon vervangt maar de aanspraak op de eenmalige ontslaguitkering. Deze aanspraak vervangt het te derven loon.

Hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij het standpunt van de Belastingdienst, is het zinvol om de afspraken in een arbeidsovereenkomst over een ontslagvergoeding zodanig te formuleren dat de omvang van de vergoeding vaststaat maar nog niet de vorm van de vergoeding. De vorm van de vergoeding (eenmalige uitkering of stamrecht) dient dan te worden vastgesteld als het mogelijke ontslag zich voordoet. Voor bestaande situaties is het van belang de huidige formulering na te lopen en indien nodig aan te passen voordat het voortijdige ontslag zich voordoet.

Naar boven

 
  Europees en Mededingingsrecht   Europees Parlement stemt in met nieuwe Consumentenrichtlijn  
In navolging van de lidstaten heeft het Europees Parlement op 23 juni jl. ingestemd met de nieuwe Consumentenrichtlijn.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Sarah Beeston of Friederike van der Jagt, Praktijkgebied Europees en Mededingingsrecht.  

De nieuwe Consumentenrichtlijn beoogt meer coherentie te brengen in de regels omtrent consumentenrecht en zal de Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en de Richtlijn 1997/7/EG van het Europees Parlement en de Raad vervangen. De nieuwe richtlijn wijzigt onder andere de informatieverplichtingen van verkopers en het herroepingsrecht van de consument bij online aankopen. Hierdoor zal het makkelijker worden voor consumenten om grensoverschrijdende aankopen te doen. Een van de belangrijkste veranderingen voor de consument is de verlenging van de zogenaamde herroepingstermijn. Momenteel hebben consumenten na een online aankoop zeven werkdagen de tijd om de koop kosteloos ongedaan te maken. Deze termijn wordt verlengd naar veertien kalenderdagen.

De volgende stap in het traject is de formele goedkeuring door de Raad van Ministers, die naar verwachting eind deze maand zal plaatsvinden. Vervolgens zal de Richtlijn worden gepubliceerd. Daarna zullen de lidstaten de Richtlijn - vermoedelijk vóór eind 2013 - om moeten zetten in nationale regelgeving.

Ook op nationaal vlak is er aandacht voor het consumentenrecht. Onlangs kondigde minister Verhagen aan dat bij de nieuwe toezichthouder, die zal ontstaan uit de fusie van de Consumentenautoriteit, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), het belang van de consument centraal zal staan.

Naar boven

 

 
Farma
 
Geneesmiddel voor ongeneeslijk zieke zoons terecht geweigerd
 
De voorzieningenrechter in Amsterdam heeft onlangs de vordering van de ouders tot het verstrekken van het geneesmiddel Ataluren voor de behandeling van hun zoons, die leiden aan de ziekte van Duchenne, afgewezen. Verdere verstrekking van het geneesmiddel is in strijd met de Geneesmiddelenwet.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ricardo Dijkstra, Praktijkgebied Farma.  

PTC heeft het geneesmiddel Ataluren, waarvoor in Nederland geen handelsvergunning is verleend of aangevraagd, ontwikkeld. PTC heeft onderzoek verricht naar de werkzaamheid en veiligheid van dit geneesmiddel bij patiënten met de ziekte van Duchenne. De zoons - die lijden aan deze progressief verlopende, ongeneeslijke ziekte, die het spierweefsel aantast en waaraan de meeste patiënten reeds voor hun dertigste sterven - hebben aan dit onderzoek deelgenomen. Op instigatie van een onafhankelijke commissie heeft PTC het onderzoek voortijdig gestaakt, omdat het effect van het geneesmiddel niet zou zijn aangetoond. De ouders van de zoons hebben daarop gevorderd dat PTC dan wel Genzyme - mede verantwoordelijk voor de Europese markt - het geneesmiddel zou blijven verstrekken.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat PTC en Genzyme de verdere verstrekking van het geneesmiddel Ataluren terecht hebben geweigerd. Het is namelijk verboden geneesmiddelen zonder handelsvergunning in het verkeer te brengen, tenzij een van de uitdrukkelijk genoemde uitzonderingen van toepassing zou zijn. Van die uitzonderingen op de hoofdregel dient terughoudend gebruik te worden gemaakt. Meer in het bijzonder overweegt de voorzieningenrechter dat de "compassionate use" uitzondering (voor schrijnende gevallen) niet aan de orde is, omdat aan de voorwaarden van die uitzondering niet is voldaan (er is geen handelsvergunning aangevraagd en er lopen geen klinische proeven in Europa). Ook aan de voorwaarden voor de specialty (named patient) uitzondering is niet voldaan, omdat het geneesmiddel niet wordt bereid volgens de specificaties en op initiatief van een arts en het geneesmiddel evenmin in een ander land in de handel is. De zorgvuldig en strikt geformuleerde uitzonderingen in de Geneesmiddelenwet laten kortom geen ruimte voor een verdere afweging van belangen, hoe zwaarwegend de belangen bij een mogelijke verhoging van de kwaliteit van leven van de zoons ook zijn.

Naar boven

 

 
Gezondheidszorg
 
Beheersmodel Medisch Specialisten
 
Recent heeft de NZa haar verantwoordingsdocument Invoering prestatiebekostiging medisch specialistische zorg gepubliceerd waarin zij onder meer ingaat op de komende regelgeving ten aanzien van de bekostiging van medisch specialisten.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Willemien Bischot of Dimitri van Hoewijk, Praktijkgebied Gezondheidszorg.  

In het verantwoordingsdocument gaat de NZa onder andere dieper in op de eis dat bij een ziekenhuis toegelaten vrij gevestigde specialisten zich moeten verenigen in een collectief om ook na 1 januari 2012 te mogen blijven declareren via het ziekenhuis. Dit zogenaamde "via-declareren" is een belangrijk criterium voor de vrijgevestigde medisch specialist om aangemerkt te worden als fiscaal vrije ondernemer.

Voor zover vrij gevestigde medisch specialisten nog geen collectief hebben opgericht is van belang om hier snel een start mee te maken. 1 januari 2012 lijkt nog ver weg, maar naast het oprichten van een collectief zullen de medisch specialisten onderling overeenstemming moeten bereiken over verdeling van het omzetplafond en honoraria en met de raad van bestuur van het ziekenhuis verdeel- en productieafspraken moeten maken.

Wij zijn met de Orde van mening dat de maatschap en de coöperatie de optimale rechtsvormen zijn voor het collectief. De keuze tussen een maatschap of een coöperatie is afhankelijk van de specifieke situatie bij ieder ziekenhuis. Met name vragen omtrent eventuele fondsvorming binnen het collectief en de mogelijkheden tot beperking van de aansprakelijkheid van de medisch specialisten spelen daarbij een rol. Mogelijk kan een bestaande coöperatie of stafmaatschap worden aangepast om te fungeren als vehikel voor het collectief, maar ook dan zal het verdelingsmodel - of nu wordt gekozen voor verdeling op basis van een benchmark, werklastmeting of een combinatie - helder en bindend in de statuten, maatschapsovereenkomst of aparte ledenovereenkomst moeten worden verankerd. Verder is het aan te bevelen om het collectief zo in te richten dat wordt voorzien in een gestroomlijnd beslissingsproces waarbij alle aangesloten specialisten via hun maatschap of BV in het collectief kunnen participeren, zonder dat bijvoorbeeld een kleine minderheid het besluitvormingsproces kan frustreren.

Naar boven

 

 
Gezondheidszorg
 
Aankondiging Prinsjesdagseminar: "Verdeel en heers" óf "Verdeel of heers": that's the question. De visie van een verzekeraar en het veld op het concentreren en spreiden van zorg.
 
Natuurlijk organiseert de Gezondheidsgroep van Van Doorne ook dit jaar weer een Prinsjesdagseminar, waarin een actueel thema dat de zorgsector bezighoudt centraal staat. Hoe kan het anders dan dat de keuze bij het bepalen van het onderwerp dit keer is gevallen op het spreiden of concentreren van zorg. Wat is daarbij de beste keuze: "Verdeel en heers" óf "Verdeel of heers"?
 
Voor meer informatie of aanmelding kunt u contact opnemen met Paula Boshouwers, Praktijkgebied Gezondheidszorg.  

Het is een van de vraagstukken waar de Nederlandse zorgsector op dit moment mee te maken heeft, "uitgelokt" door van overheidswege opgelegde bezuinigingsmaatregelen enerzijds en kwalitatieve argumenten anderzijds. Welke keuze moet een zorgaanbieder maken? Op welke gebieden optimaliseer je de zorg? Minimaliseer je de kosten door te kiezen voor concentratie of biedt spreiden juist de beste oplossing?

Het vraagstuk over spreiding en concentratie van zorg speelt in alle zorgsectoren. In de AWBZ kan bijvoorbeeld gedacht worden aan (de organisatie rond) het aanbieden van WMO-zorg. De ziekenhuissector staat vooral stil bij de vraag of alle zorg (zelfstandig) geleverd moet worden of dat de kracht zit in het maken van keuzes of zoeken van samenwerking.

Naar boven

 

 
Media en Entertainment
 
Meer duidelijkheid over regels format bescherming
 
In een uitspraak van begin juli 2011 heeft het Hof Amsterdam regels geformuleerd over wanneer televisieprogramma- en film formats beschermd zijn. Aanleiding was een geschil over de speelfilms en televisieseries over de familie Flodder, die in de jaren '80 in Nederland populair waren.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Kriek Wille, Praktijkgebied Media en Entertainment.  

Het nog vrij recente succes van het televisieprogramma The Voice of Holland, waarvan de rechten aan diverse landen buiten Nederland is verkocht, leert hoe waardevol een goed format kan zijn. Maar een format kan alleen verzilverd worden, als er (auteurs-)rechten op rusten. En dat is niet bij alle formats het geval.

Een format is een idee voor bijvoorbeeld een televisieprogramma. Ideeën zijn echter als zodanig niet auteursrechtelijk beschermd; voor bescherming is nodig dat aan een idee vorm is gegeven doordat het concreet is uitgewerkt. Omdat bij formats niet geheel duidelijk was hoe concreet de uitwerking moest zijn, was niet altijd te bepalen wanneer sprake is van een (niet beschermbaar) programma idee en wanneer van een (wel beschermbaar) programma format. Het Hof schept hier wat meer duidelijkheid.

De zaak bij het Hof ging om een in de Flodder speelfilm uitgedacht stramien dat de basis vormde voor latere Flodderspeelfilms en een latere televisieserie. In de latere films en TV serie werd voortgeborduurd op elementen die in het scenario van de eerste Flodderfilm waren verwerkt. Volgens het Hof zijn de gemeenschappelijke kenmerken die in alle films en de tv-serie voorkomen bedacht voor de eerste film. Reeds in de eerste film is dit door deze kenmerken bepaalde stramien (het format) te herkennen dat terugkeert in latere films en tv-serie(s). Dat aldus omlijnde format is te onderscheiden en is voldoende uitgewerkt om als zelfstandig auteursrechtelijk werk beschermd te zijn. Niet nodig is dat het format voorafgaand aan de schepping van de afzonderlijke afleveringen is vastgelegd. Als het maar tevoren is bedacht in een vorm die door zijn (in de afleveringen terugkerende en in verhaallijnen verder ontwikkelde) gezamenlijke elementen als basisgedachte voldoende is omlijnd en uitgewerkt, waardoor het format zich structureel onderscheidt van een rudimentair, nog vormloos idee.

Naar boven

 

 
Notariaat
 
Gewijzigde wetgeving inzake fusie en splitsing
 
Onlangs zijn een tweetal wetsvoorstellen ten behoeve van een lastenverlichting voor burgers en bedrijfsleven in werking getreden. De wetsvoorstellen voorzien in (i) de mogelijkheid tot het afzien van een aantal verslaggeving- en documentatieverplichtingen bij juridische fusie en splitsing en (ii) de openbaarmaking van fusie en splitsing langs elektronische weg. In deze nieuwsbrief zal aandacht worden besteed aan de openbaarmaking langs elektronische weg.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Siego Boslooper of Sanne Hermans, Praktijkgebied Notariaat.  

Openbaarmaking ten behoeve van derden
Als alternatief voor de nederlegging van het fusie- of splitsingsvoorstel bij het handelsregister, kan openbaarmaking nu ook plaatsvinden via de website van de Kamer van Koophandel. Dit kan geschieden door middel van het uploaden van het voorstel. De digitaal te deponeren documenten dienen te worden ondertekend door de indiener, welke hiervoor over een gekwalificeerd certificaat van uitgevers dient te beschikken, erkend door PKI Overheid. Van Doorne beschikt over dit benodigde certificaat en is u uiteraard graag van dienst bij een dergelijke digitale deponering.

Openbaarmaking ten behoeve van aandeelhouders of leden
Een fuserende of splitsende rechtspersoon kan ervoor kiezen de stukken die thans ten kantore van de vennootschap ter inzage moeten liggen voor leden en aandeelhouders, elektronisch raadpleegbaar te maken. Dit kan door plaatsing van de stukken op de internetsite van de rechtspersoon. Hetzelfde geldt voor een afschrift van de fusie- of splitsingstukken.

Vermelding in aankondiging
Indien gebruik wordt gemaakt van de bovenstaande mogelijkheid om de fusie- of splitsingsstukken langs elektronische weg beschikbaar te maken, zal dit in de aankondiging van de deponering moeten worden aangegeven.

Verdere lastenverlichting
Zoals in de inleiding al kort aangegeven wordt ook voorzien in een verlichting van de verslaggeving- en documentatieverplichtingen. Wij zullen u hier verder over informeren in de volgende nieuwsbrief.

Naar boven

 

 
Ondernemingsrecht
 
Dualistisch of monistisch bestuursmodel?
 
Op 31 mei 2011 heeft de Eerste Kamer het Wetsvoorstel bestuur en toezicht (het "Wetsvoorstel") aangenomen. Met het Wetsvoorstel beoogt de wetgever de bruikbaarheid van de rechtsvormen van de naamloze vennootschap ("NV") en de besloten vennootschap ("BV") in nationale en internationale ondernemingsverhoudingen te vergroten. De verwachting is dat het Wetsvoorstel op 1 januari 2012 in werking zal treden. Het Wetsvoorstel voorziet in diverse aanpassingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarvan wij er hieronder enkele kort zullen behandelen.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Sander Maarschalkerweerd of Jaap Kloppers, Praktijkgebied Ondernemingsrecht.  

Als alternatief voor het dualistische bestuursmodel (bestuur en raad van commissarissen) biedt het Wetsvoorstel de mogelijkheid tot het instellen van een zogenaamde one-tier board: een bestuur bestaande uit uitvoerende bestuurders en niet-uitvoerende bestuurders. Om gebruik te kunnen maken van een one-tier board bij een NV of een BV is een statutaire grondslag vereist. De mogelijkheid van een one-tier board staat tevens open voor structuurvennootschappen.

Daarnaast bevat het Wetsvoorstel ook een aangepaste regeling ten aanzien van tegenstrijdig belang van bestuurders van een NV of een BV. Op dit moment resulteert een tegenstrijdig belang in beginsel tot een beperking van de externe vertegenwoordigingsbevoegdheid van de betreffende bestuurder. Het Wetsvoorstel daarentegen voorziet in een interne regeling. Kort gezegd komt de nieuwe regeling erop neer dat in gevallen waarin een bestuurder (of een commissaris) een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de vennootschap, de bestuurder (of commissaris) niet mag deelnemen aan de beraadslaging en zich dient te onthouden van stemming. Niet naleving resulteert in vernietigbaarheid van het besluit.

Het Wetsvoorstel voorziet daarnaast onder meer in een regeling met betrekking tot de limitering van het aantal toezichthoudende functies van bestuurders en commissarissen en in een regeling met betrekking tot een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen.

Naar boven

 

 
Onderwijs
 
Nieuwe Code Goed Onderwijsbestuur voortgezet onderwijs
 
De algemene ledenvergadering van de VO-raad heeft op 26 mei jl. een nieuwe "Code Goed Onderwijsbestuur" vastgesteld. De oude code is daarmee aangepast aan de op 1 augustus 2010 in werking getreden wet "Goed onderwijs, goed bestuur". De herziene code zal op 1 augustus 2011 in werking treden en de oude code volledig vervangen. De code is te vinden op de website van de VO-raad.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Nienke van Dijk, Praktijkgebied Onderwijs.  

Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de bestaande code zijn die op het gebied van goed onderwijs. De school wordt verantwoordelijk gehouden voor het geven van goed onderwijs. Dit komt naar voren door de invoering van het onderdeel professionaliteit en integriteit in de code. Bij professionaliteit gaat het erom dat leidinggevenden en medewerkers ruimte krijgen om invulling te geven aan de toegekende verantwoordelijkheid. Het schoolbestuur dient daarnaast te stimuleren dat men elkaar aanspreekt op het handelen. Bij integriteit gaat het om transparantie naar ouders, leerlingen en de omgeving. Hierbij is een evenwicht tussen vertrouwen en openheid noodzakelijk: Er moet een sfeer worden gecreëerd die het mogelijk maakt dat werknemers en andere belanghebbenden melding durven te maken van door hen vermoede onregelmatigheden binnen de organisatie. Daarnaast zijn de taken van toezichthouders aangescherpt. Van een toezichthouder wordt verwacht dat hij niet alleen het toezicht houdt op de harde kant van de instelling (goed bestuur), maar ook op de onderwijskwaliteit.

Ten slotte is er in verband met het vervallen van de beloningsleidraad een bepaling opgenomen over de beloning van bestuurders en toezichthouders. Deze bezoldiging is niet gekoppeld aan de prestaties van de instelling en moet jaarlijks openbaar worden gemaakt in de jaarrekening.

In tegenstelling tot de code voor het voortgezet onderwijs wordt de code Goed bestuur in het primair onderwijs niet veranderd. Deze code is van latere datum en is tegelijk met de wet "Goed onderwijs, goed bestuur" in werking is getreden. Hierdoor is deze al aangepast op de huidige wet.

Voor een controle van statuten en reglementen aan de hand van de nieuwe code of advies ter zake, kunt u contact met ons opnemen.

Naar boven

 

 
Onderwijs
 
Uitspraak over verbod hoofddoek op katholieke school roept vooral vragen op
 
Tegen het ordeel van de rechtbank Haarlem in kort geding dat een schoolbestuur voor bijzonder onderwijs in beginsel een verbod op hoofddoekjes mag opnemen in het schoolreglement is inmiddels hoger beroep ingesteld.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Martijn Nolen, Praktijkgebied Onderwijs.  

De vordering van de betrokken leerlinge was of zij met een hoofddoekje als geloofsuiting op naar school mocht. Martijn Nolen: "Opvallend is dat uit de uitspraak in kort geding niet blijkt dat haar de toegang is ontzegd tot de school of dat zij was geschorst of verwijderd van de school. De rechter ging eigenlijk alleen in op de vraag of het nieuw vastgestelde beleid in algemene zin strijdig is met de wet. Het is daarom toe te juichen dat hoger beroep is ingesteld."

Een voor de praktijk relevante vervolgvraag is of een schoolbestuur ook een daadwerkelijk beroep kan doen op een dergelijk verbod in het schoolreglement als een leerling met een hoofddoek naar school komt. Immers, in dat geval zou het schoolbestuur moeten overgaan tot schorsing, verwijdering of ontzegging van de toegang. En dan komt de echte vraag aan de orde: is zo'n maatregel in het individuele, specifieke geval toelaatbaar met een beroep op het op zichzelf rechtmatige interne beleid?

Volgens Martijn Nolen blijkt uit de jurisprudentie over toelatingen op bijzondere scholen dat het schoolbestuur een consistent beleid moeten voeren en dat het beleid voldoende kenbaar moet zijn. Daarnaast staat vast dat een schoolbestuur een reeds toegelaten leerling die een hoofddoek draagt, niet zomaar mag schorsen, verwijderen of de toegang ontzeggen als die leerling in strijd handelt met een na de toelating vastgestelde regel. Nolen: “Een schoolbestuur heeft een zorgplicht en dient daarmee rekening te houden bij een tussentijdse wijziging van de voorwaarden die zij aan leerlingen stelt.”

Naar boven

 

 
Privacy
 
Direct marketing streng gehandhaafd
 
In de afgelopen maanden zijn verschillende boetebesluiten van OPTA gepubliceerd. OPTA legt forse boetes op wegens diverse overtredingen van de spam- en telemarketingregels.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Herwin Roerdink, Praktijkgebied Privacy.  

Uit de boetebesluiten blijkt dat OPTA een strenge uitleg hanteert van de Telecommunicatiewet. Deze wet bevat regels voor het versturen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële en charitatieve doeleinden. Daarbij moet gedacht worden aan het benaderen van klanten en potentiële klanten per e-mail, telefoon of gewone post.

Veelal geldt afhankelijk van wie wordt benaderd en de manier waarop, een ander regime. Zo mogen potentiële klanten alleen per e-mail benaderd worden na voorafgaande toestemming, waarbij telkens de mogelijkheid moet worden geboden aan de ontvanger om zich te verzetten. OPTA stelt daaraan zeer specifieke eisen, zo blijkt uit de boetebesluiten.

Om potentiële klanten telefonisch te benaderen geldt een verplichte voorafgaande controle met het wettelijk Bel-me-niet-register. Ook dient tijdens het telefoongesprek zeer specifieke informatie te worden gegeven aan de persoon die wordt gebeld. Ook op dat vlak legt OPTA de norm streng uit.

Om reputatieschade te voorkomen, is het dus zaak zorgvuldig te werk te gaan bij gebruikmaking van direct marketing. Bovendien kan OPTA bij overtreding van de regels boetes opleggen van maximaal EUR 450.000,--, per overtreding. En OPTA schroomt niet daartoe over te gaan.

Naar boven

 

 
Proces en Verzekeringsrecht
 
Bevoegdheid kantonrechter is per 1 juli 2011 uitgebreid
 
De kantonrechter is sinds 1 juli 2011 bevoegd in (civiele) zaken met een beloop van ten hoogste 25.000 Euro. Daarnaast zijn per die datum zaken met betrekking tot een consumentenkoopovereenkomst (art. 7:5 BW) en zaken met betrekking tot een krediettransactie als bedoeld in de Wet op het Consumentenkrediet als zogenoemde "aardzaken" bij de kantonrechter ondergebracht.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Robert Hendrikse, Praktijkgebied Proces en Verzekeringsrecht.  

In de oude situatie was de kantonrechter bevoegd in (civiele) zaken met een beloop van ten hoogste 5000 Euro en in een aantal "aardzaken", zoals bijvoorbeeld zaken met betrekking tot een arbeids- of huurovereenkomst. De aard van de zaak is dan beslissend voor de bevoegdheid. Sinds 1 juli jl. zijn de hierboven genoemde zaken dus ook "aardzaken".

Met deze wijzigingen wordt onder meer beoogd de toegankelijkheid van de rechtspraak te vergroten. Dit onder meer omdat bij de kantonrechter zonder advocaat of rechtshulpverlener kan worden geprocedeerd en de mogelijkheid bestaat om standpunten mondeling ter zitting uiteen te zetten.

Naar boven

 
 
 
 
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen. Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
 
 
Privacy
© Van Doorne N.V., 2011
 
 -
 - Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam
 -
-

t: +31 (0)20 6789 123
f: +31 (0)20 7954 589
e: nieuwsbrief@vandoorne.com
w: www.vandoorne.com
Van Doorne N.V.