| - |
- |
- |
- |
- |
| - |
Nieuwsbrief |
 |
| - |
April 2011 |
Nederlands | English |
- |
| - |
|
 |
| - |
| - |
| - |
Bank- en Effectenrecht |
- |
AFM-vergunning nodig voor betalingsregelingen? |
- |
| Het Wetsvoorstel implementatie richtlijn consumentenkrediet (32 339) heeft op de voorpagina van Het Financieele Dagblad van 29 maart 2011 grote aandacht gekregen. Het artikel vestigt aandacht aan een bijeffect van dat wetsvoorstel voor bedrijven die betalingsregelingen met consumenten aangaan. |
|
Minister Opstelten heeft de Eerste Kamer, waar het voorstel in behandeling is, onlangs laten dat betalingsregelingen waar extra kosten in rekening worden gebracht onder de Wet op het financieel toezicht (Wft) vallen. Een AFM-vergunning zal dan nodig zijn. Het artikel in het Het Financieele Dagblad maakt ook melding van het beroep van o.a. VNO-NCW op het kabinet om het wetsvoorstel aan te passen.
Wij zullen de ontwikkelingen blijven volgen en in onze volgende nieuwsbrief daarover berichten. |
 |
| - |
|
| - |
Bank- en Effectenrecht |
- |
Bewijsproblemen bij beleggingsschade? |
- |
| Beleggers beroepen zich er vaak op dat een financiële instelling de waarschuwingsplicht heeft geschonden. Voor schadevergoeding moet dan wel aannemelijk zijn dat de belegger ook daadwerkelijk de waarschuwing ter harte zou hebben genomen. Er moet causaal verband bestaan. De Hoge Raad bepaalde onlangs dat de rechters terughoudend moeten zijn om op grond van een schatting tot een evenredige vergoedingsplicht te komen. |
|
De Hoge Raad heeft zich moeten uitspreken of de rechtsregel uit het arrest Nefalit/Karamus ook in beleggingskwesties mag worden toegepast. In dat arrest ging het om werknemer die als gevolg van longkanker was overleden. Mogelijk was blootstelling aan asbest de oorzaak, maar zeker was het niet. Uit het arrest volgt dat bij die onzekerheid op grond van een schatting de vergoedingsplicht evenredig mag worden verdeeld over werkgever en werknemer.
De Hoge Raad heeft nu duidelijk voorop gesteld dat de rechtsregel van Nefalit/Karamus met terughoudendheid moet worden toegepast. Voorts gelden er voor de rechter die tot toepassing besluit extra motiveringseisen.
In dit geval stond vast dat de kans dat de belegger zich zou hebben neergelegd bij een waarschuwing niet bijzonder groot was te noemen. Mede daarom vindt de Hoge Raad dat het bewijsrisico bij de belegger behoort te liggen.
Voor de praktijk betekent het arrest dat het voor benadeelde beleggers in bepaalde gevallen moeilijker zal zijn het vereiste bewijs te leveren. Mogelijk dat rechters bij twijfelgevallen de balans in het voordeel van de beleggers laten doorslaan. Vervolgens kan de rechter met het leerstuk van de eigen schuld tot een correctie komen. Op die manier kan alsnog rekening worden gehouden met de onzekerheid over het causaal verband. |
 |
| - |
|
| - |
Europees- en Mededingingsrecht |
- |
Wetsvoorstel aanpassing bagatelgrenzen voor ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf |
- |
| Volgens het CDA, de VVD en de PvdA moeten ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb) meer ruimte krijgen om onderling prijs- en productieafspraken en marktverdelingsafspraken te kunnen maken. Zo kunnen leveranciers uit het mkb hun vaak zwakke positie tegenover grote afnemers of opdrachtgevers versterken. |
|
Op dit moment is in de Mededingingswet opgenomen dat bedrijven die samen minder dan 5% van een markt in handen hebben, en waarvan de gezamenlijke omzet niet meer bedraagt dan € 40 mln, onderlinge afspraken mogen maken zonder het verbod op mededingingsbeperkende afspraken te overtreden (de bagatelvrijstelling). In een initiatiefwetsvoorstel dat begin maart naar de Tweede Kamer is gestuurd, wordt het toegestane marktaandeel verhoogd naar 10% en komt de omzetgrens volledig te vervallen.
Het streven is om de verruiming door te voeren per 1 juli 2011, aangezien het wetsvoorstel grotendeels overeenkomt met een wetsvoorstel uit 2008 dat zowel door de Tweede als Eerste Kamer was aangenomen. De vorige minister van Economische Zaken weigerde echter de wet in te voeren wegens vermeende strijd met de Europese mededingingsregels. Daarom is in het nieuwe wetsvoorstel opgenomen dat de vrijstelling niet in strijd mag zijn met Europese regels. In de praktijk zal dit betekenen dat een beroep op de bagatelvrijstelling uitsluitend mogelijk zal zijn voor afspraken die geen effect op interstatelijke handel kunnen hebben. Afspraken die een grensoverschrijdend effect kunnen hebben zijn niet door de bagatelvrijstelling vrijgesteld van het Europese verbod op mededingingsbeperkende afspraken. |
 |
| - |
|
| - |
Europees- en Mededingingsrecht |
- |
NMa beboet Greenchoice en Energie:direct voor colportagepraktijken |
- |
| Op 9 maart j.l. heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) twee energiebedrijven beboet voor het deur-aan-deur verwerven van nieuwe klanten. Voor deze colportagepraktijken heeft Greenchoice een boete gekregen van ruim EUR 2 miljoen en Energie:direct van ruim EUR 1 miljoen. |
|
Het programma Kassa van de Vara besteedde in januari 2010 uitgebreid aandacht aan de colportagepraktijken van energiebedrijven. De NMa en de Consumentenautoriteit openden in dezelfde periode een digitaal meldpunt colportage, naar aanleiding van diverse signalen over mogelijke misstanden bij colportagepraktijken van energiebedrijven. Zowel de NMa als de Consumentenautoriteit zijn daarom onderzoeken gestart. Uit het onderzoek van de NMa bleek dat de overtredingen van Greenchoice en Energie:direct ernstig waren, omdat veel consumenten niet begrepen dat zij tekenden voor een contract bij een andere energieleverancier. Daarnaast waren de consumenten niet altijd goed ingelicht over belangrijke voorwaarden van het contract, zoals de duur en de manier waarop een klant kon opzeggen. Het onderzoek van de Consumentenautoriteit zal binnenkort worden afgerond.
Gelet op de voorgenomen fusie per 1 januari 2012 tussen de NMa, de OPTA en de Consumentenautoriteit, valt handhaving op dit gebied steeds vaker te verwachten. |
 |
| - |
|
| - |
Europees- en Mededingingsrecht |
- |
Lidstaten Europese Unie aanvaarden nieuwe Consumentenrichtlijn |
- |
| Onlangs hebben de EU lidstaten het voorstel van de Europese Commissie voor de nieuwe Consumentrichtlijn goedgekeurd. Doel van de richtlijn is om meer samenhang te brengen in de regels omtrent consumentenrechten, waardoor het consumentenvertrouwen in online winkelen wordt vergroot. Voordat de richtlijn in werking kan treden, moet deze worden goedgekeurd door het Europees Parlement. |
|
De nieuwe richtlijn vervangt twee eerdere consumentenrichtlijnen. De nieuwe richtlijn wijzigt onder andere de informatieverplichtingen van verkopers en het herroepingsrecht van de consument bij online aankopen. Hierdoor zal het makkelijker worden voor consumenten om grensoverschrijdende aankopen te doen. Een van de belangrijkste veranderingen voor de consument is de verlenging van de zogenaamde herroepingstermijn. Momenteel hebben consumenten na een online aankoop zeven werkdagen de tijd om de koop kosteloos ongedaan te maken. Deze termijn wordt verlengd naar veertien kalenderdagen. Een andere belangrijke verandering is dat consumenten niet hoeven te betalen voor kosten waarover zij niet van te voren geïnformeerd zijn.
|
 |
| - |
|
|
Fiscaal recht |
- |
Doorschuiving van sanctie bij verbreking van fiscale eenheid |
- |
| De staatssecretaris van Financiën heeft een belangrijke versoepeling ingevoerd omtrent de sanctie bij verbreking van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. |
|
In Nederland gevestigde vennootschappen kunnen voor de heffing van de vennootschapsbelasting onder voorwaarden worden behandeld alsof zij één belastingplichtige zijn, de zogenaamde "fiscale eenheid". Een fiscale eenheid heeft o.a. als voordeel dat vermogensbestanddelen met stille reserves binnen fiscale eenheid kunnen worden overgedragen zonder heffing van vennootschapsbelasting. Dit maakt het mogelijk om binnen fiscale eenheid te reorganiseren zonder belastingheffing.
Om te voorkomen dat een fiscale eenheid wordt gebruikt om vermogensbestanddelen over te dragen aan een vennootschap binnen de fiscale eenheid en die vennootschap vervolgens belastingvrij te verkopen, bevat het fiscale eenheid regime een sanctie welke inhoudt dat in beginsel alsnog dient te worden afgerekend over de stille reserves van de overgedragen vermogensbestanddelen op het moment dat de venootschap wordt verkocht en de fiscale eenheid wordt verbroken. In voornoemd besluit keurt de staatssecretaris goed dat in een aantal situaties (bijv. juridische fusie) deze sanctie kan worden doorgeschoven indien de verkochte vennootschap deel gaat uitmaken van een nieuwe fiscale eenheid. |
 |
| - |
|
| |
Gezondheidszorg |
- |
Bevordering concurrentie ziekenhuizen door ander beloningsbeleid |
- |
| Minister Schippers (VWS) heeft besloten om het door haar voorgangers ingezette beleid door te zetten en de overgang van de huidige budgetbekostiging naar een prestatiebekostiging in een volgend stadium te brengen. |
| |
Schippers breidt het zg. B-segment, waarin zorgverzekeraars en ziekenhuizen met elkaar kunnen onderhandelen over de prijs, uit tot 70% van de zorgactiviteiten van een ziekenhuis, tegenover de huidige 35%. De tarieven van de overige 30% van de behandelingen zullen nog vastgesteld worden door de overheid. Dit zal het geval zijn voor bijvoorbeeld de zeer gespecialiseerde zorg of de spoedeisende hulp in dunbevolkte gebieden. Om te voorkomen dat ziekenhuizen door de verdere beperking van het budgetsysteem in een slechte financiële positie komen, stelt Schippers een overgangsperiode van twee jaar voor (2012 en 2013), waarin ziekenhuizen compensatie ontvangen wanneer zij door de overgang van budget- naar prestatiebekostiging met te grote schommelingen in hun omzet worden geconfronteerd. Om zorgverzekeraars te stimuleren scherper te gaan inkopen op prijs, kwaliteit en volume, wordt het huidige nacalculatiesysteem in de periode 2012-2015 geleidelijk afgeschaft. Dit systeem zorgt er nu voor dat een ziekenhuis in het jaar volgend op elk budgetjaar wordt gekort voor eventuele budgetoverschrijdingen of wordt gecompenseerd voor onderproductie.
Door de plannen van de Minister valt te verwachten dat de concurrentie tussen ziekenhuizen wordt bevorderd. Er zal nog meer aanleiding zijn om te sturen op productie en efficiënt te werken. Samenwerking kan dit bevorderen en wordt door de Nederlandse Mededingingsautoriteit toegejuicht onder de voorwaarde dat de samenwerking de concurrentie die de nieuwe tarievenregelgeving nastreeft, niet beperkt. Partijen zijn zelf verantwoordelijk om er voor te zorgen dat dit niet het geval is. |
 |
| - |
|
| |
Notariaat |
- |
Uitbreiding Wet Bibob vastgoedtransacties met overheden |
- |
| Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een wetsvoorstel (32676) ingediend bij de Tweede Kamer voor de uitbreiding van de reikwijdte van de Wet Bibob. Met deze voorgestelde uitbreiding komen vastgoedtransacties ook onder de reikwijdte van de Wet Bibob te vallen. |
| |
Op grond van het wetsvoorstel worden overheden in staat gesteld de antecedenten van natuurlijke en rechtspersonen te onderzoeken alvorens zij overgaan tot het aangaan van een vastgoedtransactie. Indien er sprake is van bijvoorbeeld onduidelijke financiële constructies of onvolledige inzicht in zeggenschapsstructuren, dan kan de overheid met behulp van het landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten uitvoeren.
Het bureau brengt een advies uit aan de overheid, waarin onder andere wordt gekeken of met het aangaan van de vastgoedtransactie er mogelijk strafbare feiten worden gepleegd of dat er een redelijk vermoeden is dat er strafbare feiten zullen worden gepleegd. Door de aanpassing van de Wet Bibob wil de overheid voorkomen dat ze ongewild criminaliteit bij vastgoedtransacties ondersteunt.
De inbrengdatum voor het verslag bij de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie is vastgesteld op 14 april 2011. |
 |
| - |
|
| |
Notariaat |
- |
Zorg voor tijdige (her)benoeming toezichthouders |
- |
| In de praktijk gebeurt het regelmatig dat toezichthouders na het formeel verstrijken van hun benoemingsperiode als toezichthouder blijven functioneren zonder een herbenoemingsbesluit. Er wordt veelal aangenomen dat een termijn automatisch wordt verlengd. Dit is echter niet het geval. Voor herbenoeming is een besluit nodig. Een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag, van 14 juni 2010 inzake de herbenoeming van een commissaris bij een besloten vennootschap, heeft dit bevestigd. |
|
De wet schrijft voor dat een herbenoeming van commissarissen bij een besloten of naamloze vennootschap dient te worden gemotiveerd. Deze motiveringsplicht dient te bevorderen dat bij de herbenoeming rekening wordt gehouden met het functioneren van de commissaris in het verleden.
Uit het gegeven dat een dergelijke periodieke toetsing en motivering aanwezig dienen te zijn, volgt dat een herbenoeming niet stilzwijgend kan geschieden.
In de wettelijke regeling van de stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij zijn dergelijke voorschriften voor herbenoeming niet opgenomen. Bij deze rechtsvormen zou de benoemingstermijn uit de statuten of reglementen moeten blijken, indien deze voorzien in de mogelijkheid tot het instellen van een toezichthoudend orgaan. Indien er niets is geregeld over de herbenoeming, worden na deze termijn de toezichthouders al snel geacht geen lid meer te zijn van het toezichthoudende orgaan. Het laten voortduren van de inschrijving van de toezichthouder bij het handelsregister is bijvoorbeeld niet voldoende.
Bij alle rechtsvormen verdient het daarom aandacht het rooster van aftreden nauwkeurig bij te houden, besluiten tot (her)benoeming tijdig te agenderen en zorg te dragen voor een tijdige beraadslaging over het functioneren van toezichthouders en een goede motivering bij een voorgenomen herbenoeming. Het notariaat van Van Doorne kan u behulpzaam zijn met het opstellen van passende statutaire of reglementaire bepalingen en clausules. |
 |
| - |
|
| |
Ondernemingsrecht |
- |
Spreekrecht voor de ondernemingsraad |
- |
| De ondernemingsraad van een Nederlandse naamloze vennootschap ("N.V.") heeft sinds kort een spreekrecht tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders. Het doel van dit spreekrecht is om een dialoog tot stand te brengen tussen de algemene vergadering van aandeelhouders en de ondernemingsraad. Of dit doel in de praktijk zal worden bereikt is nog maar de vraag. |
| |
Het spreekrecht van de ondernemingsraad van een N.V. geldt ten aanzien van voorgenomen besluiten tot: (i) vaststelling van het bezoldigingsbeleid, (ii) goedkeuring van belangrijke bestuursbesluiten en (iii) benoeming, schorsing en ontslag van bestuurders en commissarissen. De ondernemingsraad van een N.V. waar het structuurregime op van toepassing is, heeft daarnaast ook een spreekrecht over een door de raad van commissarissen voorgestelde voordracht tot benoeming van een commissaris.
Het spreekrecht van de ondernemingsraad van een N.V. ziet op twee verschillende onderdelen, te weten: (i) het recht om een standpunt te bepalen en (ii) het recht om dit standpunt in de algemene vergadering toe te lichten. Het standpunt van de ondernemingsraad moet vervolgens gelijktijdig met de oproeping aan de aandeelhouders worden aangeboden. Het beoogde gevolg is dat op basis van de ontstane dialoog in de algemene vergadering het draagvlak voor de te nemen besluiten wordt vergroot.
Het is echter twijfelachtig of dit doel wordt bereikt, aangezien niet is voorzien in sancties wanneer de ondernemingsraad geen gelegenheid krijgt om het spreekrecht te uit te oefenen. Ook is de ondernemingsraad niet verplicht om gebruik te maken van het spreekrecht. Bovendien is de algemene vergadering van aandeelhouders niet verplicht om in te gaan op de door de ondernemingsraad gepresenteerde standpunten. Afhankelijk van de goede wil van zowel de ondernemingsraad van een N.V. als de vergadering van aandeelhouders kan er dus een dialoog over bovengenoemde voorgenomen besluiten tot stand komen. Overigens dienen er duidelijke afspraken met de ondernemingsraad gemaakt te worden over hoe wordt omgegaan met de verkregen vertrouwelijke (eventueel koersgevoelige) informatie zowel vóór als tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders. |
 |
| - |
|
| |
Onderwijs |
- |
Groei discussie over bijdrage school in de huisvesting |
- |
| Het aantal discussies over eigen bijdragen van scholen in de huisvesting neemt toe. Saskia Laseur: "Een recente uitspraak van de Raad van State bevestigt nog eens hoe belangrijk het is om al bij de aanvang van de bouw - hoe hinderlijk en vertragend soms ook - duidelijke afspraken te maken met de gemeente over de economische rechten van de gemeente." |
| |
In de uitspraak van 16 maart 2011 was in geschil of de gemeente bij de berekening van de capaciteit van het bestaande gebouw rekening had moeten houden met een eerdere eigen bijdrage die het bevoegd gezag had geleverd aan het tot stand komen van het schoolgebouw. De Raad van State oordeelde dat een redelijke uitleg van de Huisvestingsverordening met zich bracht dat een eigen bijdrage aan (eerdere) nieuwbouw om te komen tot een duurdere, op zichzelf niet noodzakelijke voorziening, niet zonder meer kan leiden tot een naar evenredigheid vast te stellen capaciteitscorrectie als later extra capaciteit noodzakelijk is. Dat zou - zo wordt overwogen - namelijk betekenen dat de private middelen die het bevoegd gezag weet te verwerven tot financieel voordeel voor de gemeentelijke overheid zouden strekken.
Daarmee eindigt het positieve nieuws voor de school. Omdat geen sprake was van zelf gefinancierde extra capaciteit maar van extra kwaliteit, hoefde de gemeente geen rekening te houden met de eerdere eigen bijdrage. Gevolg is dat de extra te bouwen capaciteit een lager niveau kan hebben.
Laseur: "De eerste constatering is voor scholen een prettige bevestiging. Wel roept de uitkomst vragen op over het bouwen van multifunctionele accommodaties met deels private middelen." Al eerder bleek dat multifunctioneel gebruik tot discussie leidt over bijvoorbeeld de hoogte van de aan de gemeente te betalen vergoeding bij leegstand en de rechten van de gemeente bij verhuur.
|
 |
| - |
|
| |
Pensioen |
- |
Vrijstelling overdrachtsbelasting voor pensioenfondsen? |
- |
| In reactie op een brief van de Pensioenfederatie heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd te zullen bezien of de vrijstelling van overdrachtsbelasting kan worden verruimd. |
| |
Op dit moment is er bij de juridische fusie of juridische splitsing van een pensioenfonds in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd indien sprake is van verkrijging van onroerende zaken. De wet kent een vrijstelling voor fusies en splitsingen maar die is niet van toepassing op stichtingen tenzij deze stichtingen kwalificeren als algemeen nut beogende instelling. Op dit moment hebben blijkens de site van de belastingdienst slechts twee pensioenfondsen die ANBI-status verkregen en is bij een derde fonds de status ingetrokken, mogelijk vanwege de aangescherpte regelgeving. Bij veel fusies of splitsingen van pensioenfondsen zal overdrachtsbelasting dus een rol spelen.
Volgens de Pensioenfederatie vormt de verschuldigdheid van overdrachtsbelasting een belemmering voor pensioenfondsen om met elkaar te fuseren. De staatssecretaris heeft nu aangegeven een verruiming van de vrijstelling te zullen onderzoeken. Volgens de staatssecretaris is er destijds bewust voor gekozen om de vrijstelling te beperken tot rechtspersonen met een in aandelen verdeeld kapitaal die een onderneming drijven omdat de oorspronkelijke ondernemer, nadat de fusie heeft plaatsgevonden, via het aandelenbezit gerechtigd blijft tot de onderneming. Er is dan geen sprake van een (belastbare) overdracht aan een derde. Bij stichtingen is de gerechtigdheid minder duidelijk en is daardoor een onderscheid tussen (interne) fusie en (belastbare) overdracht moeilijker te maken.
Een uitbreiding van de fusievrijstelling alleen voor pensioenfondsen zou in strijd zijn met Europese staatssteunregelgeving. De staatsecretaris zal daarom kijken of het meer in het algemeen mogelijk is om bestaande ondernemingsfaciliteiten meer rechtsvormneutraal te maken. De besluitvorming op dit punt vindt plaats bij de komende begrotingscyclus. |
 |
| - |
|
| |
Privacy |
- |
Nieuw: Code Postfilter voor geadresseerde reclamepost |
- |
| Op 1 januari 2011 is de Code Postfilter in werking getreden. De Code heeft tot doel om consumenten, bedrijven en organisaties op uniforme wijze te informeren over twee blokkaderegisters: het Post Register en het Nationaal Overledenen Register. Sinds 1 oktober 2009 beheert de Stichting Postfilter beide registers. Door de invoering van de Code kan een klachtenprocedure worden gestart bij de Reclame Code Commissie. Bedrijven die geadresseerde reclamepost sturen, zullen rekening moeten houden met beide blokkaderegisters, voor zij lid zijn van de bij de Code aangesloten brancheorganisaties. |
| |
In het Post Register kunnen consumenten aangeven van welke typen bedrijven of sectoren zij geen geadresseerde reclamepost meer wensen te ontvangen. De blokkade geldt voor drie jaar. Voor nabestaanden is het Nationaal Overledenen Register in het leven geroepen om de contactgegevens van overleden personen te registeren. Hierdoor wordt voorkomen dat na een sterfgeval nog geadresseerde reclamepost aan de overledene wordt gestuurd. De gegevens van de overledene worden steeds voor tien jaar vastgelegd in het Nationaal Overledenen Register.
Consumenten die na registratie toch nog ongevraagde geadresseerde reclamepost ontvangen, kunnen bij het bedrijf aankoppen. Als het bedrijf niet daarop reageert of als de consument het oneens is met de reactie, dan kan de consument terecht bij de Reclame Code Commissie. |
 |
| - |
|
| |
Publiek Private Samenwerking |
- |
PPS biedt ook decentrale overheden meerwaarde |
- |
| De minister van Financiën heeft de Tweede Kamer op 8 maart jl. laten weten dat het Rijk decentrale overheden, zorg- en onderwijsinstellingen niet meer actief zal stimuleren om DBFM(O)-contracten toe te passen bij het realiseren van huisvesting. En dat terwijl dezelfde minister DBFM(O) ziet als belangrijk middel om te investeren in de kracht van Nederland met een scherp oog op de overheidsfinanciën. |
| |
Sinds 1999 is PPS (publiek-private samenwerking) in de vorm van de geïntegreerde contractvorm D(esign)-B(uild)-F(inance)-M(aintain)-O(perate) al veelvuldig gebruikt. En met succes; in vergelijking met traditionele uitvoering hebben de DBFM(O)-projecten tot nu toe een meerwaarde van 10 á 15% (ca. € 700 mln.) opgeleverd. Het Rijk zal DBFMO-contracten dan ook zoveel mogelijk blijven toepassen.
Het Rijk heeft toepassing van DBFMO-contracten bij decentrale overheden (gemeenten, provincies), zorg- en onderwijsinstellingen jarenlang gestimuleerd, echter zonder al te veel succes. Dat is jammer omdat de potentiële meerwaarde van PPS daarmee niet wordt benut. Nu trekt het Rijk de stekker eruit. Onder het motto uit het regeerakkoord: 'Je gaat erover, of niet.'
Toch biedt PPS ook voor de decentrale overheden, zorg- en onderwijsinstellingen volop mogelijkheden om meerwaarde te realiseren; met hetzelfde geld meer kwaliteit of dezelfde kwaliteit voor minder geld. Zeker dat laatste kan in de huidige tijden van stevige bezuinigingen bij alle overheden een goede bijdrage leveren. De ervaring die is opgedaan in reeds gerealiseerde projecten is rechtstreeks voor de decentrale overheden beschikbaar. Dit drukt de transactiekosten aan de zijde van overheden en private partijen aanzienlijk. De gemeente Den Helder heeft de opdracht gegeven om de aanbesteding van een DBFM(O)-contract voor de nieuwbouw van het stadhuis voor te bereiden. Met dit project kan worden aangetoond dat PPS ook voor decentrale overheden meerwaarde oplevert. Het project kan dan andere overheden inspireren te volgen. |
 |
| - |
|
| |
|
|
Ofschoon aan de inhoud de uiterste zorg is besteed, strekt de nieuwsbrief uitsluitend ter voorlichting en wordt niet beoogd juridisch advies te verlenen over concrete onderwerpen.
Van Doorne N.V. kan geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele (gevolgen van) onjuistheden of omissies.
U mag deze nieuwsbrief ongewijzigd doorzenden.
|
|
|
|
| - |
| - |
Van Doorne N.V.
Jachthavenweg 121
1081 KM Amsterdam
Postbus 75265
1070 AG Amsterdam |
- |
|
- |
|
|